Roos, Eddy 2015

Eddy Roos Beelden en Tekeningen in Slot Zeist: “Hoe werkt een beeld in de ruimte?”

Het credo ‘Beeldhouwkunst is architectuur, architectuur is beeldhouwkunst’, is het uitgangspunt in het werk van Eddy Roos. Dit was ook het credo van één van zijn illustere voorgangers: de beeldhouwer Jan Bronner (1881-1972). In welk opzicht was hij je grote voorbeeld? vraag ik Eddy, die al vijftig jaar beeldhouwer is, en waarom? “Omdat hij als eerste in de Nederlandse beeldhouwkunst begon te praten over: architectuur is beeldhouwkunst en beeldhouwkunst is architectuur. Bronner heeft een enorme invloed gehad op de Nederlandse beeldhouwkunst en ook op mij evenals Paul Grégoire. Grégoire zocht net als Bronner naar de bewegingslijn in de ruimte, de arabesk. Ik ontdekte in de danshouding ‘de arabesk van een beeld’, die zich in de curve van de rug aftekent. Mij sprak vooral aan dat Bronner het beeld vertaalt in architectuur. Ik deel zijn opvatting over hoe een beeld in de ruimte werkt. Overigens worden mijn beelden wel vergeleken met die van Rodin die ik weliswaar zeer bewonder, maar hij had toch een andere opvatting over beeldhouwkunst dan ik.” 

Hoe begon Eddy te werken? “Ik begon figuratief, op mijn dertiende, veertiende jaar, toen ik op de Montessorischool zat.  Er was daar een beeldhouwer die mij inspireerde. Later ging ik naar de Rijksacademie en trokken de gedeformeerde vormen van Henry Moore mij aan. Ik onderzocht toen abstracte beeldhouwkunst, maar ging toch weer terug naar figuratie.” De beelden die ik hier om me heen zie (we zitten in de tentoonstellingsruimte) zijn zeer herkenbaar, zeg ik tegen Eddy. “Het gaat mij niet zozeer om de herkenbaarheid, om het figuratieve in de zin van het nabootsen van een model, passend in een verhaal, maar veel om de vraag: past een beeld wel in de architectuur en is er een eenheid te vinden tussen architectuur en beeldhouwkunst?"

Eddy maakt voornamelijk beelden van vrouwen, een enkel beeld betreft een man. “Ik werk veel met dansers en de meeste mannendansers zijn toch macho figuren, niet allemaal hoor! Maar als je thema’ s als tederheid of aanraking hanteert krijg je een andere machtsverhouding. Dat is niet het geval bij twee danseressen, die zijn echt met emotie bezig. En dat vind ik boeiend.” Eddy volgt met zijn beelden de gulden snede, “daar moet ik altijd veel moeite voor doen bij het inrichten van een tentoonstelling, want het werkt heel precies. Maar als ik mijn werk hier zo zie staan vind ik het mooi, omdat het klopt. De gulden snede is mijn leidmotief. Uitgangspunt is dat de menselijke maat in harmonie wordt gebracht met de bestaande verhoudingen in geometrie en symmetrie.”           Selectie                                                                                                                    “Ik selecteer op beweging, die kijkt die kant op en die kijkt een andere kant op. Dat je een spel krijgt tussen de verschillende bewegingen.” Dans speelt ook een belangrijke in de tekeningen die hij maakt met Siberisch krijt. Ze hangen prachtig vooral nu het zonlicht er op valt. “Toen ik achttien jaar was ben ik moderne dans gaan beoefenen, maar dat heb ik niet lang gedaan, ik was te druk op de Rijksacademie. Toen ik in 1980 in Wuppertal was, werd ik getroffen door de dansen van Pina Bausch, zij was één van de pijlers van de Duitse theaterdans. Daar ben ik gaan tekenen. De dansen van Martha Graham die ik een keer zag optreden raakten me ook diep. Ik stond aan de grond genageld, om de emotie die eruit sprak. En die emotie breng ik tot uiting in mijn werk, zowel in mijn beelden als in mijn tekeningen.” Als ik na ons gesprek onder meer ‘Liggende Lennie, ‘Ether’, ‘Liesbeth’, ‘Portret Elske’, ‘Tors Rachel’ en zowaar een kop van een man ‘Portret Andries Stokking’, van heel dichtbij bekijk, en ze zachtjes aanraak,voel en begrijp ik Eddy’s drijfveren.                                                       

Ellen de Jong  2015   

14 april 2015 t/m 14 juni

www.eddyroos.com

www.slotzeist.com