Jonker Ingrid - 2011

‘Ik herhaal je’: poëzie en levensverhaal van Ingrid Jonker



De Zuid-Afrikaanse Ingrid Jonker (1933-1965) was tijdens haar korte leven al een gewaardeerd schrijfster onder alle taal- en bevolkingsgroepen in haar verscheurde vaderland - een unicum in de Afrikaanse letteren. Van haar verschenen onder meer de bundels ‘Ontvlugting’, ‘Rood en oker’ en ‘Versamelde werke’, de laatste postuum. Na haar dood groeide Jonker uit tot de meest invloedrijke dichter van haar generatie. Het belang van haar werk werd treffend onderstreept toen Nelson Mandela, bij de opening van het parlement in 1994, haar beroemde gedicht ‘Het kind’ voordroeg. Dichter Gerrit Komrijk koos en vertaalde Jonkers mooiste gedichten uit haar ‘Versamelde werke’. Tevens staan in ‘Ik herhaal je, uitgave podium, Zuid-Afrikaanse originele verzen en een biografische schets van Jonkers leven door Henk van Woerden. Ingrid Jonker werd op 19 september 1933 geboren in het huis van haar grootouders, op een landgoed aan de Oranje-rivier, diep in het Kaapse hartland. De, problematische, verhouding tussen haar moeder Beatrice en vader Abraham, was kortstondig en eindigde op een pijnlijke manier, aldus van Woerden. Ingrids vader koesterde hooggespannen literaire en politieke ambities. Ingrid had nog een oudere zus, Anna. Enkele maanden voordat Ingrid geboren werd verliet haar vader het gezin. Beatrice trok bij haar ouders in. Ze wonen aan de Kaapse kust. Als Ingrid als zesjarig meisje ‘s morgens wakker wordt  ‘hoort ze het beuken van de oceaan en het krijsen van meeuwen.’ Ze verbleef er tussen haar vijfde en elfde jaar en ze zal zich die tijd altijd blijven herinneren en naarmate de tijd verstreek ’met nostalgie en met een scherp gevoel van gemis. Een gemis dat zich steeds duidelijker in haar literaire werk zou aftekenen.’ Ingrid aanbad haar moeder en grootouders. Hoewel ze uiterlijk veel op haar vader leek, waren ze, zo schrijft Van Woerden ‘zonder enige twijfel elkaars tegendeel, iets dat door het verloop van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis op de spits zou worden gedreven.’ De opgroeiende Ingrid en Anna worden naar Wynberg Girls’High School gestuurd waar het regime veel strenger is dan ze gewend zijn. Als haar moeder na een vreselijk ziekbed is overleden en ook haar Ouma Annie neemt het verlangen naar ‘De wereld van Gordonsbaai’ toe en zal dat blijven doen. De nostalgie groeit met Ingrid mee naarmate ze ouder wordt. Prachtig is het gedicht ‘Ladybird’ dat ze schreef als herinnering aan haar moeder: ‘Okergloed/en een licht breekt/uit de zee/.


Op het achtererf/ ergens tussen het wasgoed/en een boom vol granaatappels/jouw lach en de ochtend/schielijk en klein/als een lieveheersbeestje/dat valt op mijn hand/.’ Ingrids eerste gedichten worden in het schoolblad opgenomen en rond haar veertiende jaar put ze uit haar jeugd aan de Gordonsbaai en schrijft: ‘O ik houd van het klotsend geraas van het water,/ eerst blauw, dan weer groen, alle kleuren in ’t grauw, /O ik houd van de zee, het brandergeschater…’’ etc. Ingrid maakt van meet af aan geen onderscheid tussen leven en dichten. ‘Ontvlugting’ (1956) is de eerste bundel die ze zal uitgeven. Ze overhandigt het eerste exemplaar aan haar vader. Ze heeft de bundel aan hem opgedragen, ‘in een opwelling van liefdevolle verwachting. Hij kan voor de gelegenheid niets anders uitbrengen dan: ‘Mijn kind, ik hoop niet dat het slechts een lege huls is.’ Intussen heeft de liefde ook haar entree gemaakt in Ingrids gecompliceerde zieleleven. In december 1956 trouwt ze met de zeventien jaar oudere schrijver Pieter Venter. Ingrid wil een kind van hem. Een jaar later wordt dochter Simone geboren. Het huwelijk houdt geen stand, ze krijgt andere relaties en ondertussen dicht ze en verschijnt ‘Rook en oker’ (1963). Ze wil een exemplaar aan haar vader overhandigen ‘ze vertrouwt er nog altijd op dat de ruzie in ‘het verdeelde huis’ eens zal overwaaien. Maar Abraham wil haar niet ontmoeten. Haar leven verloopt nadien nog stormachtiger dan ooit, veel relaties die ze aangegaan is sneuvelen en het politieke trauma van haar land vreet aan haar. Ze krijgt een panische angst voor aftakeling en ‘pleegt nog liever zelfmoord dan haar uiterlijk te verliezen.’ ‘In de nazomer van 1964 wordt ‘Rook en Oker de eerste APB-Prys vir letterkunde toegekend, meteen de grootste literaire onderscheiding van Zuid-Afrika. In haar opwinding nodigt Ingrid haar vader uit met haar mee te gaan naar Johannesburg voor de uitreiking, en biedt spontaan aan zijn vliegreis te betalen. Abraham weigert resoluut.’ Intussen verbreedt Ingrid haar horizon en reist naar Europa om daarna ijlings terug te keren naar Zuid-Afrika. Van Woerden: ‘Anna Jonker zal later beweren dat Ingrid emotioneel eigenlijk nooit ouder dan zeven jaar is geworden. Maar concludeert Van Woerden: ‘Het is eerder zo dat ze aan voorbeelden van onschuld hechtte, om eerlijk te kunnen blijven in een land dat zich aan leugens en bedrog laafde.’ En: ‘wie het gedicht ‘Ek herhaal jou’ uit 1959 aandachtig herleest, ontsnapt niet aan de indruk dat oprechte intimiteit en koestering voor haar uiteindelijk de hoofdzaak is: Ek herhaal jou/sonder begin of einde/herhaal ek jou lichaam/.’


Van Woerden beschrijft hoe haar stormachtige leven langzaam maar zeker, letterlijk, afglijdt naar de diepte: ‘Het lichaam van Ingrid Jonker wordt kort voor de dageraad door een toevallige passant gevonden, aangespoeld bij het met granietrotsen en zeewier omzoomde strandje van Drieankerbaai.’ Het is een indrukwekkend document: poëzie en biografie ineen van een uitzonderlijk dichtersleven. De aangrijpende film ‘Black Butterfies’ werd wonderschoon gespeeld met Carice van Houten in de hoofdrol. Als iemand ervoor geknipt is om de onstuimige persoon Ingrid Jonker uit te beelden dan is het wel Carice.


 


Ellen de Jong


 


ISBN 9 789057 594373