Kapuściński, Ryszard

Ondergang van een wereldrijk

Van het boek Imperium - Ondergang van een wereldrijk, in 1993 geschreven door de Poolse schrijver Ryszard Kapuściński (nu 70 jr), vertaald door Gerard Rasch, uitgave De Arbeiderspers, verscheen in 2002 de vierde druk.

Nu, ruim tien jaar na de ineenstorting van de Sovjetunie is het fascinerend te lezen hoe een ooggetuige reizend door grote delen van dit, zoals hij schrijft, laatste koloniserende wereldrijk weergeeft hoe erg dit allemaal is geweest, hoe vreselijk het lijden was van een aantal generaties van vele volkeren in de vorige eeuw. Er is moed voor nodig om etnisch/religieuze brandhaarden als Nagorny Karabach, de Armeense enclave in Azerbeidzjaan te bezoeken, vermomd als piloot en in Siberië te reizen zonder de zekerheid inderdaad gezond te arriveren in Kolyma waar honderduizenden dwangarbeiders stierven onder de meest erbarmelijke omstandigheden. De beschrijvingen van wat deze ongelukkigen moesten doorstaan zijn huiveringwekkend.
Hij bereisde vele door de Sovjetunie ingelijfde randvolkeren en het is ook nu nog onvoorstelbaar wat daar allemaal gebeurde. Drie plagen, schrijft hij, bedreigen de mensheid: het nationalisme, het racisme en het religieuze fundamentalisme. Deze drie hebben één gemeenschappelijke noemer: een agressieve, almachtige, totale irrationaliteit. De mens die door deze ziekte is getroffen heeft een gesloten geest met slechts één thema: de vijand. Deze mens wil geen gesprek maar een steunbetuiging.
We lezen van de grote honger waarmee Stalin de onwillige boeren dwong toe te treden tot de kolchozen. Ongeveer dertig miljoen van hen stierven. De knoet van terreur en angst was de middel waarmee de moderne tsaren sloegen.
Kapuściński is een rasverteller, die historische feiten en ontwikkelingen door individuele mensen laat plaatsvinden en niet door functionarissen. Hij beschrijft de mens, boeiend in zijn of haar taaie volharding en tevens berusting. Hij laat ons kennis maken met een vrouw die zes van haar tien kinderen in haar armen zag sterven van de honger en op haar oude dag met hem aan de keukentafel in de pastorie van haar zoon haar verhaal doet. Hij laat ons lopen binnen de muren van het kremlin in Moskou en getuige zijn van de onderlinge machtsstrijd van de élite.
Wat drijft deze auteur, ook bekend door 'Ebbenhout' dat in Afrika speelt om met zoveel ontberingen gepaard gaande reizen te ondernemen?
Hij schrijft 'ik ben het meest geïnteresseerd in de mentale en politieke dekolonisatie van de wereld' en 'de geschiedens voltrekt zich voor onze ogen, op elk ogenblik, elk uur.'

Ellen de Jong