Van der Venne, Gerda 2017

Portret van een bevlogen kunstenaar

Beeldend kunstenares Gerda van de Venne was docent handvaardigheid en Cultureel Kunstzinnige Vorming aan HAVO en VWO in Amsterdam. In 2005 ging ze zelf aan de slag  en na haar pensioen in 2011 nog intenser. Ze is gespecialiseerd in klein plastiek en het portretteren van mensen in brons, vaak in opdracht.

Ik spreek haar in haar huis in hartje Baarn. We zitten aan de tafel, ik heb het uitzicht op een terracotta beeld. Het is een bevallige jonge vrouw: “Vrouwen lopen als een rode draad door mijn werk”, zegt Gerda. “Waar je nu naar kijkt is een zittend vrouwenfiguur met een been iets opgetrokken, ze maakt een gebaar, waarmee ze zich opricht en iets vasthoudt,  in dit geval een rode roos op een lange stengel, bijna een beginnende danshouding. Ik heb haar gezicht vaag gehouden, het kinnetje iets opzij, begin van een beweging net als dat voetje dat ze iets omhoog trekt, zoals haar hele lichaam een begin van een beweging is. Ik ben altijd met de dans bezig geweest. Ik heb met opzet haar gezicht vaag gehouden omdat de toeschouwer dan ook nog wat te raden heeft. Het beeld noemde ik ‘Beweging’.”

Dans

Gerda maakt klein plastiek, dat zijn letterlijk kleine beeldjes. “Met name bronzen, die ik eerst in was maak en later laat gieten. Vrije plastieken, die volledig uit mijn eigen verbeelding, fantasie en inspiratie voortkomen. De dingen die me boeien. Veel hebben ze te maken met onderwerpen als dans, vrouw, moeder en kind. Ook portretten zijn een belangrijk thema van me, ik heb inmiddels mijn hele familie geportretteerd! Dit voorjaar ben ik gestart met gelijkende portretten in was, en behalve dat ik ze wil doen lijken, dat diegene die ik portretteer zegt: dat bén ik, wil ik ook iets vangen van die persoon waarvan ik vind dat het de essentie van zijn of haar karakter uitstraalt, op dát moment. Ik kies nu voor het uitbeelden van wat oudere mensen, omdat ik erg gefascineerd en gepassioneerd ben door getekende gezichten, mensen die een hoofd hebben waar het leven overheen is gegaan. Dat vind ik krachtig, zowel bij vrouwen als bij mannen.” 

Poseren

De mensen waarmee Gerda afspraken maakt dienen twee keer te poseren: “en dan komen ze voor de hele dag. Ik begin de eerste sessie met het maken van foto’s, van voren, van opzij, van boven, kortom heel veel foto’s. Tussen die twee poseersessies die minstens een maand uit elkaar liggen, werk ik aan de hand van de foto’s verder. Ik zal je zeggen dat een portret maken telkens opnieuw beginnen inhoudt. Steeds afbreken, want de contour of het profiel is niet goed, of de volumes kloppen niet. Ik zorg ervoor dat de temperatuur in de kamer goed is, is de was hanteerbaar, wil die wat ik wil, en dan ga ik de vormen opbouwen. Iedere persoon heeft een hoofd dat anders op de romp staat. Dus de stand van het hoofd, het volume van de achterkant van de schedel, het profiel, om maar eens een paar dingen te noemen. Zeker bij een ouder gezicht, hoe is onder meer de huid, is die erg geplooid of golvend, hoe loopt die, en hoe staan de oren? Ik ben blij als ik bij de eerste sessie een beginnetje, een basis heb. Later ga ik verder aan de hand van de foto’s en ook van de schetsen die ik maakte en al doende komt de uitdrukking die ik wil uitbeelden er dan steeds meer in.” Is het ooit af, vraag ik Gerda, want er zijn kunstenaars die als het beeld al in brons gegoten is er nog aan knutselen. “Bij een portret zeker niet. Maar”, ze lacht en wijst op haar beeld in de vensterbank:‘Lopende vrouw’: “Dat heb  ik zeker bij haar ook gedaan! Het is een enigszins surrealistisch beeld waar ik behoorlijk aan heb zitten polijsten. Omdat ik niet tevreden was met de textuur.”

Atelierroute

 Gerda doet voor de tweede keer mee aan de atelierroute op 26 en 27 augustus. Ze bouwt haar tentoonstelling in de voorkamer op: een stormvloed van beelden, vol beweging en elan: Bevlogen kunstenaar die ze is.

Ellen de Jong   2017

www.gerdavandevenne.nl