Grøndahl, Jens C.

Roman: 'Dat weet je niet'

 


Gelijktijdig met Jens Christian Grøndahls memoires verscheen zijn roman ‘Dat weet je niet’, uitgave Meulenhoff, vertaling Annelies van Hees. Opgedragen aan zijn overleden vriend Michaël Zeeman. Evenals zijn memoires een roman met diepgang zoals we van Grøndahl gewend zijn. Advocaat David Fischer en beeldend kunstenares Emma Warnock ontmoeten elkaar in Londen op een feest van een fotograaf: ‘Emma zag eruit alsof ze voor even van haar onbereikbare hoogten was neergedaald om het volk te aanschouwen. Ze leek in de verste verte niet op een meisje dat hij zou durven benaderen, maar hij was niet nuchter en niet van hier. Dat hielp, dat maakte hem lichter, misschien omdat zijn sociale leven de transparante onwerkelijkheid van een droom had. In het afgelopen jaar was hij met net zo veel meisjes naar bed geweest als hij had leren kennen voordat hij naar Londen vertrok. Hij vroeg of ze wilde dansen.’ En dat wilde ze, de uit Engeland afkomstige Emma met de Deense David. ‘Hij werd verliefd op haar distantie, haar manier om over de dingen te praten als van een verre afstand.’ Ze trouwen en gaan in Denemarken wonen en krijgen een dochter, Zoë. Emma schildert elke dag in haar atelier maar wil met haar schilderijen niet naar buiten treden. Ze zorgt voor haar man en kind en dat is haar genoeg. Ze hebben het goed, hun huwelijk is stabiel. Grondahl belicht Emma’s achtergrond en die van David. Emma heeft een dominante moeder en een zusje dat spoorslags naar Australië vertrekt nadat hun vader verdronk met zijn minnares. David is joods en enig kind van een zorgzame moeder en een onbetrouwbare vader. David schaamt zich voor hem en wil niets met het Jodendom te maken hebben. Op een dag ziet David dat er een hakenkruis op hun brievenbus is gekalkt. Dat is het begin van een verwijdering tussen hem en Emma. Hij zorgt snel voor een nieuwe brievenbus, zij begrijpt niet waar hij zich druk over maakt. Emma die inmiddels vijfentwintig jaar Davids vrouw is en hem denkt te kennen verbaast zich erover dat hij nog steeds tegen Israël is en geen vrede heeft met zijn roots. Op een avond stelt Zoë, ook kunstenares, haar Pakistaanse vriend Nabeel voor aan haar ouders. Emma vertelt Nabeel, bijna honend, dat haar man joods is. David schaamt zich voor zijn vrouw, hij herinnerde zich niet dat hij zich ooit eerder voor haar had geschaamd. ‘Hij voelde zich verraden toen Emma zijn identiteit op tafel gooide als een hond die hij ooit had begraven.’ De avond verloopt allerminst soepel en hun discussies over hun diverse achtergronden drijft hen uit elkaar en roept vragen op. Had Emma zich voor hem, David, opgeofferd en was dat de reden dat haar carrière door hem niets geworden was? Maar ze had nooit iets gezegd ‘en met haar zwijgen nam ze zelf de verantwoordelijkheid voor het feit dat ze het niet verder had gebracht. Dat zwijgen was erger dan alle beschuldigingen, haar berustende fatsoen.’ Emma vraagt zich niet zoveel af, hoogstens: hoe weet je of je echt van iemand houdt. Grøndahl houdt Emma vaag: ‘Ze had niet de gewoonte om plannen te maken, ze had altijd geweten dat ze niet naar iets bepaalds op weg was.’ Tegen het einde van de roman komen ook Davids vroegere vriendin Naomi en Emma’s vriend Joe aan de orde. Grøndahl beschrijft hoe die liefde in Davids en Emma’s leven kwam en ging. Met veel gevoel voor nuances in het gevoelsleven van zijn personages en zonder het er te dik bovenop te leggen belicht Grøndahl hun reis door het leven. De spanning blijft voelbaar tot het einde waarin David en Emma elkaar weer vinden. Heel fijntjes besluit deze uiterst taal- en sfeergevoelige schrijver ‘Dat weet je niet’ met de slotregels: ‘Hij leunde naar haar toe, terwijl hij naar de verdorde bladeren op de stoep keek en naar het lege asfalt op de weg. Zij rilde en trok haar schouders op. ‘Fijn dat je er bent,’ zei hij en hij legde een arm om haar heupen. ‘Eigenlijk is het te koud om hier te zitten’, zei zij. ‘Ja,’ zei hij.’ Daar moet de lezer het mee doen. Het is maar dat je het weet.


 


Ellen de Jong


 


ISBN 978-90-290-8709-4