Bierenbroodspot, Gerti 2011

  Bierenbroodspots tentoonstelling  


 


       ‘The Presence of the Past’


 


    Archeo-wereld van een tijdreiziger,


                   in Slot Zeist:


 


 


‘Ik ben een persoon die ‘dar will stellen’


 


‘The Presence of the Past’, Bierenspots thema in 2011, is het resultaat van de vele reizen door de Oudheid van schilder, dichter en amateurarcheoloog Gerti Bierenbroodspot. Ze ontwerpt ook gobelins, keramiek en gebrandschilderd glas en schrijft gedichten onder meer ‘Mijn mond sluimert lila’ en lyrisch proza ‘Edittha’ en ‘Om Edittha’. De expositiezalen van het Slot zijn getransformeerd tot een geheimzinnige reeks ruimtes met piramides van glas. Bierenbroodspot liet zich inspireren door het moment van ontdekking van het graf van Toetanchamon. De bezoeker waant zich in een Egyptische tombe. Kleine spots verlichten de schilderijen en beelden. Zand en stenen uit de woestijnen die Bierenbroodspot te paard door trok, liggen langs de muren. Brokstukken sculptuur uit Egypte, Libië, Syrië, Libanon en uit haar schitterende caravanserail in Petra, Jordanië, evenals fragmenten van haar poëzie op papyrusvellen, liggen als ‘trouvailles’ her en der door de zalen verspreid. Door alles heen klinkt de muziek van Ernst Reijsiger, geïnspireerd op Bierenbroodspots schilderijen en beelden. Samen met Senegalese zanger Mola Sylla en de percussionist Alan ‘Purvis’ Ganga, speelde hij mee in Bierenbroodspots theatervoorstelling ‘A time travel in blue’, waarbij Fong Leng de rol speelde van Inanna, godin van hemel en aarde. Het verhaal dat Bierenbroodspot daarin vertelt speelt zich af in de Babylonische tijd. Van de twee uitvoeringen, de eerste in Het Oude Slot in Heemstede en de tweede in het Parktheater in Alphen a/d Rijn, werd een film gemaakt die onafgebroken in de filmzaal van Slot Zeist zal draaien: een primeur! Een tweede film over de oorsprong van Bierenbroodspots schilderijen en beelden waarin ook een eigen muziekcompositie van de kunstenaar te horen is, dient als verrijking van haar lezing. Bierenbroodspot had eerder al een zeer succesvolle tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden met als titel ‘Beyond the Horizon’. Bierenbroodspot werd in 1999 door Koningin Beatrix in de Orde van De Nederlandse Leeuw geslagen. Zij kreeg deze onderscheiding voor haar verdiensten als kunstenaar en ook omdat zij de traditie voortzet van Nederlandse kunstenaars en wetenschappers op reis in de Oriënt. Koning Hussein van Jordanië maakte Bierenbroodspot ridder in het Hasjemietische Koningrijk voor haar verdiensten op het gebied van culturele betrekkingen met Nederland. In de antieke stad Baalbek in Libanon werd Bierenbroodspot benoemd tot ereburger. De stad Florence kende haar de gouden medaille toe.

Tijdens de publieksopening op 2 oktober om 15.00 uur zal zij vertellen over de bijna verloren gegane technieken van o.a. Egyptisch albast hakken, bronsgieten, het beschilderen van brons en de relatie daarvan met de Oudheid. In aansluiting daarop zal de befaamde Limburgse bronsgieter Jos Custers een demonstratie bronsgieten geven in zijn verplaatsbare gieterij en een echt beeld van Bierenbroodspot gieten. Er wordt door haar ook een lezing georganiseerd waarin zij haar werk en reizen toelicht. En er zal een film vertoond worden over de oorsprong van Bierenbroodspots schilderijen en beelden, waarin ook een eigen muziekcompositie van haar te horen is. Na afloop kan de expositie bezocht worden. Op maandag 17 oktober van 14.00 uur tot 16.00 uur. Reserveren: tel. 030-6921704. Speciaal voor deze tentoonstelling is in gelimiteerde oplage het boek ‘The Presence of The Past’ verschenen. Het is te koop in de winkel van de Culturele Vleugel Slot Zeist en bij de betere boekhandel.   


De beste agenten van het geheugen


Gerti Bierenspot (Amsterdam, 1940) schilderde en schreef van jongs af aan en later vooral in het atelier van haar overleden oom Leo Gestel, de belangrijkste vertegenwoordiger van de Bergense Schilderschool. Zijn schildersezel gebruikt ze nog steeds. Wat leerde Gerti van hem? ‘Hij had een palet maar ik gebruik mijn armen en handen als palet. Die ouderwetse schilders zaten ook op een kruk aan de ezel, ik sta, en loop rond, voor mij is het meer een worstelwedstrijd. Ik vond zijn schilderijen als kind helemaal niet mooi en zelfs wat saai. Logisch, want ik zette me af. Wat ik vooral geleerd heb in dat atelier waar ik ook sliep, was het verliefd worden op de lucht van verf en terpentijn, want die hing er, al was hij overleden, nog steeds. In al mijn huizen ruikt het ook naar terpentijn en die geur bracht me naar een imker met zijn bijen want al die middeltjes om te gaan schilderen worden vaak van honing gemaakt. De cirkel is rond want ik zit nu in Italië op een boerderij en ben bijen aan het houden. Al die geuren, zoals Proust ook zei, zijn de beste agenten van het geheugen. Die geuren in het atelier van mijn oom maakten dat ik verliefd werd op het idee dat ik schilder zou worden, vooral schilder, ik was toen nog in ontwikkeling.’


