Oosterhuis, Huub

Gedichtenbundel va Huub Oosterhuis

Huub Oosterhuis publiceert naast liederen en theologische essays regelmatig vrije poëzie, zoals de succesvolle bundel 'Godweet komt het goed'. Hij is oprichter van Stichting School der Poëzie en hoofdredacteur van 'Roodkoper'.
In 'Wie bestaat', uitgave Ten Have, foto auteur Bert Nienhuis, kijkt Oosterhuis terug op zijn leven. Oosterhuis dicht over zijn verlangens in 't algemeen en in 't bijzonder zijn Godsverlangen, de liefde voor zijn dierbaren waaronder zijn kinderen en kleinkinderen en zijn vriendschap met Prins Claus. Ook schrijft hij verzen over de dood van zijn vader en zijn broer en hoe een mens in staat is dat te verwerken. Maar Oosterhuis heeft het in deze uiterst persoonlijke bundel ook over zijn liefde voor de taal en de Bijbel. Ik citeer het vers 'Zondag': 'Op ronde wielen/door zonovergoten velden/gleed ik/ naar de afgesproken plaats/waar ik de woorden/zou geven. Vrolijk keerden/de gekomenen huiswaarts. Op vierkante wielen/schokte ik/terug naar de spelonk/waar ik de woorden/ontvang.'
Over het dichten zelf en over zijn beleving van het priesterschap en van het zingen, 'Laat mij maar zingen mijn hart op mijn tong', maakt hij de lezer eveneens deelgenoot. In het gedicht 'In de spiegel' zien we een kwetsbare Oosterhuis: 'Wat heb ik stom geleefd/mensen niet gezien/zon gemist. En wat ik wel zag/weet ik niet half. Vanmorgen zag ik/mezelf in de spiegel/het kind dat ik was/ en toen ik het was/niet wou zijn.' Evenals in 'Gedroomde god': 'Ik droomde/ik was bezig te veranderen/in een smalle langharige hond/zo'n lieve die aan je voeten komt liggen/ik was halverwege/ook wist ik/dat ik schuldig was/aan kwaad eeuwig bedreven/en er bestond geen vergeving.'
De hele bundel is trouwens een afspiegeling van Oosterhuis' gevoelige persoonlijkheid die bovendien in staat is bezielde poëzie te schrijven, diepe emoties te verwoorden zonder een zweem van sentimentaliteit. Zijn stem op de bijgevoegde CD geeft nog meer glans aan zijn gedichten.

Ellen de Jong