Horst, Walter van der


Walter van der Horst exposeert bij Galerie Geurs in Amsterdam

'Ik ben eigenlijk een beeldbouwer en geen beeldhouwer'



Walter exposeert met bronzen beelden, tekeningen en penningen. Walters vader was drukker en er was altijd veel papier in huis waarop hij, van alles, heel realistisch kon tekenen. In zijn puberteitsjaren werden het strips waar hij zich mee bezighield. Hij volgde de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Walter: 'Ik ging er als tekenaar heen en dacht te gaan schilderen. In het basisjaar vond men dat ik het beste was in beeldhouwen en toen ben ik, 'volgzaam' als ik ben, dat gaan doen. Vervolgens moest ik zelf ontdekken wat ik wilde, voorop stond dat het zinnig moest zijn. Op de Academie word je geleerd dat alles kan en mag, maar wat is dan nog zinvol? Als de maatschappij God heeft doodverklaard en zich daar niet meer op kan fixeren is er geen centrum meer. Toen, bijna Boedistisch gedacht, kwam ik tot de conclusie: geef de leegte een plek. Ik ging maquettes maken van lege ruimtes. Als een omcirkeling, om het op die manier dragelijk te maken, ermee om kunnen gaan. Vandaar bijvoorbeeld mijn beelden met huizen, die zo'n leegte symboliseren. Dat geeft meteen aan dat het niet leeg is want er wonen mensen in, daar gebeuren dingen in. Zo is het begonnen.'
In Walters atelier iets buiten Amsterdam valt nu met de herfst veel licht. Zijn beelden baden erin. Ze zijn van donkerbrons, bijna zwart, toch zijn ze niet somber, integendeel. Vrolijk en speels componeerde Walter 'Bloemstuk in Blauw', een beeld waarin hij zeer vakkundig en artistiek glaskralen en hairextensions verwerkte. Zijn tekeningen hebben datzelfde, op 't eerste gezicht donker van lijnvoering, maar bij nader inzien hebben ze iets lichts. Niet te verwarren met iets oppervlakkigs. Verre van dat: er zit een filosofische gedachte achter: de leegte opvullen met iets zinnigs. Zonder dat het te beladen wordt. Walter zegt in dat verband: Ik maak collages, ik speel met surreële ideeën zonder 'Kijk mij eens gedrag'.
Ik verzamel hier op de tafels allerlei zaken als bladeren, bloemetjes, tuiten van gebroken theepotten, enzovoort. Ik ga daarmee aan 't knoeien, al heb ik wel een vaag idee van iets. Een bloemstuk bijvoorbeeld is iets voor de schilder Kees Verwey, maar niet voor een beeldhouwer. Ik ga het dan toch proberen en werk er vrij snel naartoe. Ik loop hier te ijsberen, kijk naar dingen, pak ze op, leg ze weer neer, blader in een boek, nu bijvoorbeeld Moby Dick en op den duur weet ik: zo moet het eruit gaan zien. En dan is het snel gepiept.'
Op een gegeven moment kreeg Walter het idee om met Märklin huisjes te spelen, die iets kitscherigs hebben. Hij kocht er een en deed er een rubber malletje om. Hij pakte een koffiekopje op, hield dat erboven en zag toen ineens dat daartussen kraaltjes hoorden. 'Dat was moeilijk te verwezenlijken, maar je ziet, 't lukte. Het heet (It) 'Beads Me!' (dubbele betekenis, Beats me, geen flauw benul en Beads zijn kralen). Zo'n combinatie roept bij iedereen weer wat anders op.'
Walters kunst roept bij mij gevoelens op van verbazing en herkenning, van iets wat er altijd al geweest is, een oergevoel. Zijn beelden zijn opgebouwd, 'ik ben eigenlijk een beeldbouwer en geen beeldhouwer', uit huisjes, theepotten en tuiten, vazen en bloemen, en allerhande andere attributen, hoogst origineel en inventief in elkaar gezet.
En poëtisch als zijn 'Flowers of Romance'.


Zinnebeeldig

'Mensen', zegt Walter, 'plakken me vaak het etiket op van een kunstenaar die thema's als huisjes, theepotten en tuiten hanteert. Onzin. Ik laat wel eens een theepot vallen en die tuit die er overblijft leg ik weg op m'n tafel met andere spullen, waar ik op een dag wat van bouw, zoals ik dat vroeger als kind met legosteentjes deed. Die dingen waar ik nu mee bouw zie ik als archetypes die mensen herkennen en er een bepaald gevoel bij krijgen. Zoals bijvoorbeeld het beeld 'Rozenhuis' (een huisje ingebed in een weelde van opengevouwen rozenblaadjes) roept romantische gevoelens op, het is een zinnebeeldig beeld, de kern van m'n werk. Evenals mijn penningen die ik 'The last hotel' als naam gaf; die roepen melancholische gevoelens op.'

Pennen en tekeningen

Walter loopt naar een kastje en haalt er een penning uit. Er komen er op de expositie drie te liggen. Hij legt er een in m'n hand. 'Voel eens'. Aan de achterzijde prikt die, het zijn rozendoornen. Leuk grapje. Walter lacht, ik ook.
En dan zijn er ook nog ettelijke tekeningen te zien. Eén wil ik er noemen: 'Het ritueel'. Een slanke, blote vrouw zit schrijlings op een grazend & urinerend paard. Ze heeft een theepot in haar hand, ze schenkt eruit. Een straal vocht mengt zich met die van het paard. De tekening doet me goed, laat me glimlachen. Walter maakte er met gemengde technieken een fraai beeld van, dat eigenlijk niet te benoemen valt. 'Het woord bindt', zegt hij, dat is gevaarlijk. Maar als je er dan toch iets over wil zeggen: Ik zoek wel een beetje naar de georganiseerde onzin.'

Ellen de Jong

Van 31 oktober t/m 20 december. open: do t/m za 13.00 - 17.00 uur en de eerste zondag van de maandag
NZ Voorburgwal 371, Amsterdam
www. waltervanderhorst.nl