Woldhek, Siegfried, 2014

Siegfried Woldhek exposeert in Slot Zeist: ‘Op het Tweede gezicht’ ‘Achter een portret zit ook een verhaal’

Siegfried Woldhek exposeert in Slot Zeist: ‘Op het Tweede gezicht’
‘Achter een portret zit ook een verhaal’

Sinds 1976 maakte Siegfried talloze portretten van schrijvers en politici voor boeken, tijdschriften, kranten en museale collecties waaronder Het Metropolitan Museum of Art in New York. Hoe begint Siegfried aan een portret? “Mensen denken vaak dat als je een portret goed wilt laten lijken dat je ervoor moet zorgen dat alles precies op de goede plek staat. Dat is niet zo. De gelijkenis zit ‘m in de schaduwwerking, in de patronen van donker en licht. Ik heb eens een foto exact nagetekend omdat het verschijnsel me intrigeerde. Zodat je echt zag dat het een tekening was. Als ik die foto aan mensen liet zien wisten ze direct wie dat was. Als ik de tekening liet zien vroegen ze: wie moet dat voorstellen? Ik gebruik foto’s om portretten te maken. Als ik aan Poetin of aan beroemde schrijvers vraag om voor me te komen poseren lukt dat niet. Ik pluk tegenwoordig een flink aantal foto’s van het internet en bedenk eerst hoe ik iemand wil tekenen. Het begint met een idee over de politieke situatie of over het boek wat iemand net geschreven heeft. Hoe ga ik diegene portretteren en vervolgens zoek ik naar de foto’s die me daarover aanwijzingen geven. Hoe ik dat gezicht zou kunnen componeren en ik kies daarna mijn materiaal bij datgene wat ik wil uitdrukken.” Siegfried maakte een paar duizend portretten, ook internationaal, dankzij de vele kranten. “Bij schrijvers gaat het zo: als er een nieuw boek verschenen is dat gerecenseerd gaat worden, moet ik per direct een portrettekening tekening inleveren. Ik krijg een pdf van het boek of ik krijg het boek zelf opgestuurd en dan ga ik aan de slag! Welke schrijvers ik geportretteerd heb? Zeg het maar.” Ik noemde Van Dis, Zwagerman, Japin, schrijvers die me ineens voor de geest kwamen. Siegfried: “Natuurlijk, die allemaal!” Ik noemde daarna nog Ellen Warmond, “nee, die niet en ook Judith Herzberg niet. Er zijn inderdaad gaatjes! Maar honderden wel en ook verschillende keren, zoals Mulisch, Komrij en Nooteboom.  Van schrijvers die veel publiceren wordt het werk steeds besproken en dan vroegen ze mij weer om een portret. Die zijn op mijn site allemaal te zien (woldhek.nl). Overigens zijn mijn portretten in de loop der jaren veranderd. Ik begon voor kranten te tekenen. In de jaren ’70 kwam de aandacht voor literatuur op en werden er boekenbijlagen uitgegeven, bij Vrij Nederland, De Haagse Post en Hollands Diep, en toen dacht ik: als ik nu Nederlandse schrijvers ga tekenen is daar vast wel belangstelling voor. Ik maakte wat portretjes en ging ermee naar Vrij Nederland en die werden goedgekeurd! In mei ’76. Dat waren in de eerste jaren tamelijk anekdotische tekeningen, die een situatie, een verhaaltje rond het boek verbeeldden. In de loop der tijd werden het steeds meer portretten, waarin ik probeer alles in te leggen. Voor een deel omdat ik dat zelf het leukste vind, omdat gezichten me intrigeren en tevens omdat ik daarmee meer te bieden dan de meeste andere tekenaars, die minder gericht zijn op die onderwerpen. Mijn allereerste tekening betrof Multatuli die in een stoel zit en modder toegegooid krijgt die Hermans tegenhoudt. Dat was omdat Hermans een boekje had geschreven waarin hij Multatuli verdedigde tegen zijn vijanden. Die eerste tekeningen zaten dus in die hoek.” Siegfried noemde zijn solo tentoonstelling, waar zijn werken ook gekocht kunnen worden: ‘Op het Tweede Gezicht’. En waarom? “Het gekke van portretten is, of het nu gaat om foto portretten, getekende of geschilderde portretten, mensen onmiddellijk willen weten wie het is. Dat is vaak de enige vraag die opkomt. Ze lopen er langs of het een quiz is. Als je naar een landschap, een naakt, een stilleven of een abstract doek kijkt, vraag je je af: wat doet het me, waarom dat formaat of die kleur, wat wil die schilder mij vertellen. Er komen allemaal vragen op. Nogmaals bij een portret is het meestal: wie is het, en dan op naar het volgende. Wat ik interessant vind is dat er achter een portret ook een verhaal zit. Al die vragen die je bij de onderwerpen die ik net noemde, stelt, kun je bij een portret ook stellen. Ik heb geprobeerd alles zo op de tentoonstelling te rangschikken dat die vragen meer naar boven komen.” Siegfried laat een kleine zeventig werken zien, geconcentreerd op recente portretten. “De anekdotische, de karikaturale en de foto’s heb ik weggelaten. In de laatste zaal hangt vrij werk. Onder meer een paar schilderijen van mijn ouders en grootouders. Links ervan hangen afbeeldingen van drie rennende oude mensen. In de toekomst wil ik me ook richten op het portretteren van kunstenaars.” Siegfried legde in 2008 op de TED conferentie in Californië uit hoe hij als ervaren portrettist dacht het ware gezicht van Leonardo da Vinci te kunnen ontdekken. Er is op de TED site een filmpje van te zien. Het is inmiddels meer dan een miljoen maal bekeken. In de zalen ga ik na ons gesprek vooral op zoek naar portretten van schrijvers. Ik zie ze van onder meer Jan Siebelink, Tom Lanoya, Remco Campert, Doeschka Meijsing, en Arthur Japin samen met Adriaan van Dis. Daarna wil ik toch ook wat gezichten van politici als Sarkozy, Berlusconi en Wilders zien. Zowel de schrijvers als de politici roepen bij mij vragen op: Wat doet het me, waarom dat formaat of die kleur, wat willen ze me vertellen? ‘Op het Tweede Gezicht’, toepasselijker kon het niet.   

Ellen de Jong               

28 oktober 2014 tot en met 4 januari 2015
Zinzendorflaan 1, Zeist
www.slotzeist.com