Verhoef, Marijke

Interview in 2004


Marijke Verhoef en Annie Goddijn exposeren van 26 april tot en met 18 mei in de Vierkante Zaal en in de Kopzaal van Pulchri Studio

2004

Samen onderweg

Heerlijk-warme jazz klinkt in het Leidse atelier van Marijke Verhoef (Groningen, 1946) als ik vanuit een wereld van sneeuw en ijs, een oer-Hollandse winter, bij haar binnenstap. Julia Lee zingt 'When a man loves two women'. Marijke houdt van jazz al is er in haar werk niets van te bespeuren. Ze tekent, schildert, maakt houtdrukken (won in 1992 de Jacob Hartogprijs met 'Houtdruk zonder titel'), litho's: "waarin ze zich helemaal kan verliezen", en zeefdrukken. Ze geeft les in Grafiek op de Vrije Academie in Den Haag en gaat samen met vriendin en vakgenote Annie Goddijn (Ter Aar, 1939) in Pulchri exposeren. Marijke:"Ik ken Annie en haar werk behoorlijk goed en het leek me een leuk idee dat in een gemeenschappelijke tentoonstelling van schilderijen te laten zien."

Vroeger deed Marijke veel met grafiek, nu richt ze haar aandacht meer op schilderen. Tekenen deed ze altijd al. Haar tekenboekje staat vol schetsjes, met menselijke figuurtjes, landschappen, kronkelpaadjes, maar ook met tegelplateaus die een Spaans sfeertje uitstralen en wat abstracte structuren. Ze houdt van wandelen, meer nog: "Ik ben een echte loper met een rugzak."
Reizen, maar ook gewoon in haar woonomgeving doet ze dingen op. Marijke:
"Het gaat me vooral om het traject dat je aflegt als je loopt, het onderweg zijn, zo heette ooit een tentoonstelling van me, en daarbij speelt een landkaart een rol, als uitgangspunt van je tocht. Later volg ik mijn eigen weg en al die indrukken vind je, vaak geabstraheerd, terug op het doek. Maar ik kan ook wat met een slak die een kronkelig slijmspoor op het raam maakt. Dat is ook een weg die afgelegd wordt en die ik kan vertalen. Ik geef graag titels en zo noemde ik mijn catalogus 'veraf - dichtbij'.
Mijn tochten in het Himalyagebergte weerspiegelden dat: dingen zijn dichtbij, maar de sterrenhemel is mijlen van je verwijderd. En onderweg vind je dingen als een paar peulen, het glaasje uit een verrekijker, of blaadjes van een boom. Motieven waarmee je aan de haal gaat en terugvindt in mijn - olieverf- schilderijen."

Haar werk is gelaagd, veraf en dichtbij worden in één beeld bij elkaar gebracht. Een groot zandkleurig doek vertoont een onderliggend stramien, een grillig spel van lijnen, daarop een hekwerk van dikke, witte strepen, afgezet met donkerblauwe dotten als markeringspunten. Een rekenkundig raamwerkje onderin valt ook nog te ontwaren. "Ik ben dol op wiskunde, dat zie je hier. Maar ik ben niet voor één gat te vangen, er zijn zoveel dingen die me boeien. Mijn tekenboekje is mijn alles, daarin leg ik vast wat indruk maakt op mijn tocht door het leven. Het gelukkigst ben ik met een krijtje in mijn hand."

In wórding staat een doek, een grote zandvlakte met wat kleurige speelsels, te wachten tot Marijke's hand het volmaakt. Áf zijn haar serie schilderijtjes waaraan ze in Oxford werkte. "De opdracht was te reageren op de stad. In het begin heb je er helemaal geen feeling mee en ik begon met Leiden in vier kleine werkjes te betrekken als het buurtje van mijn atelier, de Waag en mijn geliefde meelfabriek. Later sloop Oxford erin met haar groene meadows, de Thames, het traject wat ik liep en de diverse beelden die ik zag. Het was echt een cross-over, de weg van Leiden naar Oxford, waarbij ik constateerde dat de toon werd gezet met veel grafische elementen. Ik heb me er bij het schilderen lang tegen verzet, maar ik dacht, verdorie, dat ben ik nu eenmaal, waarom zou ik me forceren."
Met liefkozende vingers volgde ze het spoor van haar bedenksels, helemaal zichzelf.


Annie Goddijn maakt landschappen in acryl. "Het droogt snel, en aangezien ik heel onrustig ben, komt me dat goed uit, bovendien stinkt het niet. Je ziet ook geen verschil, naar mijn idee. Mensen denken ook altijd dat ik met olieverf schilder."
Ze kwam het atelier binnengerend, haar lange haar half opgestoken, de rest in slierten langs het gezicht. Annie had haast, ze ging binnenkort naar haar Marokko, het land waar ze een haat-liefde verhouding mee heeft. Annie:
"Het is een hard landschap, verre van toegankelijk, een gezellig ommetje maken is er niet bij. Ik kan er wel naar kijken en er stil van worden en dat is ook de reden waarom ik er van houd. Het zijn niet aangeraakte landschappen, en daar bedoel ik mee: geen aangeharkte tuintjes of gecultiveerde parken. Dat vind ik in Marokko, zou ik ergens anders misschien ook wel kunnen vinden, maar ik ben met dit land voorlopig nog wel even bezig."

Annie was kort van stof, ze keek me kaarsrecht aan, zei: schrijf toch op wat er in het boek 'beeld en evenbeeld' over me staat." Maar zo gemakkelijk kwam ze niet van me af. Een paar antwoorden moest ze toch wel geven.

Hoe vaak ben je al naar Marokko geweest?

"Voor de negende keer, soms een of twee keer per jaar, vorig jaar ben ik er helemaal niet geweest, door omstandigheden. Ik laat op de tentoonstelling behalve Marokkaanse landschappen ook iets anders zien en dat betreft het Cronesteijnse bos, hier in de omgeving, waar het heel stil is. De spiegelingen van de bomen in het water heb ik geschilderd, ik liep er veel de laatste tijd, het beeld van die bomen in dat water ging een eigen leven vormen en kwam naar buiten. Spannend."

Hoe zit het met jullie samen?

Marijke, die aandachtig naar Annie had geluisterd, zei nu:"We doen regelmatig dingen samen, zijn bevriend en bezien elkaars werk. Dat schept een band." Annie, alert: ''We reizen alletwee, leggen dingen vast, elk op een eigen manier. Beide vereenvoudigen we wat we zien, maken geen plaatjes. Dat wat we belangrijk vinden, blijft over."

Annie geeft ook les op de Vrije Academie, maar dan in Rotterdam. Ze geeft model- en portrettekenen, maar:" Wel met de uitdaging, laat je gaan en zoek datgene wat voor jou belangrijk is. Als mensen zeggen, jij schildert toch landschappen, antwoord ik: wat maakt het uit wat je schildert?"

Een hecht, en echt stel, die twee.

Ellen de Jong