Reisel, Wanda

‘Die zomer’ van Wanda Reisel

In Wanda Reisels recente roman 'Die zomer', uitgeverij Querido, speelt de 17 jarige Dana Davidson een hoofdrol. Ze woont met vader, die psychiater is en haar moeder, oudere broer, zus en tweelingbroertje in een groot huis in het Amsterdamse Vondelpark. In de zomer van 1970 is ze er alleen. Het is de tijd van de hippies: de vrije liefde wordt er volop bedreven en Dana's vriendinnen houden er dan ook een losse seksuele moraal op na. Haar vriendin Tessa bijvoorbeeld, laat alles maar gebeuren terwijl Dana zich niet durft over te geven aan haar rijpende seksuele gevoelens, al geeft ze zich wel, mondjesmaat, over aan haar biologieleraar Ted. Ze is tenslotte een kind van haar tijd. Hoewel ze wel meer zou willen toegeven aan haar verlangens, is ze er bang voor. Haar Parijse vakantie met Tessa eindigt dramatisch. Tessa stort zich in het wilde nachtleven met alle gevolgen vandien. Dana verzet zich daartegen, vlucht naar huis en voelt zich onbegrepen en eenzaam. Ze weigert zich te conformeren, zoekt naar haar eigen identiteit. Reisel schrijft: 'Jezelf zo goed mogelijk verkopen was de kunst, maar daar had zij helemaal geen zin in. Ze zag het gewoon niet als een van haar taken in het leven om overal maar aan te voldoen.' Dana wil haar 'eerste' keer bewaren voor iemand waar ze echt van houdt. Ze is in die zin een buitenstaander die niet past in een tijd van seksuele revolutie. In een vloeiende taal beschrijft Reisel hoe Dana vecht om zich staande te houden en zichzelf trouw blijft, hoewel er zoveel tegenstrijdige gevoelens in haar huizen. Knap hoe Reisel dit meisje portretteert, enerzijds een kind van haar tijd, anderzijds niet.

Ellen de Jong