Defesche, Pieter - 1996



AL DIE BEELDEN DRAAG JE MET JE MEE


In de Verenigde Staten, maar ook daarbuiten, heeft Reader's Digest affiniteit met kunst. Het Amerikaanse voorbeeld is sprekend:
De oprichters van het bedrijf, De Witt Wallace en Lila Acheson Wallace, waren actieve kunstverzamelaars en legden de basis voor de grote Reader's Digest Corporate Art Collection. De collectie bestaat thans uit circa 7.000 werken van voornamelijk impressionistische kunstenaars. In februari 1987 werd in New York een door Lila Acheson Wallace geschonken vleugel van The Metropolitan Museum of Art geopend, waarin de 20ste-eeuwse collectie van het museum een waardige behuizing vindt.
In Nederland werden de eerste stappen op kunstgebied gezet, toen voor het nieuwe kantoorpand in Amsterdam Zuidoost een collectie grafiek van eigentijdse, Nederlandse kunstenaars werd gekocht, die over het hele bedrijf is verdeeld als een permanente expositie.
Het verlangen groeide iets meer op kunstgebied te doen. Meer voor het publiek, maar ook meer voor de kunstenaar. Dat vormt het uitgangspunt voor een initiatief van Reader's Digest Nederland, onder de naam 'Kunst aan bod'.
'Kunst aan bod' houdt het volgende in: Eénmaal per jaar organiseert Reader's Digest in het Singer museum te Laren een tentoonstelling van een bekende Nederlandse schilder/graficus. Voor alle geëxposeerde werken geldt een Readers' Digest aankoopsubsidie op schilderijen en grafiek. Tevens schenkt Reader's Digest elk jaar een donatie van f 15.000 aan een Nederlands museum.

De exposerende kunstenaar is dit keer Pieter Defesche, een zogenoemde Limburgse Amsterdammer. De tentoonstelling, die behalve veel nieuw werk ook schilderijen, gouaches en litho's bevat die in de afgelopen tien jaar zijn ontstaan, zal gehouden worden in het Singer Museum in Laren van 28 maart tot en met 5 mei 1996. De viering van Defesche's 75-ste verjaardag op 22 april zal de tentoonstelling extra feestelijk maken.

Pieter Defesche (Maastricht, 1921) doorliep de Rijksacademie voor beeldende kunsten in Amsterdam, won in 1949 de Prix de Rome met zijn interpretatie van het bijbelse thema de barmhartige Samaritaan. Deze prijs stelde hem financieel in staat te reizen. Een voorwaarde vindt hij, om een volwaardig beeldend kunstenaar te worden. Defesche beschouwt de reis die hij in 1953 naar Spanje maakt als een doorbraak: 'De levensbeelden die zich daar in mij nestelden waren van zo'n evocatieve kracht, dat ik vanzelf tot werken kwam in een stijl die zeer persoonlijk is' zegt Defesche in een beschouwing over zijn werk door Ad Kraan. Enkele jaren daarvoor had hij zich in Italië verdiept in de cultuur daar. Hij maakte ook reizen naar Joegoslavië, de Pacific, de VS en Japan. In 1964 won hij de Europaprijs voor Schilderkunst. Van 1969 tot 1987 was hij hoogleraar Afdeling Schilderen aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht.

Defesche had vele groeps- en solotentoonstellingen in binnen- en buitenland, naast monumentale opdrachten als wandschilderingen. Hij exposeert nog regelmatig.

Een belangrijke karaktereigenschap van Defesche is zijn wil en vermogen tot zelfkritiek. Dat blijkt niet alleen uit de wijze van tot stand komen van zijn schilderijen, waarin diverse overschilderingen zichtbaar zijn, maar ook uit zijn dagboeken. Daarin legt hij, vaak geëmotioneerd, tegenover zichzelf verantwoording af voor het ontstaan van zijn werken. Bovendien geeft hij in zijn dagboeken zijn persoonlijke belevenissen weer en vind je vluchtige schetsen en tekeningen, die hij tijdens zijn reizen maakte. Ad Kraan:

