Oudenaarden, Hans van



Portret van striptekenaar Hans van Oudenaarden

Een stripverhaal is een strenge vorm van kunst

Hans van Oudenaarden (Vlaardingen, '59) begon zijn loopbaan als striptekenaar bij Donald Duck. Verder werkte hij onder meer voor Sjors en Sjimmie, Jan, Jans en de kinderen en hij werd in 2002 gevraagd om voor Het Algemeen Dagblad een nieuwe avonturenstrip te tekenen. Dat werd de strip 'Bob Evers', gebaseerd op de gelijknamige jongensboeken van Willy van der Heide, die in de jaren '50 tot '70 erg populair waren. Inmiddels verschenen drie strips in album en is het vierde deel in voorbereiding. De Bob Evers strip is genomineerd voor beste jeugdstrip 2007.

'Bij Donald Duck zochten ze striptekenaars; ik ging er langs met een mapje spullen en ze vonden het direct goed. Ik kreeg een scenario en kon ermee aan de gang en het werd ook meteen verkocht. Ik ben niet eens amateur geweest, ik werd gelijk, pats, professionel. Toen men wist dat ik ghost artist was voor Donald Duck vroegen ze me ook voor Sjors en Sjimmie, en zo ging de bal rollen.
Voor het uiteindelijke doel is een heel team nodig: tekstschrijvers die beeldend kunnen schrijven en tekenaars die de tekst leuk kunnen interpreteren, maar ook inkleurders en letteraars. Sterker nog, zelfs het potlood- en inktwerk wordt uit elkaar gehaald. Ik heb soms ook alleen maar zitten potloden, ik maakte schetsjes en die stuurde ik op en dan zie je in het blad pas wat ervan gemaakt is, door iemand anders. Na een tijdje gaat dat wel knagen, dan denk je, niemand ziet ooit mijn naam. Je wilt je toch ook laten gelden en dat gebeurde ook.'
Wie waren je voorbeelden?
'Als kind las ik Kuifje van Hergé zoals de meesten uit mijn klas, maar ik was erg kritisch en vooral de Amerikaanse comics met hun superhelden, maar ook met hun ridder - en science fiction onderwerpen, vond ik geweldig; zo knap en realistisch getekend. Niet stijf; dat Amerikaanse werk was dynamisch, 't had power.'
Wat had je met de boeken van Van der Heide?
'In eerste instantie niets, ze waren bij ons wel in huis en mijn zusjes lazen ze. Ik had er niets mee, want de covers waren niet om aan te zien. Pas later kwam die lectuur weer op m'n pad; ze zochten iemand voor die Bob Evers strip. Toen ben ik ze gaan lezen, inmiddels was ik een kerel van veertig. Hoe ik ze vond? Leuk, ondeugend. Het is jaren '50, maar je ruikt al dat de jaren '60 eraan komen, want het zijn jongetjes die zich toch verzetten tegen de volwassenen. Ze hebben vaak een grote mond en ze zijn met wapens in de weer en zo. Bij deze strips staat mijn naam er boven:
ik heb alles tot het laatste theelepeltje toe ontworpen.'
Wat is een goede strip?
'Dat die lekker is, je moet erin gezogen worden, erin verdwijnen, niet bewust zijn van je omgeving. Ik lees wel eens van die strips die ik knap getekend en mooi verteld vind, en waarbij ik denk, wat is er vanavond op de televisie. Je komt er niet in, je blijft aan de buitenkant hangen. In wezen kan een strip vaak goed zijn, in een humoristisch genre, het kan een Donald Duck strip zijn of een van Hergé, en ook veel moderne dingen waarvan ik denk: geweldig goed gedaan.'

Ontwikkeling

'Je merkt soms dat je nieuwe stapjes zet en dat kondigt zich vaak aan doordat je heel treurig wordt van je eigen werk. Je kijkt er naar en vindt het saai en dom en je hebt het al duizend keer getekend en wat ben ik toch een slechte tekenaar en dan kom ik hier de trap af met sloffende voeten en zeg tegen m'n vriendin: ik ben de slechtste tekenaar van Nederland. Dat is een soort aanloop die je neemt, want het blijkt dat je in die weken erna bij jezelf constateert: hè, dat ziet er goed uit, ik begin het door te krijgen. Dat zijn nieuwe neuronen die contact maken met andere, ze moeten worden aangelegd in je hoofd en dat kost tijd. Eerst moet alles losgetrokken en opnieuw geschakeld worden. Een stripverhaal is een strenge vorm van kunst, totaal ingekaderd moet het een duidelijk en helder verhaal bevatten; in al die strengheid, in dat korset van eisen moet je tussen de naden door het kunstenaarschap kunnen proeven. Zo iemand noemt zich niet eens kunstenaar, ach, man, ik teken gewoon een strip. In tegenstelling tot anderen die zich wel zo noemen, er prat opgaan, een plastic paard met spaghetti eromheen en prikkeldraad erop in elkaar knutselen, en kijk eens hoe geweldig. En ze moeten ernaast gaan staan om het uit te leggen anders lopen mensen erlangs. Ik denk: het ding moet voor zichzelf spreken.
Wat mezelf betreft: ik ga steeds hogere eisen stellen aan mijn werk dat vooral toegankelijk moet zijn. En als je het over stijl hebt: daar moet je niet naar op zoek, stijl vindt jou. Vorm is iets anders, die is bepaald, ik moet nu eenmaal die krulletjes en dat snaveltje zo tekenen, maar de stijl is de manier waarop ík dat doe.'

Ellen de Jong
www.bobevers.nl