Bachmann, Ingeborg

‘Een dramatische liefde’: Briefwisseling Ingeborg Bachmann-Paul Celan

De bekende dichter en schrijver Paul Celan (1920-1970) was een Duitssprekende jood uit Czernowitz die beide ouders in een Duits concentratiekamp had verloren en zelf een Roemeens kamp overleefde. De al even bekende Ingeborg Bachmann (1926-1973), eveneens dichter en schrijver, was de dochter van een overtuigd Oostenrijks nazipartijlid. Ze leerden elkaar in mei 1948 in het door de geallieerden bezette Wenen kennen, waar zij filosofie studeerde en hij zich na de vlucht uit Roemenië als ‘displaced person’ ophield. Bachmann schrijft aan haar ouders: ‘De surrealistische dichter Paul Celan, die ik twee avonden geleden bij de schilder Jené nog met Weigel leerde kennen en die heel fascinerend is, is stapelverliefd op me geworden, en dat geeft me bij mijn geestdodende werk toch wat spanning.’ Dit is het begin van ‘Een dramatische liefde’, uitgave Meulenhoff, vertaald door Paul Beers, met als inhoud de briefwisseling tussen Ingeborg Bachmann en Paul Celan, Paul Celan en Max Frisch en Ingeborg Bachmann en Gisèle Celan-Lestrange. Ik beperk me in deze bespreking tot de briefwisseling Bachmann-Celan. De liefde tussen Bachmann en Celan is er een die vele hoogte- en dieptepunten kent en zo grillig is als het weer. Vanuit Wenen waar Bachmann afwisselend woont en werkt schrijft ze: ‘Ik hou van je en ik wil niet van je houden, het is te veel en te zwaar; maar ik hou van je boven alles – vandaag zeg ik het je, op gevaar af dat je het niet meer hoort of niet meer wilt horen.’ Van Celans kant is het al niet veel beter, afhankelijk van zijn stemming verafgoodt hij Bachmann, maar verwaarloost en negeert haar ook. Celan heeft veel inzinkingen en depressies die niet alleen met zijn relatie met Bachmann te maken hebben, maar ook met zijn werk dat naar zijn mening te weinig erkenning krijgt. En als hij dan ook nog van plagiaat wordt beschuldigd (de Goll-affaire), stort zijn wereld helemaal in. Door alles heen - zelfs als Celan met Gisèle trouwt, een zoon krijgt en Bachmann met de bekende Duitse proza schrijver Max Frisch gaat samenwonen – blijven ze met elkaar in contact. Hun band is onverbrekelijk. De gedreven briefwisseling is doorspekt met de verschrikkingen van de oorlog en hoe die van invloed zijn op hun werk en hun relatie. Terecht heet het boek ‘Een dramatische liefde’ als titel want zowel Celan als Bachmann maken diepe depressies door en worden zelfs af en toe opgenomen in een psychiatrische inrichting omdat ze hun problemen niet meer aankunnen. Celan verliest uiteindelijk de strijd en pleegt zelfmoord. Bachmann is kapot van verdriet maar blijft overeind, al schrijft ze: ‘Mijn leven is ten einde, want hij is tijdens het transport in de rivier verdronken,’ zegt de droom-ik over de vreemdeling met de zwarte mantel in Bachmanns roman ´Malina´, ´hij was mijn leven. Ik had hem meer lief dan mijn leven.´ In april 1970 had Celan zich in de Seine gestort en was verdronken. Hoewel schrijven centraal staat in hun leven worstelen ze met de taal in hun correspondentie. Er worden brieven niet verzonden, ze mislukken en worden weggegooid. Zou dat een reden kunnen zijn waardoor de lezer geen helder inzicht krijgt in het waarom van de misverstanden en het mislukken van hun liefdesrelatie? Toch laat het boek een onuitwisbare indruk achter, dramatisch als ze is. Hulde aan vertaler Paul Beers die deze briefwisseling met veel inzet en kunde tot een literaire hoogstand verhief, mede door de plaatsing van treffende foto’s en kopieën van brieven en andere gedenkwaardigheden.

Ellen de Jong