Grégoire, Kenne 2012

Kenne Grégoire exposeert met schilderijen en beelden in Slot Zeist ‘Het leven is erover heen gegaan’

Kenne Grégoire werkt in een realistische stijl. Over het algemeen gebruikt hij voor zijn schilderijen een 17e-eewse techniek: een grisaille met daar overheen de kleuren glacerend aangebracht. De objecten in Grégoires stillevens zijn beschadigd, gedeukt en roestig. Ze zijn gebruikt, ‘het leven is erover heen gegaan.’ Hoewel zijn stillevens levensecht lijken door de sublieme stofuitdrukking en lichtval, hebben ze ook een vervreemdend effect door de vervorming van het perspectief waar Grégoire vaak mee speelt, trompe l’oeil, gezichtsbedrog. Behalve stillevens, landschappen, portretten  en zeefdrukken beeldhouwt Grégoire ook vaak mensen. Ook hier is een oud, verfrommeld hoofd interessanter dan een hoofd dat niet door het leven getekend is. Door de jaren heen is de serie met als thema ‘Commedia dell’arte’ ontstaan. Theatraal uitgedoste mensen die eenzaamheid, vertwijfeling en verlangen verraden. Hun gemoedstoestand is in fel contrast met hun feestelijke kleding. Maskers en verkleedpartijen geven Grégoire vrijheid, daarom schildert hij graag gekostumeerde mensen, waardoor hij met kleur en compositie veel kan doen. Hij wil dat zijn schilderijen echt als verkleedpartijen herkenbaar zijn en hij wil een volslagen fantasiewereld creëren. Maar daarvoor gebruikt hij wel scènes uit het werkelijke leven: de sportpagina van de krant bijvoorbeeld, met foto’s van schreeuwende of juichende mensen. Met zijn werk wil Grégoire laten zien dat een traditionele techniek niet per se om een traditionele benadering vraagt. In 1973 won hij de Zilveren Prix de Rome.  

Gesprek

Op mijn vraag waarom Kenne voor de glaceertechniek kiest zegt hij: ‘Omdat die heel efficiënt is. Fijn schilderen kost ongelooflijk veel tijd, het arbeidsintensieve ervan komt omdat je tot in details gaat. Met die grisailletechniek werk je eerst aan de vorm totdat die op z’n plaats staat en dan ga je aan de kleur werken door die er dun overheen te glaceren. Je concentreert je dus eerst op de compositie en daarna op de kleur. Mijn interesse in de oude schilderkunst waarbij je je afvraagt waarom die kleuren zo helder zijn, waarom die schilderijen zo stralen, werd pas na mijn tijd op de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam gewekt. Er werd op de academie aan dat soort dingen niet veel gedaan, toentertijd liet die zich inspireren door de im- en expressionisten. Die begonnen toen stevig op te komen. Niemand kon iets zinnigs over de 17e eeuwse technieken zeggen. Dat wiel moest je zelf uitvinden.’
Heeft Kenne in zijn ontwikkeling ook abstract gewerkt? ‘In de begin jaren ’80 heb ik geprobeerd een soort mix te maken tussen knutselen en schilderkunst. Omdat ik handig ben en veel huizen aan het verbouwen was, timmerde ik van het sloopmateriaal kunstwerken in elkaar die ik dan weer beschilderde: min of meer geabstraheerde sfeersituaties eigenlijk. Ik heb dat een maar paar jaar gedaan want het gaf me te weinig voldoening. Het was m’n experimentele fase’, lacht Kenne.
Kenne maakt ook beelden: ‘Na de academie die ik afrondde in 1973 maakte ik in 1997 mijn eerste beeld. Van mijn vrouw, ik vond haar altijd een typische beeldhouwkop hebben en ik had haar dat ook beloofd toen we elkaar pas kenden. Ik vond het spannend, wat een cliché!, om uit te proberen of ik het nog in me had, want vroeger wilde ik in eerste instantie beeldhouwer worden. Door omstandigheden ben ik op het pad van het schilderen geraakt. Maar toen ik dat beeld had gemaakt was ik er heel tevreden over en ik ontving ook lovende reacties én van mijn vrouw! en anderen. Daarna kreeg ik de smaak van het beeldhouwen te pakken.’

Van géén mens tot mens

Kenne maakte een tijdlang schilderijen waarin geen mensen voorkwamen: ‘Omdat ik  een mens een lastig ding vond. Op de academie kreeg je in mijn tijd daar, veel model tekenen en schilderen, ik was eindeloos met blote dames bezig. Daar is niets op tegen, je leert er veel van, maar op een gegeven moment krijgt dat een beladenheid en een soort muffigheid wat me in de weg ging zitten. Ik schilderde toen dingen waar mensen juist wel in voorkwamen: gedekte tafels met rondslingerende broodkruimels en kopjes waar nog een restje koffie inzat, beslapen bedden en interieurs. Er waren mensen gewéést maar ze zijn vertrokken. Jaren later begon ik mensen te schilderen. Maar wel mensen die iets hebben meegemaakt en aan wie geschiedenis af te lezen is.’


‘Commedia dell’arte’

‘Ik vertelde je net over die beperking die figuren voor me hadden in die academietijd. Ik vond een andere manier om mensen te gebruiken. Ik heb een voorliefde voor theater en ontdekte dat je modellen, bij wijze van spreken, op een toneelmatige manier kunt gebruiken, je kunt ze regisseren. Je kunt je eigen toneelstukje samenstellen en dat kan ik doen door er een echt toneelstuk van te maken: ik kleed de mensen aan met veel fantasie en zo kan je toch mensen gebruiken. Foto’s kunnen me daarbij inspireren, alleen door de anatomische gegevens daarin: houding, handen of een gezicht. En ik mix ook foto’s.’
Kennes expositie omvat tegen de honderd schilderijen en een stuk of twintig beelden. Over zijn beelden zegt hij: ‘Niet alleen koppen maar ook, veel theatraalachtige, figuren à la Commedia dell’arte, maar dan minder verkleed, met een beeld moet je veel soberder denken.’ Op Kennes website had ik ook een torso gezien. Is er nu wel sprake van abstractie? ‘Als je er stukken afhaalt betekent dat niet dat het gelijk abstract is. Ook niet geabstraheerd. Het blijft figuratief maar ik laat wat weg. Het roept dingen op uit de oudheid waar ik heftig in geïnteresseerd ben. Ik onderzoek: wat kan je weglaten, hoe minimaal kan je een beeld maken. Ik probeer tot een essentie van een torso te komen, je vóélt het hoofd, de armen en benen. Je vóélt de vaart die erin zit. Er is actie terwijl het alleen maar een romp is.’


Ellen de Jong

Van 15 januari t/m 9 april 2012
Zinzendorflaan 1
Info www.slotzeist.com
www.kennegregoire.com