Germann, Theo - in 1996

BEELDHOUWERS EPPE DE HAAN EN THEO GERMANN BIJ GALERIE LAERKEN

De Deens-Nederlandse Galerie en Beeldentuin Laerken in Hazerswoude heeft als doel hedendaagse kunst van goede kwaliteit te exposeren. Zij hebben vijf lijnen namelijk: beelden, schilderijen, grafiek, glas, keramiek en sieraden. De verschillende kunstrichtingen staan om de beurt centraal.
Van 20 oktober tot 20 december 1996 exposeren beeldhouwers Eppe de Haan en Theo Germann in de Galerie en in de Beeldentuin. Tevens exposeert de Deense schilder Jan Ulrik Friis met cobra geïnspireerde doeken en zes Nederlandse goud- en zilversmeden tonen sieraden van hoge kwaliteit.

John Sillivis, Hoofdconservator Haags Gemeentemuseum schrijft zijn associaties en overwegingen bij de recente beelden van Eppe de Haan: 'Zijn godenwereld is klassiek met Hermes en Apollo en Daedalus en Icarus, maar het levensgevoel is van deze tijd. De vlucht van de verbeelding, het verlangen om te vliegen, maar ook: het smelten van de vleugels, het onvermijdelijke noodlot, de val. De houten beelden zijn letterlijk gevonden voorwerpen, wrakhout, of afgesleten boomstronken, waarin een bestaande vorm de beeldhouwer inspireert tot een nieuwe gedaante, een engel of een muze. De figuur kan ook vastgebonden zijn, als Prometheus, geketend aan een rots; de noodlottige held, symbool voor de eeuwige strijd van het kunstenaarschap.
In marmer en steen gaat Eppe de Haan anders te werk. Hier leidt het materiaal tot een eigen, meer overwogen werkwijze, en een voorkeur voor een strenger schoonheidsideaal. Met een sensueel oog zoekt Eppe de Haan de perfectie, met een noordelijk maatgevoel speurt hij naar de juiste proporties, als een verdwaalde faun probeert hij binnen te dringen in deze zuidelijke godenwereld, die naast het zoete leven ook het bittere noodlot kent, het fatale, het onontkoombare. Vanuit dit bewustzijn schijnen de beelden van Eppe de Haan vervuld van een zachte melancholie, een weemoedig verlangen. Een vreemde paradox: het is alsof de bronzen beelden van Eppe de Haan het meest gewichtloos zijn. Hier zweeft Icarus als een vogel door de lucht, hier tart het lichaam de wetten van de zwaartekracht, als bij een danser die springt om van de aarde los te komen. De beelden spreken van het verlangen naar vleugels, als zijn ze van was. Ze zijn ontstaan uit vloeibaar metaal, blank marmer, gemaakt van takken gepolijst door zeewater en zand.'
En zegt John Sillivis: 'De beelden van Eppe de Haan bepalen door hun formaat hun eigen ruimte, maar zelfs de allerkleinste hebben hun eigen microkosmos. Soms komen de fragmentarische menselijke vormen te voorschijn uit een sokkel of een marmerblok, soms zijn ze geheel vrij-staand in de ware betekenis van het woord.
Tevoren sprak ik van de relatieve gewichtloosheid van de beelden van Eppe de Haan -een raadselachtige paradox, maar een associatie die zich opdringt en die wordt versterkt doordat de beeldhouwer zijn lichamen soms doorzichtig maakt, door een torso halverwege de borst te openen. Merkwaardig genoeg geeft dit nooit een gevoel van verminking, maar veeleer van lucht en ruimte.
De kunstenaar bepaalt zijn eigen werkelijkheid in zijn uitingen en biedt vervolgens de beschouwer de vrijheid tot eigen interpretaties en gedachtenspinsels. Terwijl zijn schilderijen voor mij een noordelijke koelte en rationaliteit uitdrukten, kan ik zijn beelden niet anders ervaren dan als mediterraan, half tastbaar en lijfelijk, half gedroomd - een godenwereld vol zuidelijk warmte en met een eigen lotsbepaling.'

