Roemer, Astrid 1986

Vrouw over vrouwen

Astrid Roemer straalde warmte en kracht uit toen zij uit haar eigen werk voorlas ter gelegenheid van een poëziefestival in theater De Brakke Grond in Amsterdam.

Met haar wil ik een gesprek hebben, dacht ik, terwijl ik van begin tot eind haar voordracht gefascineerd volgde.

Een half jaar later zat ik tegenover haar in een echte werkkamer met een wand vol boeken en een bureau bezaaid met paperassen.
Het was alsof ik haar al jaren kende toen haar boek: ‘Over de gekte van een Vrouw’, ter sprake kwam.
Alles wat ze er over vertelde was voor mij van begin tot eind herkenbaar, beter nog, invoelbaar.
`Ik heb dit boek van uit een emotionele betrokkenheid geschreven,   niet van uit een technisch kunnen. Vier jaar heb ik er over       gedaan, het inleven in de personages kost tijd en energie.
 En ondertussen wil ik zelf ook nog intens leven, met alle
 pijn en vreugde van dien.
 Om te schrijven moet je je isoleren, afstand nemen en dat kan je   niet altijd.
 Afgezien nog van het feit dat al schrijvend ook weer veel        emoties loskomen, die ook weer verwerkt moeten worden.

 Het is vaak eb en vloed in mij en om dan geconcentreerd en af-
 standelijk de emotionele binnenwereld in kaart te brengen valt    niet mee.
 Want het gaat mij om emoties, altijd weer.
 En daarom kan ik niet in een jaar een roman maken, ook al         verwacht het publiek dat, maar schrijf ik een roman in een paar   jaar, een roman met een ziel !`

Ze bewijst dat in  ‘Over de gekte van een vrouw’.
Het gaat daarin om vrouwen die duidelijk een ziel hebben en zich niet laten onderdrukken door mannen die in haar boek in een minder gunstig daglicht staan of het nu vaders, minnaars of echtgenoten zijn.
Astrid is feministe en windt daar geen doekjes om, waarom zou ze.
Er spreekt echter geen felle haat uit haar woorden als ze het over mannen geeft, en ze neemt ook geen duidelijk standpunt in tegenover hen.
Dat vind ik zo sympathiek van haar, dit aarzelend tasten naar de oorzaak van veel misverstanden tussen mensen in het algemeen, maar in dit geval in het bijzonder tussen mannen en vrouwen.
`Vrouwen worden nogal eens misbruikt op allerlei manieren, mannen   lopen vaak over typisch vrouwelijke gevoelens heen en daar
 vecht ik tegen !`

Gelijk heeft ze !

Behalve korte romans heeft ze ook korte verhalen, dichtbundels, hoorspelen en toneelstukken geschreven.

In november (1986) gaat het toneelspel : ‘Kakia of de verdichting van smart’ in première in De Balie.
En verschijnt er een langspeelplaat met interculturele liederen :  ’Wat Heet Anders’, met haar eigen teksten, en tevens haar roman  ’Levenslang Gedicht’.

Ook daarin gaat het speciaal over vrouwen, hoe die proberen om de wonden die ze oplopen van af hun kind zijn te helen, de gaten te dichten die in het samenleven ontstaan. Ze zoeken daarin naar mensen die kunnen troosten, opnieuw met alle teleurstellingen die daaruit voortkomen.
De grote thema`s dood, smart en geluk komen daarbij aan de orde en zegt Astrid, ‘vooral de dood die in het Westen vaak wordt weggestopt.’

Ik kijk er nu al naar uit, zei ik en hoop dat ook mannen dit boek zullen lezen.
Want het is gebleken dat hoofdzakelijk vrouwen haar boeken lezen, helaas.

Misschien kan ik er met dit verslag toe bijdragen.

En met die woorden nam ik met moeite afscheid van haar met de laatste, ontroerende regels uit haar boek nog vers in mijn geheugen :

   Niet wenen moeder       /  van vaders en moeders
   Niet wenen moeder       /  van zwarten en witten
   Niet wenen moeder       /  van goden en mensen
   Zo lang manen varen     /   zullen moeders baren
   Zo lang zonnen schijnen /   zullen moeders lijden


   Ellen de Jong, okt. 1986