Hermkens, Jeroen - 2011

Galerie de Ploegh uit Soest doet mee aan de Realistenbeurs in Amsterdam
Jeroen Hermkens: ‘Ik maak mijn eigen interpretatie van de werkelijkheid’


Lithograaf en kunstschilder Jeroen Hermkens volgde de Academie voor Beeldende kunsten in Utrecht en Atelier lithografie Champfleury in Parijs. Hij is onder meer geboeid door de architectuur van een stad, door bouwwerken en bruggen en reist graag naar onder meer Italië, Zuid-Frankrijk, Jemen en Amerika. Hij ontving in 1996 voor zijn grote litho’s de Nederlandse Grafiekprijs. In 2006 werd hij verkozen tot ‘Kunstenaar van het jaar’ in Nederland.


Realisme 11

Galerie de Ploegh uit Soest doet mee aan de Realistenbeurs die plaats vindt in de Passengers Terminal in Amsterdam van 13 tot en met 17 januari. Deelnemende kunstenaars zijn onder meer Karin Beek, Martin Hogeweg, Michiel van Kranendonk, Frank Dekkers, Drago Pecenica, Diederik Storms en Jeroen Hermkens.
Ik interviewde Jeroen een jaar of wat geleden in zijn atelier in Utrecht over zijn tentoonstelling in Slot Zeist. Nu ik er opnieuw binnenstap zie ik dat zijn imponerende schilderij ‘De Beurs in Brussel’ gelukkig nog aan de muur hangt. Hoewel het nog in mijn geheugen gegrift staat zou ik het missen als het er niet meer zou zijn: deze krachtige compositie vol kleur en subtiele vlakverdeling. Jeroen exposeert op de Realistenbeurs met een aantal schilderijen, ‘een paar grote en wat kleinere, want de ruimte is per persoon op een beurs natuurlijk beperkt. Het grote schilderij wat daar op de ezel staat getiteld, ‘Keizersgracht in Amsterdam’, (een sfeervol stadsgezicht dat Jeroen raak trof), en een paar kleinere schilderijen met steden aan het meer van Genève en in Italië, laat ik op beurs zien. Bovendien kom ik met een schilderij dat het interieur van het oude atelier van kunstenaar Pieter ‘d Hont als onderwerp heeft.’ Op Jeroens schilderijen komen meestal geen mensen voor, wel zie ik er nu een paar in zijn schilderij ‘Keizersgracht in Amsterdam’. ‘Ja, maar ze blijven toch een beetje in het decor vallen, ze spelen niet de hoofdrol, ze gaan op in het stadsgezicht. Overigens overweeg ik het wel eens een keer te doen: ik wil ook mensen kunnen schilderen zoals ik een stad schilder omdat het uiteindelijk alleen maar om het schilderij gaat, het is niet zo belangrijk wat erop staat, het moet een goed schilderij worden. Maar tot nu toe zijn het ‘verlaten’ steden, hoewel je wel ziet dat de mens aanwezig is, want de stad blijft het belangrijkste wat de mens ooit gebouwd heeft. Ik laat alleen het particuliere verhaal niet zien, dat er iemand naar de bakker loopt of zo.’ Jeroen werkt expressief en maakt er zijn eigen werkelijkheid van: ‘Ik ga uit van tekeningen en daar zit al behoorlijk veel vértekening in, van wat ik belangrijk vind, wat ik eruit haal, waar ik op focus. ‘In ‘Keizersgracht in Amsterdam’ kan je die plek zeker terugvinden, maar als je het fotografisch gaat vergelijken klopt het niet. Maar ik heb ook schilderijen die extremer zijn, waar ik meer dingen veranderde. De werkelijkheid is voor mij niet interessant maar míjn werkelijkheid is dat wel. Ik geloof ook niet in realisme, in het pláátje van de werkelijkheid. Doordat het mijn interpretatie is wordt het als kunst interessant en ik denk dat veel mensen mijn interpretatie meer als de werkelijkheid zien dan dat ze de realiteit als realiteit zien omdat niemand fotografisch kijkt.’

Werkwijze

Jeroen zei in een vorig interview tegen me: ‘Hoewel het altijd herkenbaar is wat ik doe schilder ik in feite abstract.’ Hoe zie je dat nu?
‘Als je mijn schilderijen van dichtbij bekijkt zijn ze heel abstract en zie je eigenlijk niet wat het is, je ziet alleen maar vlekken, strepen en kleuren en vanaf een afstand zie je dat het ergens vandaan komt. Ik heb het onderwerp nodig om het schilderij te maken, maar uiteindelijk gaat het alleen maar om het schilderij en wel om opbouw van kleur en vorm. Ik probeer echt steeds meer en beter te leren schilderen. Het mooie van schilderen is dat je achter je doek staat en dat het werken eraan, het reageren, het overneemt van het denken. Dat je onbelemmerd aan het schilderen bent en twee stappen achteruit doet en denkt: hé, heb ik dit gemaakt? Dat is mooi, omdat je verder gaat dan het reproduceren van wat je in je hoofd hebt, je bent echt aan het schilderen en die stap vind ik heerlijk om te maken.’ Jeroen maakte nog meer stappen: zo stelde hij met dichter Gerrit Komrij een boek samen ‘Morseseinen’: twaalf litho’s met gedichten. En recent ‘Terra Nova’, De Koos van Oord Collectie (een eerbetoon aan de man die een van de grote baggerondernemingen in de wereld heeft geleid en tot bloei gebracht), met schilderijen, tekeningen en dagboekaantekeningen van Jeroen. In het hoofdstuk ‘Over mijn werk’ schrijft Jeroen: ‘Toen Koos van Oord (senior) mij vroeg een serie schilderijen en litho’s te maken van al hun verschillende werkzaamheden over de wereld was ik meteen verkocht; een prachtopdracht.’ Én, noteert Jeroen: ‘Mijn schilderijen en litho’s zijn geïnspireerd door de architectuur van steden, sluizen, havens en schepen. Het is voor mij van groot belang om die plekken ook echt te bezoeken. Het gaat niet om de werkelijkheid zelf, maar om de sfeer die ik daar ervaar. Ik maak mijn eigen interpretatie van de werkelijkheid.’
Deze laatste uitspraak is de kern van ons gesprek: Een werkelijkheid die Jeroen schépt, niet het pláátje van de werkelijkheid.

Ellen de Jong

www.hermkens.com

www.deploegh.nl