Hamer, Jan de - in 1996


IK VOEL ME EEN GELUKKIG MENS DIE UIT DE VERF IS GEKOMEN

Amsterdam, Eglantiersgracht 15:

Een lange, steile trap op. Ik keek omhoog, zag vaag een lange man, groot rond gezicht, wat grijs hangend haar. Vriendelijk klonk het van veraf: "Lukt het?"
En of het lukte. Ik klom snel omhoog, was nieuwsgierig naar de persoon Jan de Hamer en zijn werk.

Jan de Hamer ('s-Gravenzande, 1934) woonde van zijn vierde tot zijn vijfentwintigste jaar in Delft; tekende al vroeg in de kring van Delftse en Haagse kunstenaars. Kreeg zijn opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en studeerde daarna enige jaren aan de Vrije Akademie te Den Haag. In 1960 verhuist hij naar Amsterdam en werkt voor verschillende uitgevers. Na jaren van reizen vestigt hij zich in Amsterdam en wijdt zich hoofdzakelijk aan grafiek en schilderijen. Heeft solo- en groepstentoonstellingen. Over zijn werk voor uitgevers, Elsevier en andere tijdschriften zegt hij:
"Ik maakte boekomslagen en tekeningen bij verhalen."
De Hamer liet me een vergeeld stuk krant zien met een verhaal van Lizzy Sara May en een tekening van hem erbij: Dromerig, romantisch.

Arie van den Berg over het werk van De Hamer:

'Wie schildert of tekent heeft maar twee dimensies om zich in uit te drukken. Alles moet uit de lengte en breedte komen, want diepte is er niet. Die valt hooguit te suggereren door perspectieflijnen en een horizon. Voor Jan de Hamer is het tweedimensionale vlak geen beperking maar keuze. Op zijn schilderij ontbreekt dan ook doelbewust een verwijzing naar verte of diepte. De wereld schijnt weer zo plat als een pannekoek. Ook anderzijds lijkt De Hamer zich op de vlakte te houden. Zijn beeldtaal is immers bijna schematisch. Zo wordt een glooiend landschap tot strakke legpuzzel. En in die puzzel vallen de vormen steevast samen met hun kleur. Steevast, omdat er zelfs geen suggestie van beweging aanwezig is. Bij De Hamer betekent 'vervlakking' veeleer verstilling dan kaalslag. En juist daarin, in verstilling dus, schuilt de kracht van zijn werk. Die kracht is bovenal poëtisch. Het is de stemming die hier bekoren wil, niet de voorstelling of de compositie. Het werk van De Hamer is zeker nog figuratief te noemen en de opbouw is weloverwogen, maar het zijn de zachte, vaak waterige pasteltinten die het karakter bepalen. Een ietwat treuzelend - omfloerst maar toch nog uitgesproken - lyrisch karakter is dat.'

Jan de Hamer exposeert van 2 maart tot en met 7 april in Galerie Famke van der Kooi, Molenstraat 4, in Zoelen, met tekeningen, pastels en acrylschilderijen. In dezelfde periode exposeert Adri van Rooyen, beeldhouwer.

Onlangs vierde deze, in landelijk schoon gelegen en schitterend ingerichte Galerie, haar vijfjarig bestaan. In de afgelopen vijf jaar hadden onder meer Hans Bayens, Jeroen Henneman, Onno Boerwinkel, Monica van Dael, Pieter Defesche daar een tentoonstelling.

In de sober ingerichte ruimte waar ik vrij rond mocht kijken, werkte hij. Prachtig licht, uitzicht op de gracht, met een enkel bootje, schilderijen aan de muur en in een rij tegen elkaar aangezet op de grond. Op z'n ezel een schets: dunne, rode lijnen op wit papier: kon nog van alles worden.
Hij liet me eerst de thee ruiken die hij wilde gaan zetten: deze of die. Ik dook met m'n neus in het geopende zakje met losse thee en koos de lekkerste.
"Op de hoek van de Westerkerk en de Rozengracht is Keijzer, daar verkopen ze allerlei soorten thee en koffie. Ook wel dure thee van F 16,00 per ons. Dan kom je van je jicht af, maar dan moet je wel eerst vermageren!
De Hamer liet me zijn nieuwe stukje houten vloer zien:

"Ik ben echt aan 't klussen, sorry voor de ongeregeldheden."
Zette behoedzaam de thee neer, in grote aardewerk koppen, op een houten plankje. Een gevulde koek ernaast.
Wat me opviel was zijn rustige, bijna talmende stem met een plezierig timbre en zijn behoedzame gebaren en bewegingen.

