Kammeijer, Victor 2015

Victor Kammeijer debuteert met kinderboek: ‘De walnotenkraker’. “Er zit kennelijk een kind in mij dat iets wil vertellen”

‘Alles wat voor Bruno belangrijk is, begint met de letter b. Een beetje vreemd misschien, maar toch is het zo. Zijn naam begint er natuurlijk mee, zijn lievelingskleur is blauw en hij eet het liefst bastognekoeken. Als het aan hem zou liggen, trok hij elke dag zijn blauwe broek, zijn blauwe trui en zijn blauwe schoenen aan, en at hij elke dag een stuk of zes bastognekoeken als ontbijt.’ Zo begint ‘De walnotenkraker’ - ‘voor denkers en doeners vanaf 10 jaar’- het debuut van schrijver, copywriter en eindredacteur Victor Kammeijer. Uitgave Clavis. Illustraties: Helen van Vliet.
Op een dag staat Bruno, als zijn moeder nog slaapt en hem op haar sloffen van bubbeltjesplastic niet achterna kan lopen, stiekem vroeg op en gaat op zijn gele fiets naar het park vlakbij zijn huis. Hij neemt een bruin leren tas mee die van zijn vader is geweest en stopt er een stel bastognekoeken, een fles bessensap en een rolletje bubbeltjesplastic ‘voor je-weet-maar-nooit’ in. In het park ziet hij een blauwe voetbal liggen en schopt die op een stenen leeuw aan de rand van een fontein. Naast de fontein staat een oude man met wie Bruno in gesprek raakt. Het is een Deen en hij heet Morten Kierkegaard. Morten spreekt een vreemd soort Nederlands. Hij vraagt aan Bruno: ‘hou je toevallig van walneuden?’
’Eh, walnoten bedoelt u? Ja, op zich wel,’ zegt Bruno. Ze rapen er een op en Morten opent die met ‘een eustersmesje’. Dat mesje om oesters mee open te maken gaat later een grote rol spelen in het verhaal. Morten vertelt dat zijn broer Henning in de gevangenis zit maar onschuldig is. Hij wil zijn broer samen met Bruno bevrijden en teruggaan naar Denemarken. Ze bedenken een bevrijdingsplan.
Ontmoeting   
Victor Kammeijer ontmoet ik in De Dijkpoort in Hattem waar hij recent zijn boek presenteerde. Ik las het achter elkaar uit. Het spannend opgebouwde verhaal  - met een goed doordachte en een zonder twijfel naar ieders tevredenheid slot - zit vol originele taalgrapjes en speelse voorvallen. Victor vertelt dat hij gewoon begon te tikken en dat de vertelling na veel schaven en schrappen ontstond. Hij las eerst aan zijn dochter de eerste versie voor. “Als ze te veel gaapte was het foute boel, en als ze aangaf dat ik door moest lezen, zat ik goed.”
Opvallend en grappig is het aantal b’s in je boek, hoe kwam je daar op?
“Die b’s heb ik bewust ingevoerd, ik wilde Bruno een paar gekke dingen mee geven, een paar eigenaardigheidjes. Mensen hebben vaak een voorliefde voor de eerste letter van hun eigen naam. Om die reden leek me het leuk om in dit geval de b te gebruiken.” De verdraaiing van de taal is een rode draad in het verhaal. Victor, die Nederlands studeerde, houdt ervan om met taal te spelen. “Ik heb een fascinatie voor dialecten en accenten uit verschillende regio’s: ik vind het geweldig als ik bij een bushalte wacht en mensen niet versta, Nederlanders wel te verstaan! Klanken boeien me eveneens, vandaar ook dat mijn boek vol fonetische grapjes zit.” Ik zeg tegen Victor dat zijn zinnen lópen en een bepaald ritme hebben, dus hij moet volgens mij muzikaal zijn. “Dat vind ik leuk om te horen, ik heb er zelf nog niet bij stilgestaan dat dat in mijn boek zichtbaar zou zijn, maar die voorliefde voor klank en taal  heeft zeker een raakvlak  met muziek.”  

Naar aanleiding van het boek ben je ook begonnen met het geven van literatuur/schrijfles aan groepen 7 en  8. Hoe reageren ze er op?
 “Ik doe dit pas een paar weken, want ik ben geen leraar. Toen ik het boek schreef dacht ik niet na over de gevolgen. Pas later na de presentatie kwam ik op het idee om scholen te bezoeken. Eerst een paar Hattemse scholen en van het een kwam toen het ander. En nu ben ik al bij twee scholen in Amsterdam en twee in Arnhem geweest: out of the blue geef ik ineens les. Dat had ik nooit gedacht en het is totaal iets nieuws en het dwingt je tot nadenken: wat schotel je ze voor en wat niet. Hoe ze reageren? Ze vinden het leuk omdat ik hun creativiteit stimuleer, en ze zelf wat laat schrijven. Ik maak ze ook iets bewuster van wat literatuur kan zijn. De les is anders dan ze meestal gewend zijn.” Zou het een idee zijn om het aantal b’s in een hoofdstuk te laten tellen? “Ja”, lacht Victor, “daar heb ik nog niet aan gedacht, maar dat is een geestig idee.”

Waar vind je dat het accent van ‘De walnotenkraker’ op ligt?
“De strekking van het verhaal komt een beetje van de filosoof Kierkegaard. Van denken naar doen, dat is eigenlijk waar het omgaat. De jongen, Bruno, heeft veel in zijn hoofd, en hij denkt veel na, maar volgens Kierkegaard kan het bestaan niet gedacht worden. Ik heb me enigszins in zijn denkbeelden verdiept, maar ben niet iemand die al zijn werken weet te reproduceren. Ik sta wel achter zijn idee dat het denken een vervolg, een actie moet krijgen, pas dan rechtvaardig je je bestaan. Ik zeg het heel kort nu, maar Bruno zou je als een volger van Kierkegaard kunnen zien. Kinderen zullen dit niet opvangen, wel begrijpen ze: hé, hij doet iets en er verandert iets. Hij neemt initiatief en gaat over grenzen heen, want de twee volwassen bijfiguren zijn niet bepaald vriendelijk, vaak zelfs ronduit bot. Dat heb ik bewust zo gedaan, dan komt er spanning in.” Victor deed over zijn boek wel twee, drie jaar. Zijn volgende boek, een vervolg op ‘De walnotenkraker’, schreef hij echter in een paar maanden en ligt al bij de uitgever. “Ik had kennelijk de smaak te pakken! Je kunt de boeken los van elkaar lezen en ik verwacht dat het tweede deze zomer uitkomt.” Victor verklapt: “Het begint met een soort roadmovie-achtige hoofdstukken, waarin hoofdpersoon Bruno naar Denemarken gaat en weer van alles beleeft. Er zit kennelijk een kind in mij dat iets wil vertellen.”       

Ellen de Jong  2015
www.victorkammeijer.nl