Weemoedt, Lévi 2014

‘Met enige vertraging’: nieuwe bundel poëzie van Lévi Weemoedt ‘Ik schrijf wat me invalt op een bepaalde manier’

Van de bekende Nederlandse dichter en proza schrijver Lévi Weemoedt (pseudoniem van Izaäk van Wijk), verscheen na jaren van stilte weer een dichtbundel met de toepasselijke titel ‘Met enige vertraging’. Uitgave Nijgh & Van Ditmar. Het zijn de eerste nieuwe gedichten in vijftien jaar: weemoedige verzen, vaak op rijm en met nog altijd die sombere kijk op het leven. Met zelfspot en humor die vaak een scherp randje heeft, weet Weemoedt de lezer te raken. De bundel, die in oktober 2014 verscheen, is al aan de vierde druk toe, een ongekend succes in zo’n korte tijd. Ik sprak Weemoedt over zijn werk jaren geleden bij hem thuis in Assen. In deze bundel schrijft hij over ‘De Drenten’: ‘O, het zal hun een zorg zijn/of de wereld vergaat/als om zes uur het eten/maar op tafel staat.’ En: ‘Aan de reiziger’: ‘Het streekvervoer in Drenthe/is kortgezegd aldus: indien er al/ iets langskomt/is het de collectebus.’ Ik spreek hem nu na jaren weer, hij is recent ernstig ziek geweest en verkeerde zelfs op het randje van de dood. Toch is hij dezelfde Weemoedt gebleven dat blijkt onder meer uit dit gedicht: ‘Opklaring‘: ‘De zon schijnt hier maar weinig dagen,/goddank. Word ik straks uitgedragen,/dan is er grote kans op regen.’/ Dat valt gelukkig eens niet tegen.’
Hoe kwam het dat het zo lang duurde eer hij weer iets publiceerde en had hij verwacht dat zijn bundel, met thema’s als liefde, vrouwen, en actuele dingen, zo’n succes zou worden?
Weemoedt: ‘’Soms krijg je in het leven de kans om je rustig aan je werk te wijden en soms niet. Het waren persoonlijke factoren die maakten dat het er niet van kwam. Ik had niet de ruimte om me gedurende een lange periode te concentreren. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet aan het werk was. Ik ben elke dag bezig met schrijven. Sommige gedichten in de bundel zijn gewoon gegroeid. Het zijn zulke korte gedichtjes dat het lijkt alsof ze er zo zijn uitgeknald en af en toe is dat ook zo. Maar vaak is het een kwestie van jaren dat er ineens iets in een bepaalde vorm springt en is het eigenlijk al een paar jaar oud en moet ik er alleen nog een wending aan geven. Ik werk dus veel met oude aantekeningen. Dat mijn bundel zo’n succes heeft verbaasde mij zeer en ik weet ook niet hoe dat komt.” Weemoedts verzen staan te boek als ‘light verse’. Hoe zou hij ze zelf noemen? “Dat heb ik nooit geweten, het maakt mij ook niet veel uit.” Ik heb Weemoedt met deze vraag toch uit zijn tent gelokt want hij vervolgt:  “Het is niet altijd light, maar de verpakking wel. Er zit een tegenstrijdigheid in. Je kunt zware dingen toch op een lichte manier zeggen. Als je bijvoorbeeld het gedicht: ‘Warm nest‘ neemt: ‘Ieder gezin/is een pleeggezin/ Alleen wàt er/gepleegd wordt,/ dáár verschillen ze in’, kijk, dat is nu een vers waar ik tevreden mee ben, waarom? Het lijkt ‘light verse’, maar het is een boodschap die niet bepaald light is. Je kunt er dus heel erg mee schuiven. Dit is een goed voorbeeld van wat ik in feite wil. Mensen verkijken zich daarop, ze lachen erom, maar in tweede instantie denken ze: ja, maar, is het eigenlijk wel zo leuk? Ik heb nooit gezegd dat ik een echte dichter ben, in de zin van dat ik hoge poëzie schrijf, zoals Achterberg, Roland Holst en Neeltje Maria Min. Ik weet niet wat ik precies ben, en dat is maar goed ook dat je dat niet weet, want dan zou je niets meer doen. Ik heb wel de vrijheid om nog van alles te kunnen worden!”
Kort en bondig
Weemoedt was onlangs te gast bij ‘Opium’, het kunst- en cultuurprogramma van de AVROTROS, waar hij tegen interviewer Cornald Maas zei dat hij graag observeert en de actualiteit beschrijft, maar wel op een simpele manier, met weinig woorden. Streeft hij daar bewust naar? Weemoedt: “Ja, zeker, meer dan vroeger. Toen dacht ik: je moet het hele papier vol schrijven, om ook voor vol te worden aangezien. Hoewel in mijn eerste bundel al een kort gedichtje staat: ‘In Mei bak ik iedere morgen een ei’, dus het zat er toen al in, kort en bondig iets willen zeggen, wat ik ook het leukste vind. Ik weet nog dat Heere Heersema en Mensje van Keulen dat gedicht uitkozen, want die deden de selectie voor de bundel. Ik dacht nog: waarom nemen ze dit nu?”
Rode draad
Gevraagd naar de rode draad in ‘Met enige vertraging’ reageert Weemoedt: “In het leven zit ook geen rode draad. Ik schrijf wat me invalt op een bepaalde manier. Wat ik nog zou willen, en daar ben ik mee bezig, is een soort ideaal gedichtenboekje met de allerbeste versjes en dan bij elkaar zetten wat bij elkaar hoort. Maar misschien ben ik dan allang dood en doet iemand anders het voor me.” Na deze woorden schiet me zijn slotgedicht te binnen, ik ken het uit mijn hoofd en citeer: 
‘Grafsteen’: ‘De Heer is mijn Herder/Bekijk/het/maar/verder.’ Weemoedt knikt, slaat zijn ogen ten hemel.

Ellen de Jong 2014