Wageningen, Nico van 2009


Het gezin Van Gogh
Een familiegeschiedenis in brieven

Psycholoog Nico van Wageningen schreef 'Het gezin Van Gogh'. 'Een familiegeschiedenis in brieven.' Uitgave Scriptio. Van Wageningen beschrijft het leven van de familie: vader Theodorus en moeder Anna Carbentus, oudste zoon Vincent Willem van Gogh, zijn jongere broer Theo en vier andere broers en zussen. Van Wageningen was altijd al gefascineerd door de persoon Vincent van Gogh. Als psycholoog werkte Van Wageningen in de jaren '70, 80 in het onderwijs en de gezondheidszorg, in Brabant, in Etten en Leur.
,,Ik werkte daar bij het speciaal onderwijs en hield me bezig met de behandeling van vastgelopen ouder-kind relaties. Toen ik de brieven van Van Gogh las zag ik dat Vincent in Etten gewoond en gewerkt had. Ik wist weinig van hem en besloot me in hem te gaan verdiepen en putte onder meer uit de brieven die de ouders aan Theo en Vincent schreven en die in het Van Gogh Museum bewaard zijn gebleven. Het bleek dat de familie elkaar veel schreef, met name de ouders aan de kinderen en Theo was degene die alles bewaarde. Daarom zitten we nu samen aan tafel om over die geschiedenis te praten, die hele gezinscontext, die ik in m'n boek beschreef aan de hand van die brieven. Vincents fysiek niet zo sterke vader was dominee, een zachtaardige, kwetsbare man die er alles aan deed om de harmonie in het gezin te bewaren. Zijn moeder was een levenslustige, daadkrachtige vrouw die ook zeer betrokken was bij het wel en wee van haar kinderen, maar zij hield meer afstand. Al lezend in de brieven raakte ik steeds meer gefascineerd door dat gezinsverhaal. Een gezin waarin het moeilijke kind Vincent zit. En wat moet je als ouders daarmee. In de beeldvorming krijgen de ouders vaak de schuld van het uiterst complexe en zonderlinge gedrag van hun oudste zoon. Dat kon ik niet uitstaan. Maar als je de brieven leest ontdek je hun niet aflatende inspanningen om Vincent en de andere kinderen bij te staan, ook financieel terwijl zij het zelf niet breed hadden. Vincent was van jongs af aan dwars, koppig en kon niet adequaat omgaan met zijn gevoelens. En die karakter eigenschappen werden steeds uitgesprokener en tenslotte werd hij de Vincent die men kent als schilder. Zelf vindt hij dat hij niet begrepen wordt: 'Pa en Moe zijn niet de mensen die mij begrijpen - noch in mijn fouten noch van een betere kant - zij kunnen zich niet in mij indenken - met hen redeneren, leidt tot niets dan twist', beweert hij in een van zijn brieven. Rond zijn twintigste was er geen land met Vincent te bezeilen, de ouders waren machteloos en deelden hun zorgen met Theo. Hij steunde Vincent financieel en al stond hun verhouding ook bol van de spanningen, Theo bleef dat doen tot zijn dood toe. Hij was de zoon op wie de ouders steunden, een te zware last, vind ik. Daar kom ik later op terug. Over de ouders gesproken, vooral de vader hield vol Vincent op het rechte spoor te krijgen. Hij zag natuurlijk graag dat hij een normaal leven zou leiden met geregeld werk. Maar dat zat er niet in, dus hij was allang blij dat hij tekende.
Hoewel waar het tekenen verschijnt, zijn innerlijke conflicten nooit ver te zoeken. Vincent had de wildste bevliegingen, zo wilde hij dominee worden om uit zijn misère te komen en uit de brieven blijkt hoe die dan volstaan met talloze bijbelteksten en verzen. Uit zijn verdere, zeer problematische levensloop blijkt, ook in zijn omgang met vrouwen, dat hij een stuurloos persoon is en een vat vol tegenstellingen. Ik geloof dat genetische factoren en zijn karakter een belangrijke rol hebben gespeeld, niet de opvoeding. En wat Vincents talent betreft, niemand kon bevroeden dat hij na zijn dood een beroemd schilder zou worden."


Theo

Vincent was de tweede Vincent, de eerste zoon werd doodgeboren. Wellicht heeft Vincent daaronder geleden, daar zijn moeder nog rouwde om haar eerste kind. En Theo blijkt de lievelingszoon te zijn, in een brief schrijft de vader:
'Nu mijn allerliefste Theo, al zijt gij ver van ons af, gij weet het wel dat gij onze roem en vreugd zijt.'
,,Daar heeft Vincent natuurlijk onder geleden", zegt Van Wageningen beslist en vervolgt: ,,Afgezien daarvan: wat Vincent betreft hebben de ouders zich op de toppen van hun kunnen voor hem ingezet. Tot ver in de twintig houdt de vader zich met hem bezig, daar heb ik grote bewondering voor. Hij stuurde hem nog naar een psychiater in Den Haag, de familie kwam ook uit Den Haag, en die vond dat Vincent behoorlijk gestoord was. Ze wilden hem nog laten opnemen in een psychiatrische instelling in Gheel, in België, maar Vincent weigerde. Dus die ouders, en dat is mijn stelling in het boek, hebben alles gedaan naar hun beste weten en kunnen. Maar wat Theo betreft hebben ze het, vind ik, minder goed gedaan. Ze hebben hem tot lastdier gemaakt."


Slotsom

Van Wageningen, die een tweede deel, over de periode na de dood van de vader wil gaan schrijven, heeft met zijn boek een levendig beeld geschetst van de onderlinge gezinsverhoudingen in die tijd. Er is een goed evenwicht tussen de brieven en Van Wageningens eigen notities. In vijftien hoofdstukken wordt de lezer een heel stuk wijzer over de levensgeschiedenis van een uitzonderlijke familie vol tragedies. De vader overlijdt in 1885, Vincent schiet zich in 1890 in de borst en sterft in het bijzijn van Theo. Een half jaar later overlijdt Theo in een psychiatrische kliniek. De jongste zoon Cor vecht mee in De Boerenoorlog in Zuid-Afrika en pleegt in 1900 zelfmoord in krijgsgevangenschap. De moeder sterft in 1907, nadat haar drie zonen zijn overleden en haar jongste dochter Wil, krankzinnig is geworden. Van Wageningen: ,,Iedereen had zo z'n eigen karakter en zijn eigen manier om met problemen om te gaan en zich in het leven te handhaven, vandaar dat ik herhaal dat genetische factoren en niet zozeer de opvoeding daar debet aan zijn. Ik hoop dat ik ouders met dit boek ook een hart onder de riem heb gestoken."

Ellen de Jong

ISBN 978-90-8773-016-1
www.scriptio.nl