Blackburn, Julia 2012

Wij drieën


Schokkende familiekroniek van Julia Blackburn

‘Dit is het verhaal van drie mensen’:
Vader Thomas Blackburn, dichter, alcoholist en verslaafd aan pillen. Moeder Rosalie de Meric, beeldend kunstenares en nymfomaan. Dochter Julia, enig kind van dit gestoorde echtpaar. In ‘Wij drieën’, een familiekroniek, uitgave De Bezige Bij, vertaling Paul van der Lecq, doet schrijfster Julia Blackburn verslag van haar traumatische jeugd en hoe ze zich daarna op weg naar de volwassenheid moeizaam door het leven sloeg. Julia wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen haar vader en moeder die elkaar het bloed onder de nagels vandaan haalden en tenslotte na eindeloze ruzies uit elkaar gingen. Julia ging tijdens die heftige twisten, waarbij haar vader fysiek geweld gebruikte, als een schild tussen hen in staan, want háár durfde hij niet te slaan. Het wonderlijke is dat Julia zich door hem nooit bedreigd voelde alleen bang voor hem was als hij gedronken had. Ze twijfelde nooit aan de oprechtheid van zijn gevoelens voor haar, terwijl hij haar toch vaak in de kou liet staan. Juist als zij hem zo nodig had. Voor haar moeder was Julia altijd bang. Die liet ook duidelijk merken dat ze niet van haar dochter hield, haar later zelfs haatte omdat ze haar zag als een rivaal op seksgebied. Zowel vader als moeder gaan vreemd en vinden alles belangrijker dan het welzijn van hun dochter. Als Julia de wanhoop nabij is als haar ouders elkaar keer op keer in de haren vliegen schreeuwt ze hard uit pure onmacht. Ze moet in therapie maar dat hielp niets. Zowel haar vader als haar moeder is niet staat Julia liefde en aandacht te geven. Zelf waren ze in hun jeugd ook slachtoffers van afschuwelijke ouders. Na de scheiding verhuurt Rosalie kamers aan de ene man na de andere waarmee ze ook een relatie aangaat. Geoffry is één van hen. Later krijgt Julia nadat hij haar moeder heeft verlaten een verhouding met hem die ook desastreus eindigt. En dan heb je de poppen aan ’t dansen. Het is een wonder dat Julia niet totaal ontspoort met ouders die zo’n puinhoop van hun leven maken. Door middel van dagboeken en faxen aan kunstenaar Herman, met wie ze later trouwt, wordt de lezer op de hoogte gehouden van Julia’s wel en wee. Meer wee dan wel. Ze heeft zelf namelijk ook wisselende relaties die op niets uitlopen tot ze rust vindt bij haar echtgenoot en zelfs kinderen krijgt. Als haar moeder, in de tachtig, ziek wordt en nog maar kort te leven heeft, verzoenen ze zich met elkaar: ‘Er veranderde iets wezenlijks en de vloek die ons zo lang in zijn greep had gehouden, als een ijskoude winter, werd eindelijk gebroken, zodat we op een ontspannen manier met elkaar konden lachen en praten, iets wat we nooit gekend hadden.’ ‘Ik ben nog nooit van mijn leven zo gelukkig geweest,’ zei ze. ‘Wat raar dat ik op hetzelfde moment aan het sterven ben.’ Het knappe van Blackburn is dat ze – met haar autobiografische verslag voorzien van een serie familiekiekjes in zwart/wit – in staat was haar traumatische jeugd op een niet zware toon, zelfs met hier en daar humor, te beschrijven. Zonder een greintje zelfmedelijden en vooral goudeerlijk.

Ellen de Jong   2012
‘Wij drieën’
Auteur: Julia Blackburn
Vertaling:  Paul van der Lecq
Verschenen bij: Uitgeverij De Bezige Bij
ISBN 9 789023 450207