Alter ego


De Amerikaanse Judith Weingarten werd je vaste metgezel op je reizen, je alter ego.


‘Ik ontmoette haar in Noordwijk aan Zee toen we met een stel ruwe paarden aan het galopperen waren. Zij viel van haar paard, ik sprong met mijn paard over haar heen, steeg af en hielp haar er weer op. Zo begon het. Ze bleek mijn werk mooi te vinden op een of andere manier en we konden samen dank zij mijn vloeiende Engels discussiëren over vooral poëzie, moderne muziek, schilderijen en beelden. Ze was iemand met een goed oog. Daar is ook die grote en diepe liefde uit ontstaan: van die herkenning van twee zielsverwanten. We reisden in het begin samen per paard en rosten door de bergen van Andalusië en onderweg pakte ik altijd stenen op en die móesten mee desnoods op het paard. Daar begreep ze eerst niets van: wat raap je nou allemaal op? Ik móet alles oprapen, ik kan er niets aan doen, kijk nu toch eens naar die mooie stenen en naar die cactus die moet ik toch ergens overplanten. Dus beladen en bepakt en dat doen we nog steeds, maar nu met oude landrovers, trekken we door de woestijnen. Vaak gesponsord door Buitenlandse Zaken, mensen geloven gelukkig in onze projecten. We doen het bescheiden want we willen niet rijk worden, we willen gewoon kunnen werken. Judith is schrijfster en een eminent archeoloog geworden, één van de toppers.’


Schatkamer


Over haar inspiratie ten aanzien van het graf van Toetanchamon zegt ze: ‘Het graf kun je niet bezoeken, het is leeg. De inhoud van het graf staat in het museum in Cairo. Ik woonde in Thebe aan de overkant van Luxor waar de dodenvalleien van de koningen en koninginnen zijn. In de winter onder barre omstandigheden ben ik daar gaan tekenen en nog eens gaan tekenen: de bergen op en aflopend. En toen heb ik de oude, antieke foto’s gezien die gemaakt zijn door de archeologen die ter plaatse waren toen dat graf geopend werd. Dan zie je de spullen op elkaar gestapeld, want die werden in het graf gegooid, van strijdwagens tot prachtige gouden horusfiguren die als wachters van de dood voor de sarcofaag staan. Dat is zo indrukwekkend en die foto’s heb ik bestudeerd en gezien hoe inspirerend het is als je zo’n schatkamer binnenkomt. Die gemaakt is in het binnenste van een piramide met muren zo dik dat er geen geluid meer is en als je dan die schatten ziet liggen van zo’n mooie gracieuze makelij, schijnend met een carbid lamp door een heel klein gaatje, raak je gigantisch geïnspireerd  evenals bij het zien van die horusfiguren die ik al eerder heb geschilderd voor m’n tentoonstelling in Leiden.’


Ontwikkeling in het kort


In Zuid-Frankrijk verzamelde Gerti ‘trouvailles’ die ze ging schilderen: objecten die door het vinden ervan een nieuwe dimensie krijgen en een eigen leven gaan leiden. Ook de plaatsen rond de Middellandse Zee inspireerden haar tot schilderen. Gerti is telkens op zoek naar nieuwe bronnen, nieuwe inspiraties voor het ‘vertellen van haar Verhaal dat in de Tijd geen einde heeft’, schrijft Harm Botje, in het voorwoord bij Gerti’s boek ‘Om Edittha’ met schilderijen, tekeningen en gedichten. ‘Dat is een van haar belangrijkste thema’s. En haar Verhaal met steeds weer andere technieken weer te geven.’ Gerti had een tijd lang een innige verhouding met de vrouw van haar dromen, Edittha, die helaas stuk liep. In een van haar laatste brieven aan haar schrijft Gerti: ‘Ik zal de deur vinden waardoor ik moet gaan.’ Heeft ze inmiddels die deur gevonden begenadigd en uitzonderlijk kunstenaar die ze is? Het blijft even stil voor ze antwoordt: ‘Ja en nee. Ik heb dat toen gezegd en ik bedoelde eigenlijk poort, maar goed. Nog eens: Ik kan ja zeggen, ik heb die deur inmiddels gevonden want ik heb m’n weg gevonden maar die weg was er toen ook al. Je vindt die weg eigenlijk niet, die ís er voor jou, je bent op die weg, dus nee, ik denk niet dat ik die gevonden heb. Het is een moeilijke vraag die een ingewikkeld antwoord behoeft. Waar het om gaat is dingen neer te zetten, ik ben een persoon die ‘dar will stellen’, zoals de Duitsers zeggen.’ In Slot Zeist zal de bezoeker die unieke ‘Darstellung’ van Gerti tot in alle vezels van zijn wezen beleven.            


Ellen de Jong


Opening zondag 2 oktober 2011 om 15.00 uur


Expo: 2 oktober – 31 december 2011


Info Bierenbroodspot: www.bierenbroodspot.com


www.slotzeist.com