Le Mair, Cornelis 2014

‘Het Edele Ambacht’ in Slot Zeist. Cornelis le Mair: “Het is geen notitie die ik maak, het is een interpretatie”

De nieuwe overzichtstentoonstelling van beeldend kunstenaar Cornelis le Mair vindt plaats in het jubileumjaar ’50 jaar tentoonstellingen in Slot Zeist’.  Het persbericht dat eerder in deze krant verscheen vermeldde dat Le Mair al zeer jong tekende en schilderde. Ik spreek hem op het moment dat hij samen met Erna, zijn assistente, de laatste hand legt aan zijn expositie. Cornelis’ vader speelde onder meer toneel en maakte muziek maar was niet actief in de beeldende kunst. Hij nam zijn zoon wel een keer mee naar de grote overzichtstentoonstelling van Rembrandt in het Rijksmuseum.  “Ik werd gepakt door de overtuigingskracht van zo’n schilderij. Dat hij en andere grootmeesters iets konden laten zien wat er niet was. Een wereld, zo overtuigend en geloofwaardig, dat was toch heel bijzonder. Of ik geboeid was door het tot in details schilderen? Natuurlijk, maar Rembrandt was zeker geen fijnschilder, evenmin als ik dat ben, hij was de man van het brede gebaar. Vroeger, in de jaren ’60, begin ’70,  heb ik wel schilderijtjes in die stijl gemaakt, maar daar ben ik gauw vanaf gestapt.  Ik vind het toch mooier meer picturaal te werken met een zichtbare verfstreek.” Op mijn vraag hoe hij tewerk gaat antwoordt Cornelis:  “Als ik van plan ben om een stilleven te gaan schilderen zet ik een aantal dingen op tafel en die attributen heb ik nog steeds in huis. Ik probeer het allemaal zo overtuigend mogelijk te maken maar het is geen notitie die ik maak, het is een interpretatie. Ik heb mijn techniek, mijn verfopbouw en die is altijd persoonlijk. Weliswaar geënt op een traditionele methodiek van onderschildering naar een afschildering, maar met mijn eigen kleuren en stilering.” Cornelis begon met portret en figuur schilderen en raakte later door zijn leraar Victor Dolphijn geïnspireerd door stillevens. Landschappen schilder ik niet zo veel en als ik het doe zijn ze gegrond op bestaande landschappen van de 17eeeuwse schilder Claude Lorrain bijvoorbeeld.” Maar Cornelis schildert niet alleen, hij beeldhouwt, maakt architectuurmodellen op schaal, bouwt muziekinstrumenten, beschildert en bespeelt er enkele en vervaardigt meubels. Cornelis maakte toen hij een jaar of zesentwintig was een kroonluchter, “op zolder bij jouw moeder”, zegt hij tegen Erna en mij. “Dat was een van mijn eerste stukken. En die hangt er nog steeds.” Of dit alles nog niet genoeg is schrijft Cornelis ook. Hij heeft bijvoorbeeld een boek over zijn werk geschreven, dat ‘Het Edele Ambacht’ heet, de titel van de tentoonstelling is daaraan ontleend. En een boek over zijn eigen huis ‘Op reis in eigen huis’. De tentoonstelling omvat ongeveer veertig schilderijen aangevuld met onder meer meubels, muziekinstrumenten, een enkel beeld en een fantasiepaleis. Hoe komt Cornelis op al die verschillende dingen: “Ik zie ze om me heen en daar word ik vaak door geboeid. Ik weet nog dat ik voor de eerste keer een draailier zag. Een vriend van mij bespeelde die en niet alleen de muziek maar vooral het instrument beviel me. Toen ben ik zelf zo’n ding gaan bouwen en heb het ook beschilderd.” Als we later samen zijn werk gaan bekijken val ik direct al van de ene verbazing in de andere. Of het nu zijn vrouwenportretten, naaktmodellen, tekeningen, stillevens, instrumenten of meubels zijn, ik sta aan de grond genageld bij iedere schepping van duizendpoot Le Mair, de grootmeester. Zijn schilderijen met de tot in de puntjes uitgekiende compositie, de kleuren, de lichtval, de brede verfstreek, zijn een wonder voor het oog. En dat geldt ook voor zijn, met een romantisch landschap beschilderde ‘Theorbe’, en ‘Spinet, evenals voor zijn ‘Secretaire’. Om maar eens een greep te doen uit zijn oeuvre, want dat is het. Wat me tot slot te wachten staat is een drietal maquettes van fantasiebouwwerken waaronder ‘Maquette Orangerie van Vanitas Paleis’ en als klap op de vuurpijl  ‘Het Vanitas Paleis’ (vergankelijkheid en ijdelheid). Een immens, subtiel verlicht, sprookjespaleis, met talloze vertrekken en torentjes tot in finesses uitgewerkt. Voornamelijk gemaakt van papier en karton: een architectonisch hoogstandje waarin Cornelis zijn niet te beteugelen fantasie tot op de bodem kon uitleven. Hij was er, met van alles wat hij er tussendoor deed, drie jaar mee bezig. Voor we afscheid nemen staan we nog stil bij zijn ‘Zelfportret’, dat hij in anderhalf uur op het doek zette. Het is hem helemaal. Zijn bruine ogen kijken je recht aan, zelfverzekerd met opgeheven hoofd, hoewel hij bepaald niet naast zijn schoenen loopt.

Ellen de Jong                     
19 januari t/m 6 april 2014-01-14
Zinzendorflaan 1
www.slotzeist.com
www.cornelislemair.com