De Rosnay, Tatiana 2012

‘Het huis waar jij van hield’ van Tatiana de Rosnay: schrijfster van formaat


‘Liefste,'                                                                                                                                          
‘Ik kan horen dat ze onze straat in komen. Een vreemd, onheilspellend gebulder. Dreunen en klappen. De vloer trilt onder mijn voeten. Ik hoor ook geschreeuw. Luide, opgewonden mannenstemmen. Hinnikende paarden, hoefgekletter. Het klinkt als een veldslag, zoals in die hete, afschuwelijke julimaand, toen onze dochter werd geboren, die bloedige tijd toen er overal in de stad barricaden werden opgeworpen. Het ruikt als een veldslag. Verstikkende stofwolken. Bijtende rook. Aarde en puin.’ Zo begint één van de vele brieven die de 60-jarige Rose Bazelet aan haar overleden man, Armand, schrijft. ‘Het huis waar jij van hield’, van Tatiana de Rosnay, uitgave Artemis, vertaling Alice Teekman, wordt met de grond gelijkgemaakt. Het staat in de rue Childebert in Parijs en het wordt gesloopt om de rue de Rennes en de boulevard Saint-Germain te kunnen doortrekken. Rose en Armand hebben er met zoon e dochter jarenlang gewoond. Ze hielden veel van elkaar, van het huis, en van het kalme leventje dat ze leidden met de boekwinkel, de bakker en de bloemenzaak om de hoek. De Rosnay situeert hun levensgeschiedenis - die bepaald niet over rozen ging al leek dat er in het begin van hun huwelijk wel op -  in de tweede helft van de 19e eeuw. Rose’s innig geliefde Armand wordt ziek en overlijdt; ze belooft hem voor zijn dood dat ze het huis ondanks de op handen zijnde vernieuwingen, in hun ogen vernielingen, nooit zal verlaten. Behalve deze nachtmerrie - ‘Hoe zou ik dit huis ooit kunnen verlaten, liefste? Dit hoge, vierkante huis is mijn leven. Iedere kamer heeft zijn eigen verhaal. De geschiedenis van deze plek op papier zetten is een vreselijke, onbedwingbare behoefte geworden. Ik wil schrijven zodat we niet worden vergeten’ - blijkt Rose er nog een te hebben: ‘Jaar na jaar komen dezelfde beelden meedogenloos  terug. Het is moeilijk ze te beschrijven zonder dat ik de angst voel binnensluipen.’ Van deze nachtmerrie, waarin haar zoon Baptiste een rol  speelt, maakt Rose Armand geen deelgenoot. Rose is echter een krachtige vrouw die zich nooit gewonnen geeft zoals ze in een brief aan de prefect schrijft. Samen met haar hartsvriendin, de bloemenverkoopster, verzet ze zich met hand en tand tegen de al vergevorderde plannen van de prefect en de keizer. Aan Armand schrijft ze: ‘Niemand zal zich de rue Childebert, de rue d’Erfurth en de rue Sainte-Marthe herinneren. Niemand zal zich het Parijs herinneren waar jij en ik van hielden.’ Als alles om Rose heen wordt afgebroken houdt ze zich schuil in de kelder van het huis. De Rosnay schrijft de aangrijpende regels: ‘Dit huis is als mijn lichaam, mijn huid, mijn bloed, mijn botten. Het draagt me in zich zoals ik onze kinderen heb gedragen. Het is beschadigd, het heeft geleden, het is onteerd, dat heeft het doorstaan, maar vandaag zal het instorten. Vandaag kan niets het huis redden, niets kan mij redden. Er is daar buiten niets, Armand, niets of niemand aan wie ik me wil vastklampen. Ik ben nu een oude dame, het is tijd voor mij om vanhier te gaan.’ De Rosnay laat zien dat ze na haar overweldigende debuut met ‘Haar naam was Sarah’, en haar volgende romans ‘Die laatste zomer’ en ‘Kwetsbaar’ een schrijfster van formaat is. De sfeer die zij schetst, het beeld wat ze geeft ten tijde van de vernieuwingen in Parijs, de taal die toen gehanteerd werd kon niet raker beschreven worden. De plattegrond voorin het boek met de dikke zwarte strepen van de toekomstige boulevard die dwars door Rose’s geliefde straatjes zijn getrokken maakt dat de lezer het spoor niet bijster raakt. ‘Die rechte lijnen, die eindeloze, monotone boulevards, al die hoge, uniforme, botergele gebouwen, een afschuwelijke combinatie van vulgariteit en oppervlakkige luxe’, haatte Rose. ‘De luxe en ledigheid waarin de keizer behagen schept en die ik verafschuw’ brak tenslotte haar hart.

Ellen de Jong,  2012
‘Het huis waar jij van hield’
Auteur: Tatiana de Rosnay
Vertaling: Alice Teekman
Verschenen bij: Uitgeverij Artemis
ISBN 9 789047 202059