Wieg, Rogi 2010

SLEE ontvangt Rogi Wieg. JE BENT JE EIGEN LABORATORIUM

De Amsterdamse auteur Rogi Wieg (Delft, 1962) is op zondagmiddag 1 maart om 13.00 uur te gast bij de Stichting Literaire Evenementen Eemland in de Kleine Zaal van Theater De Lieve Vrouw in Amersfoort. Reserveren tel. 033 - 4618865.
Wiegs eerste gedichten verschenen in 1982 'Tijd is als een nek¬schot'. Hij schreef in het literaire tijdschrift Tirade en publiceerde kri¬tieken over poëzie in Het Parool en De Volkskrant, columns in Vrij Neder¬land en interviews met dichters in Elsevier. Rogi Wieg schrijft behalve poëzie ook romans en verhalen en maakt bloemlezingen. Voor zijn dichtbundel 'Toverdraad van dagverdrijf' (1986) ontving hij de Van der Hoogtprijs. Daarna verschenen onder meer 'De zee heeft geen manieren' en 'Roze brieven'. Daarna kwam bij uitgeverij Van Oorschot 'Spek van mooie zijde' uit. De novelle 'Beminde onrust' werd gevolgd door de roman 'De moeder¬min¬naar', heruitgegeven door Maarten Muntinga. In 1997 verscheen bij De Arbeiders¬pers de roman 'De overval' en binnenkort 'Liefde is een zwaar beroep' in Privé Domein.
De ouders van Rogi Wieg zijn Hongaarse vluchtelingen en verlieten Hongarije in 1956. Wieg volgde een opleiding voor pia¬nist, maar besloot geen musicus te worden. In 1984 koos hij voor fulltime dich¬terschap, na zijn studie Scheikunde te hebben afgebroken. 

