Vos, Marjoleine de



Lezing over de poëzie van Ida Gerhardt bij SLEE

'De tijden waren niet gescheiden'.

Op 20 april om 20.00 uur ontvangt de Stichting Literaire Evenementen Eemland de essayiste en dichteres Marjoleine de Vos in galerie 't Juffersgat, Kortegracht 21 in Amersfoort. In verband met de beperkte ruimte is reserveren gewenst. Tel. 033 - 4610684.
Onder de titel 'De tijden waren niet gescheiden' houdt De Vos voor de pauze een lezing over de poëzie van Ida G.M. Gerhardt. Na de pauze leest ze voor uit haar dichtbundel 'Zeehond graag', die in maart 2000 verscheen bij uitgeverij Van Oorschot en genomineerd werd voor zowel de C.Buddingh'-prijs als de VSB Poëzieprijs.
Marjoleine de Vos (1957) is kunstredactrice bij NRC Handelsblad en is bekend door haar beschouwingen over poëzie en haar columns in dit blad. Uitgeverij Prometheus bundelde een keuze uit deze columns onder de titel 'Nu en altijd'.
In haar lezing gaat De Vos in op de relatie in Gerhardts poëzie tussen haar beleving van het heden en haar vertrouwdheid met de literatuur en cultuur van de Griekse en Romeinse oudheid. Als dichteres en classica ziet ze de tijd waarin ze leeft voortdurend in het licht van die voorbije wereld, die daardoor in haar gedichten weer tot leven komt.
Neerlandicus Jef van de Sande leidt De Vos in.








Onderwerp

Heb je ooit een column aan haar gewijd?, vroeg ik haar in een Amsterdams café.

Marjoleine: "Ja, toen ze net overleden was heb ik ter nagedachtenis over haar geschreven. Niet zolang daarna verscheen er een boekje van Hans Werkman die herinneringen aan haar ophaalde en daarvan vond ik dat hij een beetje ver ging in het vertellen van privé dingen. Ik meende dat het om andere dingen zou moeten gaan en daar heb ik het in die column toen ook over gehad. Waarom ik Gerhardt kies als onderwerp voor mijn lezing? Omdat alles in haar werk mij aanspreekt, maar in het bijzonder de vorm van de gedichten, ze is een klassiek dichtende dichteres die goed weet wat een gedicht is, daar kan je iets van leren. En bovendien kan ze goed in het gewone, het kleine, het grotere zien, en is niet bang om zich daar duidelijk, over uit te spreken, in wat verhevener taal, die het gedicht wat extra's geeft. Knap vind ik dat ze ervoor zorgt dat het niet te verheven wordt. Waar ik het in mijn lezing speciaal over wil hebben, is haar liefde voor de klassieken, voor de oudheid, en haar vermogen om die in het heden nog te zien. Ze heeft ergens geschreven: 'De tijden waren niet gescheiden'. En dat vind ik iets moois: dat ze als het ware Hector gewoon hier ergens aan de rivier kan zien. Zo, verleden en heden met elkaar weet te verbinden, alsof er niets tussen zit."


In de bundel 'Zeehond graag' voert De Vos de persoon van mevrouw Despina op. Ze zou graag een zeehond willen zijn. Ze verlangt naar opwinding, beweging. Zoals het titelgedicht treffend verwoordt:

Het liefst zou mevrouw Despina zeehond zijn.
Springen, poon verschalken, applaus
voor uw lenig spek dat overheerlijk
de kant op kletst, dik verpakt geraamte,
grootogige boksbal vol vis, lekkerbek.
Binnenin zat mevrouw Despina, veilig
in glad vel, waterafstotend vermomd
als onhoekig dier, elegant toegerust voor
poolstorm en schotsen.
Lachend heft ze
haar snor boven water, poseert voor
verrekijkers, zont op een zandplaat.
Gooit het leven haar juichend de lucht in
stuitert ze op zeewaardige kussens
haar vrolijk vet maakt elke landing zacht.

Poëtisch alter ego van Marjoleine de Vos?

"Het is inderdaad letterlijk een alter ego, ik ben niet eigenlijk mevrouw Despina. Maar in die gedichten voer ik iemand op die ik mevrouw Despina noem en natuurlijk stelt die zich vragen die ik me ook wel stel, of heeft ze overwegingen die ik ook heb.
Tegelijkertijd is ze helemaal iemand van taal, ze bestaat alleen in die gedichten, niet daarbuiten. Ik wel, ik loop gewoon door de wereld met alles wat daarbij hoort, ik besta ook buiten die gedichten. Mevrouw Despina is een constructie en soms is het voor het gedicht ook beter om haar iets te laten doen wat ik niet gedaan heb of haar iets te laten zeggen wat ik niet vind. En dat doet ze dan ook."

Waar gaat het vooral over in deze bundel?

"In veel gedichten gaat het over gewone, alledaagse dingen, over de geur van nivea of over eten klaarmaken, maar daaronder is altijd nog iets anders en dat andere hoef je niet op te vatten als iets hogers of mystieks. Bijvoorbeeld: van binnen ben je niet dezelfde als die je van buiten bent, je weet van jezelf dingen die een ander niet van je weet en je weet van jezelf zelfs dingen niet, je kent jezelf ook nooit helemaal. Het gaat nogal eens over het verlangen om meer samen te vallen met de wereld om je heen of met wat je doet of met degene die je vroeger was. Dat verlangen botst nogal eens met de realiteit, en daar schrijf ik vaak over in mijn gedichten."

In je bundel Nu en altijd wind je je op over talloze zaken: agressieven in het verkeer, opscheppers op luxe jachten, vrouwen die te lichtzinnig abortus plegen,
medici die op grond van 'hersendood'en op zoek naar bruikbare organen, in nog levende lichamen snijden. Wil je de lezer wakker schudden, hoop je dat ze uit je stukjes lering trekken?


"Nee, ik heb geen boodschap. In die stukjes gaat het om de vraag: hoe zit het eigenlijk, hoe moet je leven en tegen de dingen aankijken en op die vragen heb ik vaak geen antwoord maar probeer wel die vraag zo precies mogelijk te stellen, liever dan te zeggen: het zit zo. Maar natuurlijk ga ik ook wel een bepaalde kant uit, er zijn kanten van het leven die me niet boeien of me zelfs tegen staan. Ik bedoel het niet didactisch al kan je er natuurlijk niet aan ontkomen dat je af en toe met kracht je mening naar voren brengt en dan lijkt het vaak alsof jij weet hoe het zit. Het tegendeel is waar."

Je noemt het ook bespiegelingen, mensen en ook jezelf een spiegel voorhouden.

"Zeker, jezelf ook. Maar vaak weet ik niet van tevoren wat ik over een bepaald onderwerp precies denk en waar ik op uitkom. Dat blijft een verrassing."



Ellen de Jong