Albricht, Peter - in 1997


Portret van kunsthandelaar Peter Albricht

Een kwart eeuw is Peter Albricht (Haarlem, 1939) profes¬sioneel actief in kunst en beheert hij Kunstgalerij Albricht B.V. in Velp. Als kunsthandelaar, -makelaar en -expert werd hij in de loop van zijn carrière natio¬naal en internationaal bekend. De herontdekking van twee vroege schil¬derijen van Vincent van Gogh gaf zijn reputatie als expert extra glans. Zijn grote belangstelling gaat uit naar de toon¬aangevende Hollandse meesters uit de periode van de Romantiek, de schil¬ders van de Haagse school en de kunstenaars die om¬stre¬eks de eeuw¬wisseling actief waren. De jaarlijkse deelna¬me van Kunstgalerij Al¬bricht aan beurzen als de PAN en de TEFAF draagt zeker bij tot de waardering en internationale promotie van de Hollandse schil¬derkunst uit de 19e en begin 20ste eeuw.

In zijn majestieuze huis in Velp - uiterst smaakvol ingericht, hoe kan het ook anders - zit ik temidden van zijn kunstschat¬ten en kan mijn ogen niet afhouden van een bijzonde¬r stille¬ven van Adriana Johanna Haanen, tegenover me. Al¬bricht is er zelf ook enthousiast over: 'het is niet het geijkte stille¬ven met bloe¬men in een vaas en een paar vruchten erbij; door die artistie¬ke schik¬king op een tafel met een prachtig gebeeld-houwde rand heeft het schilderij iets extra's, iets bijzon¬ders en dat spreekt me aan. Voor mij moet een doek spanning hebben. Net zoals dit boeiende naakt van Breit¬ner, ook niet zomaar een traditioneel naakt uitge¬strekt op een sofa met een bevallig gebogen arm onder het sierlijke hoofd,' Albricht kopieert de bekende pose fijntjes glimlachend, 'nee, ze ligt in een uit¬zonderlijke bocht met haar bovenlichaam op een fauteuil en haar gelaarsde benen op de tafel. Dat is fascinerend. Ze ligt geknakt, maar o zo bevallig vind ik.' Ik deel zijn enthou¬sias¬me.

Verzamelaar en handelaar

'U moet mij zien als een verzamelaar en handelaar in één persoon verenigd en dat is als volgt gegroeid: ik studeerde in de jaren '70 economie in Amsterdam en maakte kennis met het veilingwezen en de kunsthandel op de route Waterlooplein, Mak van Waay, broodjes¬zaak zo ongeveer, dat was het in mijn vrije tijd, en daar is die passie voor kunst, ernaar kijken en ervan genieten, ont¬luikt. Ik ben toen aan het verzamelen van 19e en begin 20ste e¬euwse schilderijen geslagen en later vond ik een kunst¬handel die alles ongevraagd van me wilde kopen. Ik wilde nooit iets kwijt, maar aangezien ik werkstudent was heb ik in een zwak moment toch wat te gelde gemaakt. En dat was de geboor¬te van de kunsthan¬del. Ik heb nooit voor dit vak gekozen omdat ik dacht: daar kan ik veel geld mee verdienen. Natuur¬lijk verdien ik er geld mee, ik wil niet hypocriet zijn, maar dat is een prettige bijkomstigheid.
Daarnaast ben ik vijfen¬twintig jaar beursorganisator ge¬weest, heb zo'n 250 kunst- en antiekbeurzen en exposities georgani¬seerd in mijn leven en dat was om den brode. Dat geld wat ik daarmee ver¬diende investeer-de ik weer in de kunst; ik had twee petten op, zeg maar.'

Waarom die voorliefde voor 19e en 20ste eeuwse kunst?

'Omdat het figuratief is, ik houd minder van abstracte kunst, daar heb ik weinig mee, hoewel ik niets uitsluit, het is niet zo dat ik zeg dat abstracte kunst per definitie niet aantrek¬kelijk is want er zijn veel goede abstracten. Maar het is voor mij heel moeilijk om binnen de abstracte kunst kwaliteitscri¬te¬ria te hanteren.'

Heeft u voorkeur voor bepaalde onderwerpen?

'Bezoekers op de beurs komen vaak direct naar mij toe en zeggen dat ik precies die dingen heb die zij zoeken en dan zeg ik: wat dan, want ik heb zeegezichten, ijsgezichten, land¬schappen en bloemstillevens, en dan zeggen ze dat het natuur¬lijke en menselijke element wat er altijd inzit hen aan¬spreekt en dat vind ik zelf ook.'

Welke schilder heeft u zeer lief?

'Van Gogh, daar heb ik een paar werken van gehad, maar die heb ik niet meer. Maar ik houd ontzettend van zijn oeuvre, evenals dat van Jan Sluijters, daar heb ik een mooie collectie van die ik u straks zal laten zien. Sluijters is heel vernieuwend geweest in de periode rond 1910, hij was zijn tijd ver voor¬uit. Want toen schilders van de Larense School het vrouwtje aan het spinnewiel schilderden, was hij al bezig met luminis¬me, fauvisme, futurisme en kubisme en hoe het allemaal mag heten.
Sluijt¬ers was echt avantgarde en heeft naar Nederlandse be¬grippen in zijn tijd vernieuwende kunst gemaakt. Het was toen echter te ontstuimig en te avantgardistisch, het paste niet in de Neder¬landse traditie van de musea. Achteraf bezien zegt men: die man is zijn tijd ver vooruit geweest.
Ik zal u nu die collectie die ik van hem heb laten zien.'

Collectie

Albricht gaat mij voor op de trap die uitloopt op een lange, brede galerij en daar hangen een vijftiental schilderijen van Albrichts geliefde Jan Sluijters. Ik kijk mijn ogen uit naar een prachtig 'Duinlandschap', 'Boeket in een vaas', 'Café de nuit' van deze vooruitstrevende schilder. Met liefde wijst hij me op een treffend detail van een bloem, een kleding¬stuk van een vrouw. Daarna gaan we nog een etage hoger en blik ik op een grote, lichte expositieruimte waar Albricht tiental¬len schil¬derijen van Hollandse meesters uit de periode 1850 - 1920 heeft hangen, met onder meer een romantisch geschilderd Win¬tergezicht' van Willem Koekoek en een sfeervol landschap¬pelijk tafereel 'Terug naar de stal' van M.A.Koekoek. Ik vergaap me eraan en uit mijn bewondering. 'Dank u.' Al¬bricht heeft het vaker ge¬hoord.

Niet alleen de werken zijn interes¬sant maar de omgeving waarin ze hangen is van een verfijnde schoonheid: rozerood fluweel¬zacht tapijt en licht zalmkleurige wanden die geraffi¬neerd goed passen bij de kleu¬ren van de schilderijen en één harmo¬nieus geheel vormen.

Albricht, ge¬soigneerd en gedis¬tin¬geerd gentleman loopt als een groot-vorst in zijn kunstpa¬leis tussen zijn pronkstuk¬ken heen en weer en geeft mij be¬kwaam tekst en uitleg. Later mag ik foto's uitzoe¬ken die hij uit zijn strak geordende dossiers haalt en kies de drie mooi¬ste uit als je überhaubt kunt kie¬zen. Hij is het met mijn keuze eens al zegt hij het niet, maar ik zie de goedkeu¬ring in zijn ogen.


Ellen de Jong