Gelhorn, Martha

‘De ogen van miljoenen’: Indrukwekkende verzameling brieven van Martha Gelhorn

De oorlogscorrespondente, romanschrijfster en journaliste Martha Gelhorn (1908 - 1998) leefde in een tijd dat brieven schrijven als vanzelfsprekend bij het leven hoorde. Ze schreef er talloze. Aangezien Gelhorn veel reisde - ze bezocht meer dan vijftig landen, en ging naar de fronten van vele belangrijke internationale conflicten van de 20e eeuw - en zelden lange tijd achter elkaar thuis was, geven die brieven (die ze dagelijks schreef) structuur aan haar leven. Op haar twintigste jaar begon ze met reizen en hield er nooit meer mee op: 'Ik hoef maar naar een ander land te gaan, met een andere lucht, taal of landschap, om te voelen dat het leven de moeite waard is.' De belangrijkste mensen met wie ze brieven wisselde waren onder meer haar moeder Edna, aan wie ze veertig jaar lang bijna dagelijks heeft geschreven; Ernest Hemingway, met wie ze acht jaar lang met tussenpozen heeft samengewoond, al waren ze maar vier daarvan echt getrouwd; Sandy Gelhorn, haar aangenomen zoon; Eleanor Roosevelt, met wie ze in 1936 bevriend was geraakt; William Walton, Diana Cooper, Betsy Drake en Victoria Glendinning. De verzameling brieven (1930 - 1996) die redactrice Caroline Moorehead, vertaling Christien Jonkheer, uitgave Meulenhoff, uitkoos, onder de titel 'De ogen van miljoenen', gaan vanzelfsprekend ook over de Tweede Wereldoorlog en over de oorlog in Vietnam en getuigen van een grote sociale betrokkenheid. Gelhorn was van jongs af aan verontwaardigd over het onrecht in de wereld. Behalve haar brieven die over politieke kwesties gaan zijn er ook een groot aantal die boeken en schrijvers tot onderwerp hebben. Maar vooral gaan haar brieven over het overleven, over de beproevingen van het bestaan, hoe je op de been kunt blijven zonder anderen kwaad te doen en daarbij zelf tot op zekere hoogte gelukkig kunt zijn. 'Vanaf het eerste moment van waarnemen tot aan de dood', heeft ze tegen haar stiefzoon Sandy Matthews gezegd, 'is het leven een probleem voor wie het leeft.' En haar brieven gaan tevens over oorlog en armoede, over haar hoop door te breken als romanschrijfster (ze schreef onder meer 'Travels with Myself and Another'), en over haar teleurstellingen in de liefde. Tevens beschrijft ze heel beeldend over landen als Afrika, Cuba, Panama en over vele Europese hoofdsteden. Ze geven al met al een schitterend portret van Gelhorns persoonlijkheid vanaf de dag dat ze op haar tweeëntwingste met haar schrijfmachine in Parijs aankwam, opgewonden, gretig en vol verwachting. Gelhorn had een wispelturige aard, ze was rusteloos en bij tijd en wijle melancholisch. Als ze reisde was ze happy. 'Reizen is de beste oplossing. Voyageur sur la terre. Antwoorden overbodig. Alleen de Schepping aanschouwen.' Maar ze hield ook van hard werken. Boven haar bureau hing dan ook Mauriacs spreuk 'Travail: opium unique.' 'Als puntje bij paaltje komt is werk het enige dat me niet verveelt, deprimeert, of aan het twijfelen brengt. Het is het enige waarvan ik weet dat het op zich volledig en onvoorwaardelijk goed is, ongeacht het resultaat.'
Gelhorn had vele kanten: ze kon heel lief en ontwapenend zijn, had veel gevoel voor humor, maar kon ook kwaadaardig zijn. Ze was toegewijd maar ook gemakzuchtig. Boven alles komt ze echter naar voren als een eerlijke, kwetsbare, maar vooral moedige en krachtige vrouw. Later toen ze oud was geworden en getekend door het leven werd ze een wijze vrouw. En ook een die vindt dat ze te weinig lummeltijd heeft en noteert: 'Mijn nooit vervulde droom: niets te hoeven behalve thrillers lezen, whisky drinken en lanterfanten.'
Een aantal treffende en ontroerende passages uit de vele brieven die ze aan haar moeder Edna schreef, die ze aanbad, wil ik graag aanhalen: 'Mijn enige geliefde, lieve kleine Fotsi van me, jij hebt míj in leven gehouden, je bent mijn land en mijn kompas geweest, de enige echte warmte voor mijn hart. Ik zal de volmaakte wegen van jouw hart proberen na te volgen. Ik hou van je, nu en altijd, meer dan van wie dan ook, ooit.' En:
'Ik had mijn moeder en wat zij me heeft gegeven is dit: één mens op aarde was altijd bereid naar me te luisteren, wat er ook gebeurde.'
Martha Gelhorn nam op 16 februari 1998, negenentachtig jaar oud een pil in die ze een paar jaar daarvoor speciaal met dat doel had aangeschaft, en stierf. Ze woonde nog steeds zelfstandig, had talrijke toegewijde vrienden, maar bracht de steeds grotere worsteling die het leven was geworden niet meer op. Ze zag niet genoeg meer om te lezen, schrijven of reizen en leed aan eierstok- en leverkanker. 'De dood stelt niets voor', had ze jaren daarvoor eens tegen haar vriendin Betsy Drake gezegd. 'Het enige wat je moet vrezen is de manier van sterven.'
'De ogen van miljoenen', in feite een autobiografisch document, is van onschatbare waarde. Niet alleen omdat het een fascinerend beeld van de twintigste eeuw geeft maar tevens een vrouw laat zien die onverschrokken tot het laatst toe het heft zelf in handen nam en het leven intens leefde met alle ups en downs.

Ellen de Jong