De Rosnay, Tatiana

‘Haar naam was Sarah’: Bestseller van Tatiana de Rosnay

‘De personages in deze roman zijn volkomen fictief. Maar verschillende van de beschreven gebeurtenissen zijn dat niet, met name de gebeurtenissen die in de zomer van 1942 plaatsvonden in bezet Frankrijk, en in het bijzonder de grote razzia van het ‘Vélodrome d’Hiver’, die midden in Parijs plaatsvond op 16 juli 1942. Dit is geen historisch werk en ik heb het ook niet als zodanig bedoeld. Het is mijn eerbetoon aan de kinderen van het Vel d’Hiv’. De kinderen die nooit zijn teruggekomen. En aan degenen die het kunnen navertellen,’ aldus Tatiana de Rosnay in het voorwoord van haar magistrale bestseller ‘Haar naam was Sarah’. Uitgave Artemis & co, vertaling Monique Eggermont en Kitty Pouwels. ‘In het Vel d’Hiv, (een beroemd wielerstadion) werden duizenden Joodse gezinnen dagenlang in erbarmelijke omstandigheden opgesloten. Vervolgens naar Auschwitz gestuurd. En vergast. Er hadden meer dan vierduizend Joodse kinderen tussen de twee en twaalf jaar opgesloten gezeten in het Vel d’Hiv. De meesten van hen waren Frans, geboren in Frankrijk. Geen enkel kind keerde terug uit Auschwitz.’
Sarah Starzinski echter, ziet kans te ontsnappen en overleeft. Ze zag haar ouders en broertje nooit meer terug. Journaliste Julia Jarmond, van origine Amerikaanse, woont met echtgenoot Bertrand en dochter Zoë al jaren in Parijs. Ze heeft nog nooit gehoord van de razzia die zoveel jaar geleden in Parijs plaatsvond. Tot ze opdracht krijgt om naar aanleiding van de herdenking van zestig jaar Vel d’Hiv een artikel te schrijven. Ze gaat op speurtocht en komt er geleidelijk achter hoe een en ander is verlopen. Vanaf dat moment beheerst het Vel d’Hiv haar leven en wordt die afschuwelijke geschiedenis, toegespitst op de persoon Sarah en alles wat met haar te maken heeft, een obsessie voor haar. ‘Mijn pas verworven kennis over de gebeurtenissen van juli 1942 had een kwetsbaarheid in me wakker gemaakt, iets dieps, onuitgesprokens opgerakeld dat me obsedeerde en zwaar op me drukte.’ Temeer daar Julia nog nooit had gehoord van het Vel d’Hiv en zich schuldig voelde. Kostte wat het kost wilde ze achter de waarheid zien te komen. Na grondig onderzoek, waarbij Julia ontdekt dat veel Fransen geen weet hebben van de razzia of hun ogen ervoor gesloten hebben, komt ze stap voor stap achter het geheim van Sarah en haar familie. Het toeval helpt een handje: Julia staat op het punt te verhuizen naar een groter appartement aan de Rue de Saintonge 26. Het blijkt dat zich hier de meest dramatische gebeurtenissen hebben afgespeeld: in dit appartement werd Sarah samen met haar ouders opgepakt en van het ene naar het andere kamp gedeporteerd. Voordat de politie zoveel jaar geleden dit huis binnendrong sloot Sarah haar broertje Michel op in een kast om hem te beschermen. Ze stak de sleutel bij zich en dacht dat ze snel zou terugkeren om hem te bevrijden. De Rosnay hanteert heel kundig twee verhaallijnen: het verhaal van Julia die uiteindelijk achter het geheim van Sarah en haar familie komt, intussen van Bertrand gaat scheiden, ondertussen zwanger van hem, en in New York een ander leven begint. Ze bevalt daar van een meisje en ontmoet er de zoon van Sarah. Julia noemde het meisje: Sarah: de belofte voor een nieuwe toekomst? Dan is er het verhaal van de kleine Sarah die kans ziet te ontsnappen uit een doorgangskamp en liefdevol in een pleeggezin wordt opgevoed en vervolgens naar Amerika vertrekt om haar verleden van zich af te schudden. Wat onmogelijk blijkt. De Rosnay schrijft een aangrijpend relaas over de verschrikkingen die Sarah moet ondergaan: ‘Dit was de ergste nacht. De ergste van alle nachten, voor alle kinderen en ook voor haar, dacht het meisje. De barakken waren helemaal leeggeplunderd. Er was niets achtergebleven, geen kleren, geen dekens, niets. Dekbedden waren in tweeën gescheurd, witte veertjes bedekten de grond als een laag kunstsneeuw. Kinderen die huilden, kinderen die schreeuwden, kinderen die hikten van doodsangst. De kleintjes konden het niet begrijpen en bleven jammeren om hum moeder. Ze plasten hun kleren onder, rolden over de grond, krijsten van wanhoop.’ Walgelijke, mensonterende toestanden die met geen pen te beschrijven zijn. Toch deed De Rosnay het. Bovendien koppelde ze de twee verhalen aaneen tot een overtuigende roman.
‘Een van de mooiste boeken die ik heb gelezen’, aldus auteur Simone van der Vlugt voor op het boek. Ik voeg daaraan toe: Dit boek zal voor altijd in mijn geheugen gegrift staan.



Ellen de Jong