Pečenica, Drago 2012

Meesterwerk als zelfportret

“Ik ben geen kunstenaar maar een tekenaar”


Beeldend kunstenaar Drago Pečenica (1962) vluchtte twintig jaar geleden uit zijn geboorteland Bosnië. Sindsdien woont hij met zijn vrouw en dochter in Nijkerk. Later kregen ze nog een zoon. Drago tekende, afkomstig van een boerenfamilie, als vijfjarig jongetje met houtskool op stenen. Dat was uitzonderlijk. Herinnert Drago zich nog wat hij toen tekende? “Hele deftige meisjes die in mijn hoofd opkwamen! Gekleed in lange jurken met mooie wijde mouwen en getooid met sieraden. Ik had hen nog nooit gezien want we hadden geen stroom en geen televisie. Op de achterkant van de steen ging ik verder met het tekenen van hun weelderige haar. Als ik daaraan terugdenk krijg ik kippenvel! Ik houd van mensen, vooral van vrouwen, en ik denk dat die liefde voor hen zich al op jonge leeftijd openbaarde.” Drago volgde een opleiding aan de School voor Beeldende Kunsten in Sarajevo waar hij de eerste twee jaar alleen met een potlood, in grijze tonen, mocht tekenen. “De docenten lieten ons zien hoeveel schakeringen je in grijze tonen kan weergeven. Dat was zo’n grote ontdekking voor me. De wereld van het tekenen ligt tot op heden in me verankerd en daarom zeg ik altijd: Ik ben geen kunstenaar maar een tekenaar. Wij kregen ook vijf jaar lang op school kunstgeschiedenis en toen ik Albrecht Dürer ontdekte was ik niet meer te stuiten: ik heb bijna alle tekeningen van hem, met een pen, nagetekend. Hij was mijn grootste meester. Ik was toen vijftien jaar en herkende me in hem.” In Nijkerk ging Drago eerst tekenen met de Rotring pen en inkt. Vooral bomen en in het bijzonder knotwilgen. Maar zelfs de fijnste pen bleek te dik te zijn om de subtiliteiten in de natuur weer te geven en toen iemand hem op scraperboard (een met een kalklaag geprepareerd stuk karton) wees om mee te werken was hij in eerste instantie enthousiast. Tot hij erachter kwam dat zijn pen door de kalklaag verstopte. “Ik heb  het aan de kant gezet tot ik op een gegeven moment een geweldig idee kreeg: Ik schilder met gewassen inkt dat wat ik wil op het karton en kras vervolgens in de inkt weer delen en lijntjes weg die wit moeten blijven. Ik gebruik daarmee een operatiemes en een schildersloep. Ik ben een chirurg op het gebied van kunst!” Het doel van Drago is om details minuscuul weer te geven maar er is toch ook een tendens naar abstractie. Drago’s boek ‘Krassend naar het licht’ waar we samen in bladeren laat een afbeelding zien van een hekwerk in een weiland, dat weliswaar zeer herkenbaar is maar wat Drago toch “bijna abstract” noemt. Maar zegt hij: ”Ik merk wel wanneer ik abstracter ga werken, ik forceer niets, het moet groeien. Ook bij Helmantel, die ik zeer bewonder, zie ik zijn neiging naar abstractie in zijn vlakte verdelingen.”
Bomen
Waarom kiest Drago voor bomen en speciaal de knotwilg als thema voor zijn werk? “Ik heb bomen altijd als iets bijzonders gezien. Als kind had ik geen eigen kamer en nam ik mijn toevlucht in een boom die bij ons huis stond. Die was gemakkelijk te beklimmen dus kon ik vaak boven in die boom gaan zitten en daar tekenen. Het was mijn eigen huisje. Toen ik in Nederland kwam is mijn liefde voor knotwilgen ontstaan. Ik voelde een klik toen ik ze zag: hoe ze geknot zijn en er zo triest bij stonden. En ik was ook triest in die tijd. Ik wist niet of het nog ooit goed zou komen met me. Maar in het voorjaar zag ik die blaadjes weer uitkomen en dat gaf me hoop. Ik dacht: ik ben ook geknot maar er komen toch weer nieuwe takken aan. Ik zie vaak bomen en constateer: dit is mijn zelfportret. Zo voel ik me nu. Ik zag een keer een gesplitste knotwilg bij Terschuur die aan één kant nieuwe takken had en ik dacht waarom kies ik voor deze? Omdat ik ook alleen maar hier groei en niet daar.” Drago laat me de knotwilg zien in zijn boek en ik voel mee met hem en bewonder niet alleen zijn artistiek vermogen maar ook zijn zelfinzicht dat hem tot een wijs mens maakt. Drago is verliefd op de knotwilg zoals hij op een vrouw verliefd kan zijn. Zijn meesterwerk staat ook in het boek. Het is dit keer geen knotwilg maar een enorme oude beuk, diep geworteld in bosgrond. Met wijde, brede takken en als je goed kijkt ontwaar je ook nieuw ontsproten takjes. De beuk staat machtig mooi gesitueerd in een nevelig bos. Een slingerend zandpad vol perspectief vervolmaakt de compositie. Drago licht toe: “Deze beuk staat in de buurt van Vorden. Ik heb er zes maanden aan gewerkt. Ik hing ‘m thuis op en wilde er eerst niet naar kijken. Pas later lukte het me. En waarom? Ik werd geconfronteerd met mezelf. Ik was in het begin niet tevreden, tot ik besefte dat ik het toch wel verdiende om tevreden te zijn na alles wat ik bereikt had. Toen kon ik ernaar kijken en al die takken kan je zien als omarmingen, want ik houd van mensen.”                            

Ellen de Jong
Drago’s solo expositie 50 jaar, is te zien van 21 september t/m 15 december in Museum Oud Nijkerk
www.dragopecenica.com
Informatie: 033- 2462911