'Zijn schilderingen vormen het resultaat van een verwoede poging om door het netvlies opgenomen en in de herinnering gekoesterde levensbeelden, vastgelegd door de jaren heen in duizenden krabbels, notities en studies met behulp van talrijke schilderkunstige middelen creatief te vertalen.'En:

'Het is onmogelijk de stijl van Defesche eenduidig te typeren. Er zijn impressionistische, expressionistische en surreële elementen in terug te vinden. Een belangrijke eigenschap van zijn schilderijen is dat het in een roes, een soort trance, tot stand lijkt gekomen. Over de schilderactie zegt Defesche:
'Zelf besta ik niet meer. Ik word geregeerd door de blauwen, roden, grijzen die ik zojuist nog opriep.'

De Kunstcommissie van de Nederlandse Gasunie gaf het boekje 'Feest met kleur' uit; daarin wordt over Defesche's werk als volgt gesproken:

'Defesche geeft zijn schilderijen en gouaches vaak intrigerende titels mee. Opvallend zijn steeds terugkerende woorden als: Landschap, Don Quichotte en Brandend Braambos. Pieter Defesche over zijn themakeuze:
'De thematiek heeft iets te maken met ervaringen, met dingen die je hebt beleefd en dat kan zelfs terugvoeren tot in je jeugd. Mijn belevenissen zetten mijn fantasie in beweging en dat mondt dan weer uit in het werk dat ik maak.'

Defesche laat zich inspireren door landschappen: 'Het landschap was en blijft voor mij de impuls om iets te gaan maken. Er ontstaan in mijn fantasie, in mijn belevingswereld, steeds weer nieuwe landschappen. Het vlakke, glooiende, weidse, zijn beeldend, schitterend om te verwerken.
Het Brandend Braambos is een thema uit de Bijbel dat Defesche erg aanspreekt: 'Naast de puur bijbelse motieven zit er in dat verhaal voor mij iets fascinerends dat ik graag eigentijds wil proberen uit te beelden.'

Spanje is voor zijn werk van grote invloed geweest. Hij zegt er zelf over: 'Spanje opende voor mij de weg naar een vrijer kleurgebruik, maar ook de ontdekking van duidelijke vormgeving.'

Pieter Defesche kwam me van 't station in Sittard halen. We reden door kaal, grijs winterlandschap. Hij keek niet vrolijk, was wel sympathiek. Stopte abrupt voor rood licht: "Sorry", toen ik met een vaart naar voren schoot. "Kijk, dat is de watertoren van Schimmert en daar is het torentje van Ulestraten, het dorp waar m'n vrouw en ik wonen."
Zijn vrouw Dolly zette vriendelijk koffie en broodjes voor ons neer in zijn atelier. Trok zich bescheiden terug.
-Ik wil graag eerst een foto maken.
"Ik heb m'n haar gewassen en me geschoren, dus vooruit maar, ga je gang."
Ik maakte een foto van Defesche vóór een van zijn doeken die in Singer geëxposeerd zou worden.
"Dit doek gaat zeker mee, de rest moet ik nog uitzoeken,"

-U maakt schilderijen, gouaches en litho's. Kunt u zichzelf in al die genres evengoed kwijt?

"Jazeker. Evenals in tekeningen en wandschilderingen. Het zijn middelen voor me, waarin ik me dan eens in het ene genre dan in het andere uitdruk. Mijn hoofdwerk is natuurlijk het werk in het atelier, daar houd ik me het meest mee bezig. En dat zijn olieverven, aquarellen, gouaches en tekeningen. Schrijven doe ik ook nog, ik houd een soort logboek bij. Als ik werk en vooral als ik reis noteer ik wat ik zie en waar ik iets mee wil, of mogelijk iets mee zou kunnen willen. Al wat ik zie, wat via het oog in me opgenomen kan worden en waar ik bepaalde indrukken aan over houd, dat tracht ik in m'n cahiers van commentaar te voorzien."

-Waar put u uit, wat spoort u aan tot artistieke creatie?
Een bepaald beeld of thema?