Theo Germann: U ziet het, ik ben gek op vrouwen.
'Een beeldhouwer, wat is dat, hoe kijkt hij? Als leerling van de Esthetische Vorming aan de Academie Artibus te Utrecht in de jaren vijftig heb ik vrijstelling gevraagd voor boetseren', zei beeldend kunstenaar Theo Germann. 'Ik zag niets in dat gekledder met klei. Ik wilde schilder worden, maar werd fotograaf. Verdienstelijk: Heel West-Europa vroeg me voor voordrachten en als jurylid. Rond 1980 zat ik daarmee tegen het plafond en ik probeerde dat te doorbreken door weer te gaan schilderen bij Artibus. Daar was een leerling die zei: 'Theo, jij bent geen schilder, je bent beeldhouwer.' 'Ik ging beeldhouwen, één avond per week en daarna was ik verkocht: dit is mijn vak, dit is mij op mijn lijf geschreven. In het begin tekende ik contouren na in klei, bij elke draaiing van het model nieuwe contouren, in de hoop dat daaruit een beeld zou ontstaan. En dan, ik denk in het tweede of derde jaar, zag ik voor het eerst plastisch! Het model was niet meer plat als een tekening of als een foto, maar ruimtelijk, de vormen gingen rondom. Een ongelofelijke ervaring! Ongeveer in dezelfde tijd kreeg ik de klei onder de duim. Ik kon de klei verwerken zoals ík dat wou. Dat was bij mijn eerste levensgrote beeld: Jerudith. Dan komen er ontdekkingen. In het styleren, groothouden, weglaten van onbelangrijke details, het benadrukken van het essentiële, vormveranderingen. Waar streef ik naar? Weet ik dat zelf wel? Tijdloos, ja, zeker niet trends, die zijn morgen weer ouderwets. Ik zoek in mijzelf, ik zoek in mijn modellen, naar de mystiek van die eenling, die in elke mens schuilt: die is uniek en dus zal mijn werk uniek zijn.
Theo woont met zijn vrouw Hannah in Zeist. Ik parkeer mijn auto voor zijn winkel waar menig beeld van vrouwelijk naakt te zien is, al dan niet in brons. In zijn fleurige tuin zie ik diverse bronzen en stenen naakten her en der verspreid: een zittend, bevallig meisje, een geabstraheerde vrouwentors, een jonge meisjesgestalte, levensgroot: Jerudith, met mysterieuze blik. Wat een rijkdom!
'Wil je binnen of buiten zitten? Buiten graag, dicht bij zijn beelden. Pal naast mijn stoel een pril meisjebeeld op een sokkel: een prachtig silhouet tegen het groen van zijn ongecultiveerde tuin.

-Waarom zag u eerst niets in dat gekledder met klei?

'Waarschijnlijk heb ik in het begin niet zo'n goede leermeester gehad. En als beginneling krijg je snel van die zeperige oppervlakten; als je in die natte klei aan het rommelen bent en je probeert het strak te maken, dan wordt het hobbelig en vies. Ik had op dat moment ook weinig vormbegrip en mijn hele leven had ik in mijn achterhoofd dat ik schilder wilde worden."

-U wilde schilder worden, maar werd fotograaf.

'Mijn vader was fotograaf en die zaak was na de oorlog behoorlijk gekelderd en die moest ik mee helpen opbouwen.
In die periode was ik een beetje depressief en mijn vader dacht laat die jongen maar hard werken. Dat was verschrikkelijk, want ik moest in de donkere kamer 200 afdrukjes per uur maken. Van 9 uur 's ochtends tot 4 uur 's nachts en 5 jaar geen vakantie. Zo ging dat. Op de avondschool deed ik de cursus Esthetische Vorming. Die school werd een kunstnijverheidsschool en daar vroegen ze me leraar te worden in de fotografie. Daar heb ik ja op gezegd en ik ging het nog een mooi vak vinden ook, ik werd er zelfs verliefd op. Naast het lesgeven maakte ik zelf portret- en naaktfoto's en wat landschappen. Maar ik ben bekend geworden door mijn portret- en naaktfotografie.'

