Brouwers, Jeroen

‘Datumloze dagen’ van Jeroen Brouwers

'De honderden dingen in je leven die je verkeerd hebt gedaan. Niet per se opzettelijk, het kan uit domheid, onhandigheid, onnadenkendheid zijn gebeurd, bij vergissing, uit lulligheid, zonder enige bedoeling.' Zo begint 'Datumloze dagen' van Jeroen Brouwers, uitgave Atlas. De hoofdpersoon is drieëntwintig toen hij trouwde met Mirjam. Van meet af aan is hun huwelijk een mislukking: 'Ik voelde me in dat huwelijk meteen, tijdens de zogenaamde wittebroodsweken al, die we doorbrachten in een stacaravannetje aan een strand in Zeeland, als een rat in de val, zeg maar gewoon opgesloten in zo'n lullige kampeerdoos, de aanblik biedend van een ei met boerenbontgordijntjes in de buurt van Domburg. De naam zegt het al: klemtoon op dom.' Als hij tegen zijn zin ook nog vader wordt is de maat vol. Zoon Nathan ( Godsgeschenk!) is hem van meet af aan vreemd. Brouwers schrijft: 'Sorry dat ik je dit heb aangedaan. Ik bedoelde: sorry dat je door mijn toedoen en schuld, al gebeurde het wat mij betrof onopzettelijk, op deze wereld bent terechtgekomen, sorry dat ik je het leven heb aangedaan.' Hij ziet zijn zoon in de loop van zijn leven dat bol staat van mislukte liefdesrelaties, sporadisch. Meestal toevallig en dan herkende hij hem ook nog niet eens. Als Nathan een ongeneeslijke ziekte krijgt is hij boven verwachting in staat hem terzijde te staan. Maar voor het zover is gaan er pagina's voorbij die gevuld zijn met schaamte en schuld. Brouwers beschrijft fenomenaal hoe de hoofdpersoon zich voelt in een leven dat bestaat uit mislukte relaties en uit het afwezig zijn als vader. 'Het lammenadige gevoel van datumloze dagen, een heel leven lang, waarin de tijd voorbijraasde zonder dag-,maand-,jaarmarkeringen, maar wel sporen naliet: herinneringen, schuldbesef.'
Als Nathan tenslotte stervende is voelt hij mededogen en helpt hem uit zijn lijden. Ontroerend en aangrijpend in een beeldende taal beschrijft Brouwers wat er door hem heen gaat en hoe hij dan eindelijk een vaderlijke daad verricht:
'Ik heb een vaderdaad gesteld, en voel daar voldoening over, dwars door het gesuizel als van ontelbare bomen in mijn hersens.' En: 'Ik verlaat het ziekhuis, mijn wandelstok zwaaiend met zwier, wat ik nooit eerder heb gedaan. Door de zwoelhete roodbeschemerde straten, waar niemand iets bijzonders aan me ziet, loop ik hijgend, onbewust mijn passen tellend, tellend doorwaad ik mijn bestaan, naar mijn auto.'

Ellen de Jong