"Hier staat de lezer stil, dat zou ik niet weten. Dat kan ik niet concreet beantwoorden."

Dat verbaasde me en ik zei hem dat ik aan sport doe omdat ik behoefte aan beweging heb. Defesche werd ineens alert:

"Ook ik, om me geestelijk te bewegen. Nee, beter gezegd om mij creatief te uiten, omdat ik dat in de vingers heb en daarvoor geboren ben, zou je bijna kunnen zeggen. Uit alle zaken die zich op m'n netvlies projecteren ontwikkelen zich bepaalde beelden die ik dan via de materie me eigen tracht te maken. En er vorm aan probeer te geven. Het is tenslotte beeldende kunst, een kunst van het zien, dingen die je ziet probeer je voor jezelf te behouden en er dan zoals ik al zei, vorm aan te geven. "

-Ziet u wel dat u er toch antwoord op gaf.

"Ja, ik sta verbaasd zeg." Lachend: "Het is wel met een omweg."

-In een interview met Bibeb (Vrij Nederland, december 1993) zegt u:
'Een schilderij moet altijd een verhaal zijn, maar wel op geabstraheerde wijze, anders is het literatuur. En:
Ik schilder abstract, ook Rembrandt en Breughel schilderden abstract. Ieder goed schilderij is een abstract schilderij.'
Schilderden Rembrandt en Breughel abstract?

"Nou en of, reageerde hij stellig op m'n verbaasde gezicht.
De manier waarop het is geschilderd is geabstraheerd. Het is niet interessant omdat die figuren op de schilderijen zichtbaar zijn, er zijn zovelen die dat kunnen, maar de bepaalde vorm die je eraan geeft, maakt het boeiend. Dat is abstraherend daarmee bezig zijn."

-Ik dacht dat een abstract schilderij alleen maar uit lijnen en vlakken, al dan niet gekleurd, bestond.
"Ja, maar dat is de uiterste consequentie van abstractie."

-Gaat u nog meer voor de kunst leven, nu u binnenkort 75 jaar wordt?

"Ik heb altijd voor de kunst geleefd, dat houdt niet op zolang mijn verstandelijke en lichamelijke vermogens dat toelaten. Er verandert niets, 't is fysiek alleen wat vermoeiender."

-Wat gaan we in 't Singer zien?

"Voornamelijk olieverven en gouaches van de laatste jaren. Het zwaartepunt ligt op de productie van wat ik, vanaf 1994, 1995 tot nu toe bij elkaar geschilderd heb. En waar ik nog over kan beschikken natuurlijk."

-Kleur is heel belangrijk in uw werk.

"Dat is zo. Ik sta bekend als colorist. Mijn gebruik van kleuren is iets speciaals van mij. Eerst was er het paars, toen rood en toen blauw. Ik experimenteer bij het leven."

-Ik verheug me op de tentoonstelling.

"Ik zelf ook. Er komt nog een boekje uit ter gelegenheid van die tentoonstelling en daarin heeft Kees van der Geer het voorwoord geschreven. Daar zie ik naar uit. Dit is de eerste keer dat ik in 't Singer exposeer. Ik ben altijd weer benieuwd hoe ik tegenover mijn eigen werk sta. Daar leer je elke keer van en het geeft je voldoening; dat kan tenminste voldoening geven. Tot nu toe was dat zo."

We reden weer terug door een even winters en grijs landschap als voorheen. We zagen een man lopen met een hond. Pieter Defesche was even stil, toen zei hij:
"We hadden 9 jaar een hond, helaas is hij dood." Defesche wees naar een stuk weiland, rechts van de weg: Hier liep ik vaak met 'm, hij was een kameraad van me, ik leef nog steeds met hem.
In 1958 maakte ik een schilderij 'Dolly met groene vaas'.
Die vaas en die hond en natuurlijk ook andere beelden blijven een rol in mijn werk spelen. Ik zie het zo: Al die beelden draag je met je mee en kunnen van tijd tot tijd in je werk opdoemen en dan moeten ze picturale betekenis krijgen. Dat is de kunst."


Ellen de Jong-de Wilde.