Bayens, Hans

Het zadel waarop ik zit wil ik zo goed mogelijk berijden

"Mijn vrouw Annelies regelt alles voor mijn tentoonstelling met olieverven, pastels en beeldhouwwerk, in het Singer Museum in Laren", vertelde schilder en beeldhouwer Hans Bayens me. In de van Eeghenstraat in Amsterdam ontving Hans Bayens me in zijn gezellig rommelig ingerichte souterrain. Achter de eettafel hing een prachtig doek, een in aarde tinten geschilderd landschap met bukkende vrouwen die het land bewerken en een kinderfiguur die toekijkt.
"Dat is een grapje voor het huis, komt ook nooit het huis uit", zei Hans Bayens gedecideerd, met opvallend zware stem, net niet bars.
"Zo hebben we tenminste een mooi uitzicht op het land in dit stadsvertrek, maar het schilderij blijft in privé gebruik".
Op tafels, stoelen en banken en ook wel keurig op planken lagen boeken; verder werken van Bayens hand: schilderijen en wat beeldjes. "Straks zal Annelies je mee naar boven nemen en meer schilderijen, schetsen, tekeningen en beeldhouwwerk laten zien."
Ik zag een me uitdagend aankijkend liggend naakt, in warme kleuren (à la Rubens, zei Annelies lachend), en afbeeldingen van allerhande circusfiguurtjes (hangen in het Circustheater in Scheveningen), een 'kop' van beeldhouwer Pieter de Monchy, die ik eens voor Pulchri had geïnterviewd, en portretten van de schilder Kees Verwey en allerlei vrij werk: stemmige weergaven van zee- en strandgezichten, schaatsenrijders met tegen de wind in gekromde ruggen, koeien in hun natuurlijke omgeving en wat dies meer zij. Wat een veelzijdigheid.
Ik probeerde het snel in me op te nemen om dit stuk te kunnen schrijven. Het boeide me, dit werk van Bayens en dan valt het schrijven erover gemakkelijker.

Hans Bayens (1924, Hastière-Lavaux, België) deed eindexamen Barlaeus gymnasium in Amsterdam, volgde Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen en werkte in Frankrijk, onder andere in Parijs, in België en in Engeland. Bewust werkend vanuit de traditie gaat Hans Bayens zijn eigen weg, niet alleen in olieverven, pastels en tekeningen, maar ook in zijn beeldhouwwerken. Zijn werk is van een bewogen directheid. In een warm, behaaglijk coloriet zet Bayens zijn onderwerpen neer, het landschap, een stilleven of zijn favoriet, de menselijke figuur. Deze laatste speelt in thema's als het theater, het circus of het orkest een centrale rol. Ook in zijn beelden weet hij zonder overbodige details door te dringen in het diepste wezen van de mens. Bayens verstaat de kunst het menselijke gemoed niet alleen op intense wijze weer te geven, maar deze vooral ook te beroeren. De literatuur en het theater trekken belangrijke sporen door het oeuvre van Bayens. Zijn bronzen beelden aan de openbare weg en zijn schilderijen in de foyers van schouwburgen en concertgebouwen zijn voorbeelden van die voorliefde.
In Utrecht staat zijn 'man met schuiftrompet', uit een verhaal van C.C.S.Crone, aan de Amstel in Nes een dubbelportret van Aagje Deken en Betje Wolff, en in Amsterdam Kees de Jongen in de Jordaan, Nescio's Titaantjes in het Oosterpark, de bronzen geweldenaarskop van Multatuli op de Torensluis en een geschilderd portret van Wim Kan en Corry Vonk in het Nieuwe de la Mar Theater.

Hans Bayens zette een grote, dampende kop thee voor me neer, dronk zelf een pilsje uit blik.
-Er komt een boek van u uit, las ik. Wanneer?

"Dat komt tegelijkertijd met de opening van de tentoonstelling uit. Het gaat Bayens heten."
-Meer niet?

"Waarom zou je meer opzetten? De inhoud is een keuze uit zo'n veertig jaar werk, plastieken, schilderijen, pastels, tekeningen en wat teksten. Een kunsthistorica schrijft over mijn schilderijen en tekeningen en een ander, dat is Erftemeijer, de man van het Frans Halsmuseum, schrijft over m'n plastieken. Ook staat er een kleine biografische schets in."

-Naast landschap en stilleven gaat uw voorkeur uit naar de menselijke figuuren en u hanteert bepaalde thema's.

