Blans, Nic

Nic Blans exposeert van 29 mei tot en met 20 juni in de Kopzaal van Pulchri Studio.

Wat er staat, staat er

Nic Blans (Scheveningen,'43) over zijn vader: "Hij was een van de weinige, abstracte schilders van Pulchri. Blans junior ziet in eerste instantie niets in een interview:
"het snijdt zelden hout."

Ik dring niet aan, maar hij zwicht als ik zeg dat hij niet hoeft. Laat Blans nu zijn leven lang gewild hebben, niet te moeten! Hij heeft geen fax, geen e-mail, zelfs geen website.
"Zou eigenlijk wel moeten, mijn werk op die manier aan de man brengen. Maar ja, ik ben niet zo'n netwerk figuur. Vroeger toen ik nog zo druk in de weer was met grafiek en zelfs uitgenodigd werd voor een grafiek Biënnale, had ik dat gevoel wel van: je groot en sterk maken." Blans zet kracht bij deze woorden, heft beide armen, toont zijn opgebolde biceps.
"Nu realiseer ik me dat, hoe meer je weet, je eigenlijk niets weet en meer met jezelf bezig bent dan met de wereld."
Hij woont in Scheveningen, een dikke steenworp van de zee af. Voor ik met hem er in ga schep ik een luchtje. Koud, grijs winterlicht beschijnt het strand met hier en daar een spelend kind, een man met een hond, een ruiter te paard. Later verwarmt een ouderwetse zwarte gaskachel mij èn twee zoete broodjes verpakt in alumiumfolie.

Wat aardig van je en ze zijn nog warm ook.

"Om eerlijk te zijn, ze zijn over van gisteren." De thee is wel van nu: Earl Grey, straight tea.

"Ik heb lang gedacht: alles behalve schilderen, dat is voor de hand liggend met zo'n vader,
al blijk je door je opvoeding een basis interesse mee te krijgen. Door wat je meemaakt in je leven, ik ben in dienst geweest, heb veel alleen gereisd, kreeg ik, met mijn bepaalde karakter, een sterk relativerende kijk op het bestaan. Rond mijn zesentwingste jaar dacht ik: de meest elegante oplossing voor de absurditeit van het bestaan is zoiets immaterieels en onpraktisch als de beeldende kunst. Ik ging naar de Vrije Academie, deed er grafiek en gaf er ook les in. Tot tien jaar geleden ben ik daar mee bezig geweest. Toen had ik geen zin meer in die prentjes met dat glas ervoor en besloot te gaan schilderen, ook vanwege het formaat en het overslaan van de tussenfase van de techniek, want dat ging me tegenstaan. Rond de anderhalve meter vind ik een handzame grootte. Een klein overzicht van mijn schilderijen van de afgelopen tien jaar zul je op de tentoonstelling zien."

Eén wand van de kamer werd beheerst door zo'n formaat doek. Een compositie van acryl op linnen: een aantal wijn glazen opgesteld in een kring tegen een achtergrond van paarsig uitgelopen vocht. Stokjes her en der geven een speels accent: "ik heb eigenlijk nooit echt abstract gewerkt, meer abstraherend, stilerend. Ik gebruik, beter misbruik, vaak herkenbare vormen, als element, als laag. Als ik iets niet ben, in de klassieke zin is het een romantisch schilder: van lekker kwasten op het palet en nat in nat door elkaar. Voor mij moet er een hoge graad van helderheid en uitgesprokenheid zijn. Ik heb, om het aardig te zeggen, weinig met de suggestieve, vage kant van de schilderkunst, waarbij de kijker van alles kan bedenken. Ik ben voor statements, visueel gezien, wat er staat, staat er. Helder en duidelijk. En wat het verhaal of de betekenis betreft: los van de visuele gelaagdheid zit er voor mij een soort literaire opbouw in, niet in de letterlijke zin van verhalend, maar visueel mededelend. Dat er binnen een schilderij een soort zichtbare logica zit waardoor elementen die qua beeld of techniek niet zo bij elkaar passen toch met elkaar een geheel vormen dat, als je goed kijkt een verhaal oplevert. Wat ik de laatste tijd merk is dat ik steeds meer mezelf bewust op het verkeerde been wil zetten. Ik begin onbezonnen met een kleur of een vorm of een abstract idee - reagerend op een vorig werk of op een stemming, en die wisselt nogal eens - en daag mezelf later uit. Zoals bij dit schilderij met die glazen: eerst die grote natte vlek en later componeer je een vraag en antwoordspel binnen je eigen handelen en bouw je een verhaal op. De gelaagdheid van die platte kleurvlek met de suggestie van de transparantheid van de glazen en dan mijn lol met de derde laag met die stokjes die op een gekke manier op de glazen liggen, een spel van taal binnen je schilderij. Onlogisch en toch logisch. Kleur betekent voor mij een signaal, contrasterend, onderscheidend, niet mooi."

Visie



Blans vervolgt: "Schilderkunst vind ik de Koning van de Kunsten, ze is het meest abstract in de zin van: je heb het minst nodig, het is plat, het is niets, haast immaterieel. En met een paar druppels verf kun je een hele wereld creëren en daar gaat het ook om, uiteindelijk. Het is de enige lol ervan, dat je voor jezelf steeds weer in de chaos, in de absurditeit van het leven even de mogelijk hebt als een soort God in je eigen wereld orde te scheppen, hoe onzinnig en onlogisch ook voor een ander. Maar dat is de aantrekkelijkheid ervan. Daarom ben ik ook tegen het vervalsen van je eigen dingen. Op een bepaald moment merk je dat een zeker werk aanslaat. Dan is de verleiding groot om zoiets te herhalen. Het uitmelken van een onderwerp deed ik in mijn grafiek nog wel, maar sinds ik schilder ga ik meer het avontuur aan. Mijn schilderen is een individuele activiteit, ik doe het voor mezelf al vind ik het leuk als mensen er iets in zien. Maar het is niet belangrijker dan lezen of een verhouding die je hebt, het is maar een onderdeel van mijn bestaan. Ik mis die hele kant van me profileren via de kunst, ik weet dat het pure luxe is, het is gewoon geluk als je het zo kan doen."

In het aangrenzend atelier zijn visie op doek: wat er staat, staat er.


"Ik ben me zo bewust van de betrekkelijkheid van alles, maar het aantrekkelijke van schilderen is dat je tot het uiterste kan gaan in wat jij vindt zoals het moet. Een extreem soort eigen wet opleggen: zo moet het en niet anders. Zonder dat je je er iemand tekort mee doet, het is alleen maar binnen jezelf verantwoording afleggen. Ik denk eigenlijk meer dan ik schilder."

Regels van de dichter Nijhoff schieten me te binnen aangaande de betrekkelijkheid van het leven: ik heb een gedicht of wat geschreven, ik heb een vrouw of wat bemind. Blans reageert er onmiddellijk op: "ik vergelijk mijn schilderen met dichten. Hoe het dan zit? Je gaat met taal ergens omheen, je benoemt het niet letterlijk al is het wel helder, maar toch ook weer niet expliciet. Dit heb ik ook bij mijn werk, dat, zoals ik al zei, slechts een onderdeel van mijn bestaan is. Een vrouw of wat heb ik ook bemind, maar ik ben blij met de laatste."

Ellen de Jong