Pefko, David

Goed gefundeerde debuutroman van David Pefko

‘Op de ochtend van 29 september, zo stond het in mijn opschrijfboekje, kwamen de eerste overhemden van Levi Andreas over de strijkplank; ik heb het kunnen achterhalen. Zijn klantnummer was 217.’ Dit is het begin van de intrigerende debuutroman ‘Levi Andreas’ van David Pefko. Uitgave Van Oorschot. ‘Ik dacht dat geen van de overhemden borstzakjes had en toch zat er een witblauw gestreept hemd tussen met een borstzakje waar een klein papiertje in bleek te zitten. Het leek op een snipper van een zak van de groenteman, bruin met karteltjes. Ik denk dat ik niet goed weet of ik dit alles zo leuk vind, en ik denk dat ik het niet ga volhouden, wordt dit mijn dood of zal ik moeten vluchten? Ik vouwde het papiertje op en stak het in mijn broekzak.’ Rosa die het papiertje vond werkt bij een stomerij in Amsterdam. Ooit studeerde ze psychologie. ‘door al het gepraat over projectie, stoornissen en de aanmaak van serotonine was ikzelf patiënt geworden.’ Het werken in een team bij de stomerij deed Rosa op haar ruggenmerg. Ze hoefde niet na te denken, alleen te overleven. Haar moeder had zelfmoord gepleegd, haar broer Nathan verdween naar Amerika met als gevolg dat haar vader psychisch gestoord raakte. Rosa’s leven is met recht troosteloos en saai te noemen. Overdag voert ze nog wel gesprekken met onder meer Angelica, maar ’s avonds zit ze thuis op de bank. Het enige wat haar bezighoudt en intrigeert is het briefje van Levi Andreas. Wie is hij? Wat doet hij? Waarom dat briefje? Intussen gaat de stomerij dramatisch op de fles, ze krijgt weer contact met haar broer èn ze begint een zoektocht naar Levi. Ze besluit hem te schrijven en dan blijkt hij een hoogst onbetrouwbaar persoon te zijn die de hele boel bij elkaar liegt. Hij wenst zijn leven als oplichter door te brengen en reist van hotel naar hotel en zet iedereen op het verkeerde been. Het ‘liegen van het leven’ is zijn motto. Levi Andreas is in feite op de vlucht, hij vlucht uit de realiteit. Hij heeft evenals Rosa geen rooskleurig verleden. Dus is het geen wonder dat hij ver van alles weg wil vluchten. Dat is wat Rosa in hem aantrekt, want ook zij kan het leven niet aan en is er voor op de vlucht. Levi Andreas is niet uit haar gedachten en uiteindelijk besluit ze hem te schrijven: ‘Ik weet niet zo goed meer waarom ik je eigenlijk heb geschreven, maar ik vond je briefje in een borstzak van een overhemd, en ik kan me herinneren dat ik toen ik het in mijn handen had het veel voor me betekende, dat het veel vragen opriep.’ Rosa besluit hem coute que coute te vinden. Pefko noteert: ‘Ik was op zoek naar Levi Andreas en door die zoektocht leerde ik een andere kant van mezelf kennen. Ik zou niet schromen te liegen en te bedriegen om nog meer te weten te komen.’ Rosa reist tenslotte naar een soort einde van de wereld: ‘Niemand wist waar ik was. Ik zou kunnen verdwijnen, opgaan in de struiken, de meren en de gletsjers hier; misschien wel net zoals Levi Andreas. Ook mijn geschiedenis zou nu kunnen verdwijnen. Geluk is niet onmogelijk,’ zei ik een paar keer.’ Pefko heeft zijn roman goed gefundeerd; zijn kleurrijke personages geeft hij intens betekenis door hen in situaties te plaatsen waarbij levensvragen aan de orde komen als: ga je de realiteit aan of vlucht je ervoor? Pefko gaat echt de diepte in en dat in een taal die er niet om liegt.

Ellen de Jong