"Ja, ik heb de laatste jaren veel thema's gehad. Daar kom je vanzelf toe, niet door opdracht zozeer, maar omdat mij iets boeide en dan langer boeide dan: even. Bijvoorbeeld het circus heb ik lang als thema gehad, ik trok ook mee, met circus Krone bijvoorbeeld naar België. Maar ook in Den Haag en in Amsterdam was ik dan met hen en werkte er lang om hun wereld vast te leggen. Het hoogste wat je halen kan bij een circus is dat je de hand van de clown krijgt als hij je weer ziet. Ik was daar wel thuis. Een paar jaar geleden kreeg ik een opdracht om een portret te schilderen van de oud dirigent van het Concertgebouworkest Eugen Jochum. Dat hangt daar nu in de foyer en toen heb ik de voet tussen de deur gezet om daar 's morgens tijdens de repetities te kunnen tekenen."

Bayens raakte steeds meer gefascineerd door de wereld die orkestleden en dirigent samen vormen. Toen het portret in demember 1989 werd onthuld beschouwde hij zijn werk niet als voltooid. Hij ging door met het vastleggen van deze wereld. Er ontstond een reeks bewogen tekeningen in kleur en schilderijen die met elkaar een indrngend beeld geven van het Concertgebouworkest en waarvan een tentoonstelling is gemaakt.
"Ik kreeg ook een opdracht van de gemeente Amsterdam om Wim Kan en Corry Vonk te portretteren en had daar wel wat moeite mee omdat de goede man niet wilde poseren, zelfs geen vijf minuten (Corry Vonk wilde wel). Dus ik moest tijdens de voorstelling tussen de coulissen mijn schetsen maken. En daar moest ik het mee doen. Behalve het uiteindelijke portret ontstond er toen ook een reeks schilderijen, schetsen, tekeningen, en bronsplastieken rondom hen.
Ik heb de oude Drees op de Beeklaan in Den Haag geschilderd, dat heb ik zelf gevraagd. Drees was toen over de negentig en ik ben vaak naar hem toe geweest om hem te schilderen. Dat was heerlijk, die man zat daar zo solide in die stoel, in dat burgerlijke interieur.
In de jaren '70 kreeg ik nogal wat opdrachten om beelden te maken, maar de Titaantjes van Nescio heb ik op eigen initiatief gemaakt omdat ik geweldig veel houd van het werk van Nescio. Dat is toen aangekocht door de gemeente Amsterdam en staat nu in het Oosterpark. Als je vraagt welke schrijver draag je mee, dan is het onder meer Nescio. Herman Gorter was een opdracht, die heel plezierig was, ook vanwege de plek. Ik maakte met de burgemeester van Bergen een rondrit en hij dacht eerst het beeld bij de hertenkamp te zetten, waar ik fel op tegen was, en ik stelde voor om 'm buiten het centrum te zetten; dat lukte en Gorter staat nu bij de provinciale weg in een duinpan, 2 1/2 meter hoog. Middenin dat duingebied ligt het oude huis van Gorter met rieten dak, prachtig voorbeeld van de Amsterdamse School. Hij zit in zijn eigen bad!
Het is natuurlijk heerlijk als je zo'n opdracht zo kan afronden."

-U heeft veel literaire belangstelling blijkt uit uw beelden en uit de boeken die ik hier overal zie.

"Daar ben ik in gestimuleerd door uitgever Geert van Oorschot, hij was ook betrokken bij de aankoop van de Titaantjes. Ik houd van enkele Nederlandse schrijvers, als een soort stemvork voor je zijn; en dat is behalve Nescio ook Theo Thijssen. Kees de Jongen staat hier op de Lindengracht in Amsterdam, dat is een leuk beeld, vind ik zelf. Ik heb me bezig gehouden met het onlangs gestichte museumpje van Theo Thijssen, ook in de Jordaan. En ik heb Betje Wolff en Aagje Deken gedaan en nog zo'n paar van die dingen. Dat is allemaal niet met een expliciete bedoeling, maar dat ging zo."

-Wilt u nog wel eens een nieuwe weg inslaan?

"Nee, ik heb niet rationeel de behoefte aan een nieuwe weg. Dat moet blijken; ik doe wat ik intuïtief acht te doen. Het zadel waarop ik zit probeer ik zo goed mogelijk te berijden."
Hans Bayens nam een forse slok van zijn bier en lachte diep weg.

Ellen de Jong