Haas, Laetitia de

In Museum Rijswijk is van 4 mei tot en met 2 juni een tentoonstelling te zien van werken van Willy Belinfante, haar dochter Laetitia de Haas en haar schoonzoon Hendrik Jan Visser.

In de meeste schilderijen van Willy Belinfante spelen mensen de hoofdrol. Ze beeldt ze af op party's, recepties, vergaderingen en promoties. Belinfante is de geamuseerde toeschouwer, met een scherp observatievermogen; bekijkt het geheel met een kritische blik en geeft verrassend de leegheid en het onpersoonlijke van de samenkomsten weer. Met milde spot verbeeldt ze haar typetjes. Ze zoekt in haar werk naar een evenwichtige compositie en bouwt haar voorstellingen in samenhangende kleurvlakken op. Kleuren zijn belangrijk voor haar, ze hebben zeggingskracht en bepalen de sfeer en emotie van haar afbeeldingen.

Hendrik Jan Visser schildert hoofdzakelijk stillevens en landschappen in tempera of acrylverf op papier. Hiervoor zoekt Visser vruchten, gebak, taartjes of gebruiksvoorwerpen bij elkaar en rangschikt deze, op vaak bedrieglijk eenvoudige wijze, tot evenwichtige composities. Vorm, kleur en sfeer zijn de belangrijkste elementen in het werk; hij bekommert zich niet om details. De voorwerpen in zijn stillevens lijken haast in één kleur geschilderd. Slechts minieme kleurnuances en schaduwpartijen verlenen de voorwerpen hun plasticiteit en geven diepte aan de voorstelling. Doorgaans zijn ze geschilderd in zachte, pastelachtige tinten. Voor zijn landschappen, meest gesitueerd in Zuid-Europa, kiest Visser fellere kleuren om de blauwe luchten, het heldere zonlicht en de weerkaatsing daarvan in het water te verbeelden.


Gesprek met Laetitia de Haas

Laetitia de Haas (1948,Voorburg) woont in Amsterdam-Zuid. Haar huis is een openbaring voor me: een ruim, wit sprookjes paleis, met witte meubelen, witte lampen en zelfs de poes is, uitgekiend, wit. Laetitia is de blonde fee, gehuld in een zwarte pantalon met grijs-wit gemêleerd vestje, om haar hals een grijs glanzend halssnoer, die door haar persoonlijke touch inhoud geeft aan de dingen die ze in de loop van haar leven vergaard heeft. Wat kleur geeft in haar interieur is niet alleen zij, maar ook haar werk en dan vooral het stilleven, aan één van de witte muren dat zicht geeft op blauwe violen in een bak, gecombineerd met een tinnen theepot- en kan waaruit vrolijk fluitekruid ontspringt en een bonbonnière met pastelkleurige eitjes. Dit alles zorgvuldig gerangschikt op wit kanten tafellinnen. In het echt drinken we kruiden thee uit gifgroene koppen, terwijl mijn oog ondertussen geniet van een witte schaal opgemaakt met paarsige hortensia's. Alles is met elkaar in harmonie en tot in de puntjes verzorgd, niet van deze wereld, en dàt is haar werk ook niet. Laetitia schept super romantische tafereeltjes of het nu tuinen en binnenplaatsjes, interieurs van huizen, of terrasjes, restaurants of stillevens zijn. De hand van de meesteres geeft uiterst minutieus vorm aan deze items. Het is een wereld van orde, evenwicht en perfectie. De mens zou die orde alleen maar verstoren, vandaar dat Laetitia hen maar weglaat, wat moet ze ook met die stoorzenders in haar lieflijk paradijs.




Het is mijn handschrift


Jullie exposeren met z'n drieën. In hoeverre ben je beïnvloed door je moeder?

"Dat is moeilijk te zeggen, ze werkt heel anders. Maar ik heb natuurlijk vanaf mijn prille jeugd gezien dat ze tekende en schilderde en vanzelfsprekend volgde ik haar voorbeeld. Ik vond het ook het leukste wat er was en ging naar de Rietveld-academie; studeerde daar van 1965 tot 1969 aan de afdeling Grafiek. Daarna gaf de surrealistische schilder Melle, pseudoniem van J. Oldeboerrigter, me een jaar lang les om mijn techniek van het schilderen te verbeteren. Opvallend is dat in mijn moeders werk mensen de hoofdrol spelen, terwijl ik ze weglaat. Vroeger waren ze nog wel eens aanwezig maar tegenwoordig niet meer. Het grappige is dat in mijn leven veel mensen voorkomen, ik ben heel sociaal en houd van ze, ben ook nieuwsgierig naar hun wel en wee. Mijn moeder daarentegen is helemaal niet zo dol op mensen, dat zie je in haar werk. Ze heeft een wat spottende en soms cynische kijk op hen en vindt dan ook dat ik een veel te druk maatschappelijk bestaan heb met diners en afspraken en daar snapt ze niets van. Als jong meisje vond ik het moeilijk om contacten te maken, ik was nogal op mezelf en tekende altijd kinderen die ik in mijn leven wilde. Zodra ze er waren bleven ze weg in mijn werk. Heel frappant."

Laetitia werkt niet in een apart atelier, ze heeft in haar eigen huis een plek voor zichzelf ingericht. Haar etspers, die ze deelt met haar moeder, staat elders. Het grafische werk van moeder lijkt ook niet op dat van Laetitia.
"Ik ets anders, ben veel grafischer, zij schildert het meer. Zowel etsen als schilderen doe ik even graag, het is een leuke afwisseling, maar tegenwoordig schilder ik weer meer. Het is rustiger, etsen is tamelijk hectisch en je ziet eigenlijk niet wat je doet, als het af is zie je het pas en is het moeilijk corrigeren. Als je schildert zie je het onder je handen groeien en zijn dingen gemakkelijk te veranderen."

Wat wil je vooral in je werk laten zien, waar gaat het je om?

"Ik laat zien wat ik zelf zie en ben er altijd mee bezig. Ik kijk eeuwig om me heen en dan vallen mij dingen op die een ander ook wel ziet, maar wellicht aan voorbijgaat. Ik let op de allerkleinste details en schilder dingen die niet rondom me aanwezig zijn. Mijn huis is een beetje als ik zelf ben, maar ik schilder nooit iets wat ik heb, want dat heb ik al. Het gaat om een beeld dat boeit en wat ik vast wil houden."

Laetitia schildert subtiel en zorgvuldig, wild schilderen is haar vreemd. Alle elementen in haar voorstellingen heeft ze nauwkeurig bestudeerd en met kleine, beheerste penseelstreken gedetailleerd weergegeven. Laetitia:
"Het is mijn handschrift en daar ben ik tevreden mee. Ik houd deze signatuur, kan er steeds verder mee, heb onderwerpen genoeg en ben blij dat mensen het mooi vinden. Ik heb altijd van mijn werk kunnen leven en dat is een goede drive, maar als ik niet verkocht zou ik het toch niet kunnen laten."

Ellen de Jong