"Ik houd van knusse ruimtes zoals deze. Boven heb ik een vliering waar m'n etspers staat en beneden heb ik nog een groot woongedeelte. En toch wil ik hier werken: Ik ben als een poes die in een doos gaat zitten, m'n karakter zeker. Maar ik wil wel kijk op het landschap hebben door het raam hier. Vanuit de doos kijk ik naar 't landschap van mijn leven, de buiten 't gewone landschappen.

-Wat heb je met landschap?

"Ik zei iets van het landschap van je leven of van je ziel. Het leven is een landschap, de grond waarop je loopt, de omgeving waar je bent, de situatie waarin je leeft. En het is maar vanuit welke visie je kijkt. Wat ik heb met landschap is dat ik er graag in ben, dat betekent afzijdig van mensen, althans enigszins in de stilte en bezig ben met het landschappelijk onderwerp dat letterlijk zichtbaar is. En dat ik daar dan een eigen beeld van een landschap uit haal dat ik gebruiken kan om te verbeelden. Ik denk dat je steeds landschappen wilt maken waar je zelf in voorkomt zonder dat je jezelf daarin figuratief schildert. Ik denk dat je in een soort utopie gelooft, in een paradijselijk landschap wat steeds destilleert wat je hier ziet. Zo zie ik dat. Ik gebruik de bomen wel, de constructies en figuratieve onderwerpen, maar die komen na verabstrahering in een totaalbeeld, waarbij ze dan als detail niet belangrijk worden. Er zit een gedachte achter, meestal is het de stilte. Ik maak stille beelden, daar houd ik zo erg van.

Ook als landschappen constructies hebben die heel stil zijn, er heel veel waar te nemen is, kun je je ook heel goed concentreren, en dan word je zelf stil van binnen (dan zit je zelf in een soort landschap). Dan word je niet gestoord door bewegende beelden, want we leven in een zeer bewegend beeldpatroon, wat we tegenwoordig de maatschappij noemen. 't Is ook te vertalen in lawaai. Alles moet bewegen want anders word iedereen gek. Ik wil juist graag het tegenovergestelde, want ik denk dat dat ook een vorm is van leven die je nodig hebt, anders kom je er niet uit.
Ik ben veel in bossen geweest en ben daar nog graag, want ik houd van buiten zijn, waar je tot inspiratie komt, tot meditatie. En dat heb je ook wel op het strand, maar daar laten ze ook hun honden uit. Dan wordt je weer gestoord."

-Geeft het zijn in een bepaald landschap je zicht op je eigen landschap?

"Ja, ik denk het wel. Dennen bijvoorbeeld hebben iets heel wonderlijks, namelijk dat ze ook takken naar beneden hebben, hele grote trossen groen eraan hebben, en dat zie je niet tot stand komen. Dat groeit als ik er kennelijk niet ben, 'k lig dan op bed of zo. En ze maken ook geen lawaai, dat is heel gek. Iedereen in onze samenleving moet met grote bombarie iets bereiken. Die bossen, ja die moeten wel beschermd worden, dat er geen bulldozers doorheen gaan, maar die staan gewoon zo en zijn gewoon mooi."

De Hamer's tot nu toe wat vlakke stem schoot omhoog en zijn ogen werden groter:
"En er zijn toch zo'n twintig jaar overheen gegaan, voordat zo'n tak zo werkt, wat je niet ziet. Dat vind ik het geweldigste, en dat is ook het proces van de mens. Met diepe wortels en daarboven bloei je. Dat is de bloesem. Als je een rijk, gelukkig mens bent dan heb je de bloesem uit te delen. En dan ben je niet iemand die zegt: Daar moet je voor betalen. Zo doet de natuur het ook, die schenkt ook zonder een financiële bijdrage te vragen. Je moet schenker van het mooie worden, dan vind je geluk, heb je je doel bereikt.
Als je dat niet snapt ben je mislukt als mens, denk ik. Dan ben je een chagarijn met een groot pensioen. Daar schiet je toch niets mee op? "

Hij keek me van opzij aan, ja toch?

"Mijn manier van leven is zoals ik net uitlegde. Al jong is tekenen en schilderen in mijn leven gekomen. Toen ik 18 jaar was zag ik voor het eerst een Mondriaan en een Van Gogh tentoonstelling en ik dacht: Dit is mijn weg. Ik vond het leven van Van Gogh en het werk van Mondriaan heel boeiend. Achteraf gezien vind ik hen beide boeiend, zowel hun leven als hun werk. En toen ben ik gaan tekenen en schilderen en dacht: wat ik doe zo leef ik ook. Die luxe kan ik me permitteren. Als je dat gaat verklappen dan word je niet geaccepteerd in de maatschappij, want je moet een goede baan, gezin met kinderen, kortom huisje, boompje, beestje hebben.
Daar ben ik niet op tegen, maar bij mij is dat niet zo gegaan."