-Prima combinatie, lijkt me.

'Die naaktfotografie van vrouwen en af en toe van een man maakt het mogelijk dat je heerlijk met licht kan spelen en wat ik daarin leerde kon ik weer toepassen in mijn portretten.'

-Waar blijft het schilderen?
'In 1984 ging ik terug naar Artibus omdat ik tegen het plafond zat in de fotografie. Ik ging me herhalen en omdat te voorkomen nam ik les bij een leraar die abstract en experimenteel schilderde. Zus proberen, zo proberen, opdrachten krijgen en dat zien te bewerken in niet directe voorstellingen. Er kwam toen iemand en die zei: je bent geen schilder, maar een beeldhouwer. Die zag dat aan mijn motoriek, mijn lichaamstaal. In die periode had ik een paar boeken gekocht van Henry Moore en daar zocht ik de abstrahering in.
Ik ben mijn naaktmodellen in doeken gaan pakken om abstractere vormen te krijgen en fotografeerde dat. Tegelijkertijd kreeg ik interesse in die beeldhouwerij. Ik begon ermee en toen was het hek van de dam. De eerste les die ik kreeg van Elly Hahn was meteen een succes. Ik maakte een bepaalde constructie in een keer af in die les en Elly sloeg achterover van verbazing: ze had zelfs een professional het nog nooit zo snel zien doen. Ik kreeg er steeds meer lol in en ging thuis dingen maken. Eerst in klei, daarna in gips en later toen ik geld genoeg gespaard had, in brons. Later ging ik ook stenen beelden maken.'

-Veel vrouwen, als ik zo naar je beelden kijk, met namen als: Rachel, Vivian, Marieke, Anja en Hannah.
'U ziet het, ik ben gek op vrouwen.'
-Ik zie het, u heeft een leuke vrouw uitgezocht.
'Hannah heeft ook wel model gestaan, ze vond dat prettig.'

-U ging exposeren?

'Ja, mijn eerste expositie was bij de Nederlandse Middenstands Bank in Hilversum, in 1986. In 1989 werd ik beroeps beeldhouwer.'
-Zit u met dit vak nog niet tegen het plafond?

Theo Germann riep uit: 'Voorlopig nog lang niet!'

-U had het daarnet over abstraheren, maar daar zie ik niets van.
'Ik heb wel geabstraheerde beelden gemaakt, maar weinig. Van een volledig abstract beeld heb ik er maar één. Puur vorm zegt me te weinig. Ik kan daar niet voldoende in uitdrukken. Voor sommige beeldhouwers is abstractie hun enige uitdrukkingsmogelijkheid, een figuur vinden ze te weinig zeggingskracht hebben, dat is zeer persoonlijk. Het heeft ook met de trend te maken. Er is een tijd geweest dat figuratieve kunst niet van de bodem kwam. Met poppetjes kwam je geen galerie binnen. Op het ogenblik is dat anders, nu kom je in een galerie gemakkelijker binnen met iets figuratiefs dan abstracts. Ik blijf hiermee doorgaan denk ik, alhoewel je dat nooit zeker weet, want ik doe ineens wat en of dat in mijn stijl past dat kan me niets schelen want ik maak het voor niemand anders dan voor mezelf. Als ik het zo doe, wat komt er dan, wat gebeurt er dan, daar ben ik nieuwsgierig naar.'

-Wat gaan we bij Galerie Laerke zien?

Ik ga er ongeveer 30 beelden neerzetten, stenen en bronzen en ook tekeningen, met af en toe een kleurtje.
-Vrouwen?
'Ja, ook weer vrouwen.'

Later lopen we door de tuin naar zijn atelier waar Theo volop bezig is. Ook hier weer een aantal beelden van uiterst gracieuze vrouwenfiguren. Zo opgesteld dat het licht er geraffineerd op valt. Hij houdt van vrouwen, zijn figuren stralen de liefde uit die hij voor hen voelt.

Ellen de Jong.