Winter, Leon de - in 1986


D E O R D E V A N D E D A G


Dwars door de modder van de opengebroken Leliegracht in Am¬sterdam bereikte ik nummer 25, ging het kantoorpand in,liep twee trappen op, wachtte op Léon de Winter, wiens vergadering was uitgelopen.

Daar was hij dan eindelijk. beminnelijk, gevoelig.

Ik had hem twee dagen geleden al gehoord in een boeiend interview met Frank Rovers in de Balie, Amsterdam. Was dus goed geïnformeerd en wilde eigenlijk alleen maar een gesprek met hem hebben over het - tenminste voor mij - centrale thema in zijn nieuwste boek Kaplan : De liefdesverhouding tussen Leo en Ellen, aangezien dit in het interview niet zo duidelijk aan de orde was gekomen.
De eerste vraag brandde mij op de lippen :
-Waarom heeft zo vaak de man, in dit geval Leo niet genoeg aan de liefde die hij voor Ellen voelt of waarom blijft hij er althans niet van doordrongen wanneer hij buiten `de veilige stolp van hun liefde` (wat een prachtig beeld) gaat werken als schrijver, want vanaf dat moment ontstaat er een verwijdering tussen hen, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn.
Waarom gaat zij niet als eerste de straat op om zich waar te maken en als ze dat al gedaan zou hebben dan was zij beslist wèl vervuld gebleven van liefde voor Leo en niet zo afstandelijk overgegaan tot de orde van de dag, denk je niet ?
`Ik denk dat je gelijk hebt en dat het komt omdat vrouwen biologisch meer in staat zijn tot die eenheid van beleven ; zij brengen immers leven voort, zij zijn het leven zelf.`

Dat die verschillende manier van beleven een verhouding kapot kan maken blijkt duidelijk want het loopt uiteindelijk allemaal mis tussen Ellen en Leo.
`Ik hoop dat mijn boek goed ontvangen zal worden en dat zowel de lezers als de critici het zullen waarderen,` zegt hij nadenkend.

Op mijn vraag of de roman deels autobiografisch is,antwoordt hij:
`Ja, overal zitten elementen van mezelf in, hoewel ze niet precies aanwijsbaar zijn. Maar het boek als totaliteit ben ik, want al je ervaringen sla je tenslotte op en geef je weer.
Ik vind het schrijven nog steeds heerlijk.
Mijn hobby is filmen, van mijn boek Zoeken naar Eileen W. zal in maart 1987 de filmpremiere plaats vinden.
Maar schrijven is voor mij een absolute noodzaak. In die periode ben ik volstrekt ontoegankelijk.`

-Ook voor de liefde ?

`Nee, antwoordde hij lachend want ik voel me meer verwant met Ellen dan met Leo !
Over het algemeen geldt dat ik mij met de personages die ik schep verweven voel, ik krijg ook kracht van hen, ze omringen mSe en als zodanig is het schrijven geen eenzaam avontuur voor mij. Het geeft me ook rust om over het leven met al z`n ups en downs te kunnen schrijven.
Je doet tenminste wat met al die ervaringen en gevoelens.
Als je pijn lijdt bijvoorbeeld is het niet voor niets. Je kunt er tenminste over schrijven, het geeft je houvast.`

-Ik ben blij met Kaplan, zei ik, want we krijgen in vergelijking met je vorige romans Zoeken naar Eileen W., La place de la Bastille en De (ver)wording van de jonge Dürer, een beter beeld van je gevoelsleven.
Je laat tenminste individuele emoties doorschemeren, je bent inderdaad `onder alle vermommingen vandaan, iets meer tevoorschijn gekomen ; klopt dat ?, vroeg ik.

Hij lachte en knikte bevestigend, terwijl ik met tegenzin aanstalte maakte om te vertrekken, want er werd alweer op de deur geklopt en dat betekende dat ook Léon weer over zou gaan tot de orde van de dag !

Ik ging weer twee trappen af, liep langs de geschonden gracht, sloeg de hoek om en stapte - onbestemd weemoedig - op lijn 12 die me naar het station reed : Eindpunt.

December 1986 EdJ-dW
S