-Landschap is dus primair wat je fascineert.

"Ik kan ook een portret maken of een paard, maar dan wordt het weer een landschap. Ik blijf ermee spelen. Het landschap is zo'n breed onderwerp; breed in die zin dat het niet hoeft te gaan om het landschap buiten Amsterdam, maar om het scheppen van een landschap in jezelf. Zoals je kunt reizen, terwijl je in je stoel blijft zitten. Dat kun je heel goed sturen. Maar je moet wel de realiteit hebben gezien, ik ben niet iemand die zo maar verf op de grond flikkert, ik ben erg consentieus in tekenen bijvoorbeeld. Je moet grondig weten wat je doet. Zoals ik dat op de Vrije Akademie heb geleerd van Mindeman en Westerik. Hoe je moet kijken en dan het spel gaan spelen, want het is een leuk spel. Het is geen saai gedoe, wat ik doe.
Primair eis ik van mezelf dat ik doorkneed ben in het onderwerp: bomen, bijvoorbeeld. Je moet goed waargenomen, en goed begrepen hebben. Al ben ik dus niet iemand die dat fotografisch vastlegt. Het is moeilijk in deze tijd om zo te denken, want velen doen dingen die ze niet begrepen hebben. De jongere generatie wil al arrivé zijn, terwijl ze nog niet gevorderd zijn in een degelijk kennen van iets."

-Als je die basis hebt, kan je groeien en bloesem geven.

"Ja en dan kan je stukjes paradijs gaan maken, ik kijk ook steeds zo. Als ik door de stad loop, maak ik wel stadsgezichten, dat noem ik ook landschappen, wat dat worden gewoon mooie dingen. Ik bekijk alles wat er mooi is. Het leven is mooi, al ben ik wel kritisch, en ik vind dat je van jezelf ook iets moois kan maken.
Het gaat erom of een mens in staat is om datgene wat naar 'm toekomt te verwerken en eigen te maken. En als het niet bij je past het voorbij te laten gaan. Zo is het ook bij een huwelijk: Als twee mensen bij elkaar horen, dan kan het goed gaan.
Ik vergelijk nu even zo'n menselijke ontwikkeling met het zien naar een landschap. Ook het kijken naar een landschap moet begrepen en verwerkt worden. En je gaat dat verbeelden, 't wordt zichtbaar. Ik zie het als een parallelweg dat het creëren van zo'n landschap een uitdrukking van je zijn is. Daar zit een enorme lol in, toch ook weer met grenzen die je legt. En dan ga je weer op het volgende vlak verder.

-Wat versta je onder verstilling? Niet door een stil bos te lopen.

"Wanneer je echt iets wilt zien en grijpen dan is er concentratie aan voorafgegaan. Concentratie is discipline en discipline is stil worden, eigenlijk is het andersom, voor stil worden heb je discipline nodig. Als je dat allemaal niet op een rijtje zet kun je nooit waarnemen. Want je hebt iets gezien van dichtbij, maar nu moet je afstand gaan nemen, want je moet iets wat je hebt waargenomen in z'n totalitiet zien.

Het leven moet begrepen worden, je eigen leven moet begrepen worden in een totaalbeeld. Als ik naar bed ga, moet ik begrijpen wat ik die dag gedaan heb, in relatie met al die dingen waarmee ik verbonden ben.

Zo bedoel ik een landschap:
Dat het een blauwdruk is voor, je zou zeggen, een soort heiligenbeeld, net geen ikonen. Maar misschien is ieder schilderij wel een meditatief gegeven. Ik heb me specifiek aan het landschap vastgehouden omdat ik en dat is misschien m'n simpelheid, niet teveel ingewikkelde dingen wilde doen, en me aan één stramien wilde houden.
Ook omdat het zo verbonden is met de wijze waarop ik leef. Zoals ik leef zo maak ik ook die dingen. Zo kook ik ook." Hoe? Lekker. Ik voel me een gelukkig mens die uit de verf is gekomen, letterlijk en figuurlijk. Maar ik ben niet iemand die in de vaart der volkeren dingen bezit die je behoort te hebben."

Dit vond ik een goed slot en ik stond op om weg te gaan. Hij wilde nog even een schilderij laten zien:

Ik keek naar een verstild landschap, hoe kon het ook anders.

De Hamer zei zacht:
"Ik houd van pasteltinten, van fijne nuanceringen. Een schilderij is een soort liefdesverhouding. Misschien schilder ik wel bij gebrek aan iets beters."


Ellen de Jong-de Wilde