Rogi Wieg staat mij op te wachten voor zijn huis in Amsterdam-Zuid dat verbouwd wordt, dus op naar het café om de hoek.
Pas op zijn twintigste besloot Wieg te gaan schrijven, want daar¬voor wilde hij proftennisser worden, omdat "het voluit serveren en na een goede backhand, oplopen en volleren één van de allerlekkerste dingen in de wereld is." "Ik stond elke dag op de baan," zegt Wieg, "maar er waren allerlei jongens beter dan ik dus ik had geen kans.
Ik schreef al vanaf mijn elfde jaar liedjes en was rede¬lijk goed met tekst. Jaren later heb ik dat nog eens opgepakt en voor Liesbeth List gewerkt, maar de laatste jaren doe ik daar niets meer mee."
Wieg begon met poëzie schrijven en in zijn bundel De zee heeft geen manieren schrijft hij de regels: De traagheid van gedachten is te groot/want ik verander niet voldoende in een richting/die van waarde lijkt. Ik ben zo Godvergeten oud.
-Je was toen pas in de twintig.
"Ja, maar ik voelde me tamelijk oud in mijn hoofd.
Nu is dat minder, maar toen had ik het gevoel dat ik jaren voor liep op mijn leef¬tijd.
Ik doorzag systemen, was niet zo snel onder de indruk van dingen en voelde me anders dan mijn leeftijdgenoten die enthousiast voor veel dingen waren. Dat was ik maar zelden, ik kabbelde maar wat voort."
-In je bundels doe je verslag van particuliere gevoelens en ontdekkin¬gen, met weinig oog voor de buitenwereld.
"Ik heb altijd meer over mijn innerlijke wereld geschreven dan over de uiterlijke, en heb ook zelden boeken verzonnen. Ik werk anders dan mijn collega's, reflectiever denk ik. Ik beschouw literatuur niet als iets wat op verzinsels of amusement is gebaseerd, maar meer als een leerschool, een laboratorium waar je ontdekkingen doet.
Je spiegelt je wel aan de wereld en wat die met je doet, maar uitein¬delijk ben je je eigen laboratorium. Mijn boeken verkopen helaas niet zo goed, ze trekken mensen kennelijk niet zo aan en dat is een pro¬bleem. Maar ja, ik wil toch niet anders schrijven dan ik nu doe. Liefde is een zwaar beroep - wat in april gaat verschij¬nen - is een dagboek, het meest persoon¬lijke wat er bestaat, en bovendien gaat dit dagboek daarin ook nog eens alle grenzen te buiten. Ik doe beken¬tenissen en vertel dingen die verder gaan dan aan een dagboek kunnen worden toevertrouwd. Wat gaat het anderen aan en hoe interes¬sant is dat voor anderen? Die vraag heb ik mezelf vaak gesteld en ik denk dat ik er in geslaagd ben de dingen zo te formuleren dat het anderen wel degelijk aangaat en dat er genoeg aanknopingspunten zijn die het interessant maken."
-Roze brieven zijn melancholische, gevoelige verzen over een zomer¬avond, een liefde. Een romantisch dichter.
"Ik geloof niet dat ik uiteindelijk romantisch ben. Ik leef samen met een vrouw en twee kindjes en die voeden we op, dat is een dagtaak en niet roman¬tisch. Mijn gedichten zijn van het begin af aan als een soort romantische gedichten gediagnostiseerd, maar ze liggen eerder in de denkende dan in de voelende sfeer. Mijn hele werk bevindt zich meer in het gebied van de analyse en het denken dan in het gebied van het voelen als je tenminste romantisch als voelen wil duiden. Ik probeer elke dag een half uur of meer na te denken en iets te verzinnen wat een ander nog niet verzonnen heeft. Mijn boeken zijn stuk voor stuk experimenteel, de vorm is vaak wel traditioneel.
In mijn werk gebeurt eigenlijk nooit iets, het begint en het eindigt en daartussen spelen gedachten en gevoelens."
Wiegs hoofd¬personen in Beminde onrust en De moederminnar zijn behoor¬lijk neuro¬tisch met alle gevolgen vandien. "Het zwaartepunt ligt altijd bij mij in het pathologische van een personage, dat toch in het dagelijkse leven overeind moet blijven. En hoe die dat dan doet en het eigenlijk niet lukt, maar toch moet. Dat er geen oplossingen zijn voor de problemen omdat al mijn figuren nergens kunnen aankloppen. Er is geen hoop voor ze, maar ze gaan ook niet verloren omdat ze gevoel voor humor hebben en altijd geïnteresseerd zijn in hun eigen denken en het denken van anderen. Zolang dat niet uitdooft raken ze niet ver¬strikt in werkelijke krankzinnigheid."
De wereld van de wiskunde speelt een belangrijke rol bij Wieg, die is concreet en daarin trekt hij zich dagelijks terug, omdat het hem rust geeft. "Als ik me miserabel voel kijk ik wetenschappelijke boeken in, die troosten me, meer dan literatuur. Je hebt niets te maken met leven en dood alleen maar met de beschrijving van modellen."
In De overval beschrijft Wieg herinneringen aan zijn liefdes, zijn familie en zijn moeizame strijd om een succesvol schrijver te worden. Door het plegen van een overval hoopt hij behalve geld ook meer aandacht te krijgen.
"Dat was een eenvoudige zaak, ik héb een overval gepland. Een echte, zegt Wieg er nadrukkelijk bij, als ik verbaasd kijk. Een overval op een kluis met een beroepsovervaller samen. Dat heeft mij altijd geboeid, niet met wapens maar om het technisch vernuft. In die tijd had ik weinig te verliezen, als ze me pakken ga ik de bak in en wat dan nog, dacht ik. We hadden een prima overval gepland op een kluis waar verdomd veel geld inzat maar op het laatste moment ging het niet door omdat de medeovervaller me niet vertrouwde, hij dacht dat ik er vandoor zou gaan met het geld. Toen het boek verscheen heb ik aan een aantal kranten bekend dat ik het echt gepland had en niemand geloofde me. Dat is het rare: de werkelijkheid komt bij mensen als krankzinnig over, ze denken dat je het bedacht hebt. Ik had zelfs nog een tweede overval met iemand beraamd, maar die is ook niet doorgegaan omdat er mensen bij betrokken zouden zijn en we wilden niemand kwaad doen. En ik heb nu teveel te verliezen om het weer te doen maar ik blijf goed rondkij¬ken. Ik heb dat niet afgeleerd en iedere keer als ik op een plek kom waar veel geld is kijk ik met een soort loerend oog. De obsessie is niet weg."
Omslag boek: Liefde is een zwaar beroep    

Ellen de Jong,  18 februari 2010