Pol, Rein ............2011

Tentoonstelling ‘Pollegorie’, in Slot Zeist ‘Om je heen kijken, heel dicht bij huis’

 Rein Pol (1949), een van de Noordelijke Realisten waar ook Henk Helmantel deel van uitmaakt, studeerde schilderen en grafiek aan de Groninger kunstacademie ‘Minerva’, waar hij na zijn studie vijftien jaar als docent werkzaam is geweest. Onlangs was hij betrokken bij de oprichting van een nieuwe kunstopleiding, de Klassieke Academie voor Schilderkunst in Groningen. Sinds 2008 geeft Pol daar masterclasses figuratief schilderen. Vanaf 1976 is Pol beroepsmatig werkzaam als kunstschilder. Elk thema dat hij schildert wordt verbeeld in een heldere en harmonische compositie met grote aandacht voor lichtval, stofuitdrukking, ruimte- en kleurwerking. Hij heeft steeds een scherp oog voor het schijnbaar onbelangrijke detail. De schilderijen zijn niet bedoeld als exacte kopie van de werkelijkheid om ons heen, maar als verbeelding van Pols eigen werkelijkheid. De objecten en figuren op de schilderijen leiden op typisch ‘Polliaanse’ wijze een eigen leven. De rode draad in zijn thematiek is de vergankelijkheid en het terugverlangen naar een onbezorgde jeugd. Onderwerpen die met enige regelmaat terugkeren zijn treinen, muziekinstrumenten, de berenklauw, landschappen en (zelf) portretten. Van al die onderwerpen zijn op de tentoonstelling meerdere voorbeelden te bewonderen. Pronkstuk is de ‘Pollegorie’, het grote groepsportret van de Noordelijke Realisten dat Pol vorig jaar maakte. Het is een drieluik, met droombeelden uit zijn jeugd, Noordelijke Realisten en opgravingen( als wij er niet meer zijn). Ook in dit meesterstuk speelt de vergankelijkheid een grote rol.      


 


Uiteenzetting                                                                                                                           Pol vertelde mij dat hij ‘onmiddellijk interesse had voor het figuratief schilderen. Ik zat in dienst en kreeg een catalogus in handen van Galerie Mokum en zag daarin mensen heel realistisch schilderen waaronder Wout Muller. Op de Academie kreeg ik hem ook als docent, dus dat beviel me zeer goed. Later kwam Matthijs Röling daarbij. Ik schilderde al m’n leven lang maar toen ik die catalogus had gezien wilde ik absoluut een realistisch schilder worden. Op de Academie was er een concentratie van figuratieve docenten want behalve Wout Muller had je Diederik Kraaijpoel en Ger Siks. Ik viel echt met mijn neus in de boter. Ik wist niet wat me overkwam, het waren allemaal kunstenaars van wie je les kreeg, dat was fantastisch. Wout Muller was in de klas bezig met het illustreren van een Bezige Bij omslag, wij keken over zijn schouder mee en luisterden naar wat hij erover vertelde. En bij Matthijs Röling kwam je thuis in zijn atelier, we hadden gewoon les van beroepskunstenaars.’ Rein hield zich eerst voornamelijk met model bezig, ‘dat was op de Academie een heel belangrijk vak, een stilleven maakte ik ook wel, maar in de zin van toon- en perspectief studies. Ik heb nooit à la Helmantel een stilleven geschilderd, een van mijn eerste stillevens is die pick-up en die tomaten.’ Ik had het al op Reins uitgebreide en boeiende website gezien onder de titel ‘Sony, Apple, en tomaten’. Het is geen geijkt stilleven, het is een fraaie en originele compositie, vol licht, die iets nostalgisch uitstraalt. Zo’n ouderwetse platendraaier met daarop wat alledaags fruit en een wit koffiekopje, dat niet meer in perfecte staat verkeert. Wat een vondst. Rein: ‘Ik maakte dat in 1975 en studeerde daar  ook mee af en de directeur van de Academie kocht het ogenblikkelijk dus ik zat gelijk goed. Bovendien werd ik twee jaar later als docent aangenomen, het kon niet mooier.’ Ik vraag Rein naar de ontwikkeling van zijn thema’s: ‘Als je naar het schilderij van de tomaten kijkt zie je alle elementen er al inzitten. Bijvoorbeeld: Een van de tomaten in de glazen pot is een beetje beurs, het thema vergankelijkheid heb je dan al te pakken. En het kopje op de stofkap van de pick-up is wat beschadigd, dus het thema van dingen die kapot gaan komt later ook terug. Ik ben nu met een trommel serie bezig en die heeft een soort tweede leven, het lijkt of die een slachtoffer van de tsunami is geworden, er is niet veel meer van over aan het eind van de rit, na tien schilderijen. Verder ook typisch eigentijdse elementen, ik studeerde  af met een zelfportret en een treintje. Gebruik maken van letters in mijn werk daar heb ik ook lol in. Ik had onmiddellijk al een aantal thema’s te pakken. Thema muziek was er ook al want op de pick-up ligt, mijn eigen, plaat van de Beatles. Dus ook het autobiografische element is aanwezig, die trommel is ook van mezelf, die heb ik gekocht hier in het dorp waar we wonen. Dingen uit mijn omgeving. In de eindexamen catalogus van ‘Minerva’ in ’76 schrijf ik ook dat ik ‘mens en dingen schilder waarmee ik een emotionele band heb.’ ‘Dat is mijn leven lang gebleven. Dus die thema’s zijn later uitgebouwd, maar in het begin was het al meteen: om je heen kijken, heel dicht bij huis. Toen ik kleine kinderen had schilderde ik een  kopje met speentjes. Ik heb een uitgangspunt en daarmee ga ik aan de haal. Bijvoorbeeld met zo’n oude trommel. Vroeger mocht ik niet op trommel les, dat soort  frustraties uit m’n jeugd komen erbij. Mijn dochter zag die trommel en zei: die is volgens mij van een jongetje dat nogal gepest werd. Toen kon ik die trommel niet meer gebruiken als een soort neutraal stilleven maar werd het een begin van een verhaal…En kwam die in het water terecht. Maar pas veel later, door de jaren heen. Je voegt dingen toe, je wordt ouder en de mensen om je heen ook, dat is ook een thema in mijn werk, een rode draad. Dat soort dingen komen op m’n pad. Ik heb geen vooropgezet plan, van: ik ga er tien maken.’ Rein verklaart zich nader: ‘Ik schilder na en zet iets in een andere omgeving. Zoals bij die treinen van me: ik begin met een trein in een landschap en op een gegeven moment komt die in de bergen terecht. Of op een hele andere plaats. Ik ga er een beetje mee aan de haal. Zo gaat het vaak.’


Tot slot licht Rein nog eens toe: ‘Ik begin dus dicht bij huis met dingen die je normaal om je heen ziet, eigentijdse dingen, aan heel veel kan je zien dat ik in deze tijd leef. Als ik een schaaltje met eieren schilder zie je er bijvoorbeeld lampjes, peertjes, in liggen, die nu bezig zijn te verdwijnen. Iets van nostalgie komt er ook wel in. Van heel kort geleden, niet uit de 17e eeuw, maar uit mijn jeugd, gewoon de dingen die voorbij zijn gegaan.’       


 


Ellen de Jong


 


 10 april – 13 juni 2011


Zinzendorflaan 1, Zeist


Info openingstijden: www.slotzeist.com


www.reinpol.nl