Rojas, Clara

Clara Rojas: ‘Ik overleefde voor mijn kind

Juriste Clara Rojas (Colombia, 1964) richtte samen met Ingrid Betancourt de politieke partij Oxígeno Verde op. In 2002 werden de vrouwen samen ontvoerd door guerrillabeweging FARC. Begin 2008 kwam Clara na 2147 dagen gevangenschap vrij en Ingrid een tijdje later. Clara Rojas was net achtendertig jaar toen ze ontvoerd werd. In haar boek ‘Ik overleefde voor mijn kind’, uitgave Arena, vertaling Jacques Meerman, doet ze verslag van zes jaar gevangenisschap in de Colombiaanse jungle. Clara beschrijft hoe ze uren van kamp naar kamp moesten lopen en hoe verschrikkelijk het was om in die jungle, waar nooit zonlicht doordrong en het stikheet was, te moeten (over)leven. Ze was altijd bang voor gevaarlijke beesten, de urenlange regenbuien die haar doorweekten en de angst voor een vuurgevecht met het leger. ‘Al mijn nachten van zes jaar opsluiting leken een eeuwigheid te duren en betekenden samen duizenden uren vol angst, eenzaamheid, verwarring en triestheid.’ En ze moest ook, totaal uitgeput als ze was, het hoofd bieden aan onderlinge spanningen; met vriendin Ingrid Betancourt kwam het zelfs tot een breuk. Hoe overleefde ze dit alles? Door niet alleen moed te houden maar vooral steun te zoeken in haar geloof. Clara was katholiek en diep gelovig: ‘In de eindeloze dagen van de zes jaar dat ik van mijn vrijheid beroofd was, hield mijn geloof me op de been, en ik ben er van overtuigd dat ik die nachtmerrie niet overleefd zou hebben als ik niet mijn diepe godsdienstige overtuigingen had bezeten.’ Als Clara in april 2004 van een zoon bevalt laat ook dan haar geloof haar niet in de steek. Diep in de jungle zonder adequate medische zorg wordt Emmanuel (God met ons) geboren. Met een keizersnede. Hij liep een gebroken armpje op en zij stierf bijna van de pijn. Maar nu was haar wil om te overleven nog sterker. Voor haar kind dat nieuw leven betekende te midden van de dood. Met geen woord rept Clara over de vader. Wie was hij? ‘Het is mijn taak om te beslissen wat ik over mijn geschiedenis openbaar wil maken en wat niet. Deze episode behoort uitsluitend tot mijn persoonlijke levenssfeer. Alleen mijn zoon Emmanuel krijgt daar toegang, wanneer hij erom vraagt’, schrijft Clara. En: ‘Het enige dat ik erover zeggen wil, is dat er tijdens mijn gevangenschap iets gebeurd is waardoor ik zwanger ben geraakt. Mijn echte liefdesgeschiedenis begon toen ik ontdekte dat ik een kind verwachtte en besloot om zijn leven te redden.’ Toen Emmanuel bij Clara werd weggehaald omdat hij ziek was, ging ze negen dagen in hongerstaking. Niet dat het hielp maar het versterkte opnieuw haar geloof in God. Ze bleef overeind en hield moed om tenslotte weer met haar zoon herenigd te worden. In januari 2008 werpen de jarenlange onderhandelingen hun vruchten af: Clara wordt met een paar medegevangenen vrijgelaten. Niet te beschrijven, zo indrukwekkend, zijn de passages waarin Clara het moment beschrijft waarop ze haar zoon omhelst, haar moeder en andere familieleden. Het is trouwens in zijn geheel een aangrijpend relaas van een vrouw uit duizenden. Wie zou niet haar doorzettingsvermogen, haar positieve instelling om te overleven onder zulke erbarmelijke omstandigheden, bewonderen?

Ellen de Jong