O'Farrell, Maggie 2014

Sterk tot de verbeelding sprekende karakterbeschrijvingen in ‘Jij en ik’, van Maggie O’Farrell

Twee zusjes hebben al vroeg een innige band : Nina en Stella Gillmore. ‘Voor er iets anders was, was er Nina. Stella is er zeker van dat Nina’s gezicht het eerste was dat ze ooit zag, in ieder geval in haar herinnering. Hun moeder zegt dat Nina de hele dag over haar wieg gebogen stond.’ Ze zijn ook op school onafscheidelijk. Helaas worden ze regelmatig gepest, vooral door Anthony, omdat ze ‘anders’ zijn dan de anderen. En al helemaal als Nina na een ernstige virale herseninfectie fysieke mankementen vertoont. In ‘Jij en ik’ van Maggie O’ Farrell, uitgave Ambo/Anthos, vertaling Frans Reusink, lezen we hoe hun levens verlopen. O’Farrell hanteert twee verhaallijnen: De ontmoeting tussen Stelle en Jake, waarbij Nina een belangrijke rol speelt. En de bijzondere verhouding tussen Stella en haar zusje. Jake is regieassistent en woont in Hongkong. Op een Oudejaarsnacht worden hij en zijn vriendin Mel in de hectiek van de feest nacht onder de voet gelopen. Het ziet er naar uit dat zij zal sterven en zij wil voordat het zo ver is met Jake trouwen, die het overigens ook maar net overleeft. Jake zit met zijn handen in het haar, want hij houdt niet van haar, hij heeft alleen met haar te doen. Toch trouwen ze in Engeland, maar het samen zijn met Mel benauwt hem zo dat hij naar Schotland vlucht. Op zoek naar zijn vader die hij nooit heeft gekend. Stella is radioproducer en woont in Londen. Als ze op straat bij toeval een man ontmoet die haar doet denken aan iemand uit haar kindertijd, waar ze onder geen beding aan terug wil denken, is ze totaal in paniek: ‘Diezelfde lompe tred, die eendenpas, die brede, opgetrokken schouders.’ Later denkt ze hem in een café weer te herkennen… Ze besluit naar Schotland te vluchten om met zichzelf in het reine te komen. Haar ouders en Nina vertelt ze niets, ze begrijpen het niet en zijn totaal verbijsterd. ‘Ze is met de noorderzon vertrokken.’ Halverwege het boek ontmoet ze Jake in een tearoom waar ze toevallig even moet inspringen voor een andere serveerster. Stella draagt een schort met een naam erop: Kildoune. Ze werkt namelijk in het Kildoune Hotel. Stella vindt Jake op de een of andere manier wel aantrekkelijk, al is hij moeilijk te plaatsen. Jake kan zijn geluk niet op. Hij heeft eindeloos gezocht naar de plaats Kildoune, waar zijn vader mogelijkerwijs zou verblijven. De geborduurde letters op Stella’s schort maken hem uitzinnig van vreugde. Jake ‘wil haar vasthouden, hij wil niet dat ze weggaat, ze moet bij hem blijven.’ Kildoune blijkt dus een hotel te zijn, Stella werkt er en Jake knapt er later klusjes op. Er ontluikt zich iets tussen hen. O’Farrell voert de spanning in haar meeslepende verhaal flink op. Nina komt ook weer op de proppen; ze vindt Stella en Jake en vertelt hem Stella’s geheim. Niet zonder gevolgen. O’Farrell maakt ons, met haar sterkt tot de verbeelding sprekende karakterbeschrijvingen, deelgenoot van de familiegeschiedenis die zowel voor Stella als voor Jake niet zonder ingrijpende problemen was. In het vierde deel schrijft ze, gepassioneerd als deze Ierse schrijfster is, langzaam maar zeker naar het einde toe. Vinden de twee geliefden elkaar en is het mogelijk om je geschiedenis te ontvluchten?  Met haar slotzin kan je alle kanten op: ‘Ze loopt de straat op, de regen in, en steekt haar hand op, als iemand die haar ogen beschermt tegen het zonlicht, als iemand die een vraag beantwoordt.’

Ellen de Jong  2014