Thielen, Evert 2012

Slot Zeist presenteert de tentoonstelling ‘Evert Thielen – Een gelaagde werkelijkheid’. “Steeds verder gaan in het experiment de grenzen van

Deze tentoonstelling omvat een selectie van bijna vijftig schilderijen die een beeld schetsen van de wijze waarop de kunstenaar uit het Belgische Brugge laveert tussen vrijheid en gebondenheid. Evert Thielen (Venlo, 1954) volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.
Met zijn imposante veelluiken en realistische stijl groeide hij uit tot een bijzonder fenomeen in de kunstwereld. Doordat het werk van Evert Thielen doorgaans wordt gedefinieerd als ‘realistische schilderkunst’ wordt vaak voorbijgegaan aan de ongebruikelijke context en de buitengewone situaties die zich vooral in zijn vrije werk voordoen. Daarin openbaart zich een gelaagde werkelijkheid vol metaforen, dubbele betekenissen en subtiele verwijzingen. Die zorgen ervoor dat de voorstellingen boven de alledaagse of voorspelbare werkelijkheid uitstijgen. Thielen zou Thielen niet zijn als hij de onbekenden en onderbelichte kanten van zichzelf niet zou vertalen in metaforen. Hij spreekt in beelden en symbolen, in vergelijkingen en gelijkenissen.   

In gesprek

Op de Academie was Thielen al direct gecharmeerd van het realistisch schilderen, hoewel er toen, in 1995, de grote abstractie heerste. “Bijna niemand schilderde in die tijd realistisch. Ik wilde dat per se leren en na een kleine twee jaar ging ik van de Academie af en heb een half jaar privé les gevolgd bij een oudere kunstschilder en verder heb ik mezelf onderwezen.” Thielen werd geïnspireerd door de schilderkunst uit vroegere eeuwen: “Omdat ik vond dat na de Tweede Wereldoorlog de schilderkunst teloor ging en daar wilde ik op mijn manier een antwoord op geven. En ook omdat ik me tot de realisten aangetrokken voelde want behalve de kunst vind ik ook de kúnde belangrijk om iets uit te beelden. De Vlaamse primitieven hebben mij ook zeer geïnspireerd met name Jan van Eyck wiens schilderijen technisch op een ongekend hoog niveau staan. Ook omdat ik me afvroeg: hoe deed hij dat? Daar kon ik veel van leren. De tweede stroming die mij beïnvloed heeft is de Duitse Romantische schilderkunst uit de eerste helft van de 19e eeuw die ook in de jaren ’70 een ondergeschoven kind was, inmiddels niet meer, en waarvan de symbolische lading me aantrok.” Thielen verbeeldt op kleiner formaat vaak interieurs waarin mensen, vooral vrouwen, in beeld gebracht zijn. Thielen: “Die vrouwen schilderijen zijn metaforen, ze gaan terug op eigen situaties, spelen in op dingen die ik meemaak, vandaar die gelaagdheid van ideeën: je hebt het beeld maar er zit nog een ander beeld onder met een bepaalde betekenis. Dat kan een symbolische of een beeldende zijn. Ik krijg die ideeën vaak al wandelend op straat en dan maak ik in mijn schetsboek kleine schetsen die ik later al of niet naar een schilderij vertaal. Mijn werk is enorm arbeidsintensief, gemiddeld doe ik tien, twintig, weken over een schilderij, en dat heeft ook met de gelaagdheid van opbouw te maken, dus in technische zin. Om op de vrouwen schilderijen terug te komen: vaak is de vrouwenfiguur ofwel een alter ego ofwel een tegenspeler, in een situatie die ik aan zie komen of waar ik me in bevind. De veelluiken, nu vijf in totaal, ze zijn niet te zien op de tentoonstelling, zijn hele complexe beeldverhalen, ingewikkeld om uit te leggen. Je neemt een thema en je hebt een heleboel beelden en dat thema gebruik je als noemer en dan is de optelsom van de delen meer dan het geheel. Begrijpt u wat ik bedoel?” Ik antwoordde dat ik ademloos voor onder meer zijn drieluik ‘De Vierseizoenen’ had gestaan en er na zijn uitleg nu nog meer in zag  én van begreep. “Dat drieluik is een opdracht, maar ik heb een aantal veelluiken gemaakt, van een meter of vier, vijf hoog, waarin je duizenden details ziet.  Allemaal kleine microkosmossen die samen een hele macrokosmos vormen, gestoeld op één idee, bijvoorbeeld het verlangen. Dat worden dan beelden die allemaal op dat thema betrekking hebben.” Thielen werkt voor de helft in opdracht, meestal zijn dat portretten, en verder in vrij werk. Ik haal nu een zin aan uit het persbericht, zeg ik tegen Thielen, en die luidt als volgt: ’De afgelopen jaren kantelde het kunstenaarschap van Evert Thielen. In recent werk komt hij dichter bij zichzelf dan ooit tevoren. Zowel subtiele details als uitbundige ensceneringen wijzen op vrijheidsdrang en een onafhankelijke opstelling.’
Het blijft even stil maar dan komt zijn rappe antwoord: “Ik begrijp wel waar dat op slaat. Dat slaat onder andere op dat grote schilderij ‘Omhelzing’. Ik probeer steeds verder te gaan in het experiment de grenzen van het realisme te verkennen. Ik denk ook naarmate ik ouder word beter leer te definiëren wat je wilt. Ik ga ervan uit dat je tussen je twaalfde en je twintigste je ideeën krijgt en je vervolgens meer en meer gaat destilleren. Die vrijheidsdrang betekent het loslaten van het hele realistische beeld en andere wegen zoeken om je uit te drukken. Vooral beweging in een tijdsfactor. Ik heb datzelfde principe onder meer toegepast in de ‘Omhelzing’.” Thielen wil nu nog even op de gelaagdheid van zijn werk terugkomen: “Ook in technische zin zijn het zeer veel verflagen, ik maak de verf zelf, en ze zijn opgebouwd volgens een klassiek systeem, met de verfstoffen die vroeger gebruikt werden en die zijn heel kristallijn waardoor het licht door die verflaagjes heen valt en terugkaatst op de witte ondergrond van de grondverf, waardoor je een heel helder beeld krijgt. Die gelaagdheid is er dus ook in technische zin en maakt het ook mogelijk om die filmen over elkaar te schilderen bij die ‘Omhelzing’.”

Ellen de Jong            

t/m 30 december 2012

Zinzendorflaan 1, Zeist
Informatie over arrangementen en openingstijden: www. slotzeist.com
Tel. 030 - 6921704