Veldkamp, Tjibbe


Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer maken prentenboek over 'het sleutelen aan dieren'


Met het project 'writer in residence' is in 2007 een nieuwe impuls gegeven aan de relatie Groeneveld en schrijvers. Een maand lang is een auteur verbonden aan Kasteel Groeneveld. In deze periode werkt hij geïnspireerd door het kasteel, de omgeving en het jaarthema aan teksten voor het Groeneveldblad. In overleg met de auteur wordt een programma samengesteld dat uit ontmoetingen met kunstenaars, beleidsmakers en publiek, bestaat. Dit jaar is 'eten en snoepen' het thema van de kinderboekenweek en 'Voedsel' dat van Kasteel Groeneveld in 2009. Mede om die reden is de writer in residence 2009 kinderboekenschrijver Tjibbe Veldkamp. Hij is tot 21 maart werkzaam in Kasteel Groeneveld. In samenwerking met tekenaar Kees de Boer zal hij een eigentijds verhaal maken over de plek waar ons eten vandaan komt: de boerderij. Twee kippen en een koe en een vrolijk varken. De realiteit is echter anders. Aan Tjibbe is de vraag gesteld nu eens die andere kant te belichten in een kinderverhaal. Het verhaal van hem en Kees wordt gepubliceerd in het Groenveldblad van najaar 2009. Het wordt ook het uitgangspunt van een tentoonstelling die in oktober 2009 wordt geopend. Meer informatie over hoe Tjibbe met de opdracht omgaat is te vinden op zijn weblog:
www.dagboekvangroeneveld.nl Meer over Tjibbe: www.tjibbeveldkamp.nl en over Kees: www.keesdeboer.com

Hoe het verhaal zich ontwikkelt

Tjibbe vertelt dat hij met het tekstgedeelte van zijn 24 bladzijden tellend verhaal al ver gevorderd is. 'Zie mijn weblog.' Aan welke eisen vindt hij dat zijn verhaal moet voldoen? 'Het dient een goed prentenboek te zijn en daar heb ik vaste criteria voor, het moet grappig, spannend, ontroerend en visueel interessant zijn. Geschikt voor de doelgroep, in dit geval van 5 tot 19 jaar, en het liefst ook nog origineel.' Tjibbe vertelt zijn verhaal bij monde van een varken en er komt ook nog een kip in voor. 'Ik vind die dieren lief maar vroeg ook aan Kees welke hij uit de bio-industrie zou willen tekenen. Kees zei: varkens. Wat ik zelf met het thema heb? Het boeit me nu meer dan in 't begin, de bio-industrie was mij tamelijk vreemd. Ik heb me echt moeten inlezen. Ik begreep eigenlijk niet dat ik gevraagd werd om er een boek over te maken. Er zijn veel mensen die daar verstand van hebben en er mooi over kunnen schrijven. Maar ik vermoed dat onze boeken leuk werden gevonden door de organisatoren en dat ze een vrolijk en gek boek wilden. Gek en vrolijk, daarin zijn wij gespecialiseerd. Of het ook aan literaire maatstaven moet voldoen? Die criteria die ik noemde zijn dat al. Hoe bouw je het verhaal op, dat was ik nog vergeten te zeggen: begin, midden, eind. En hoe gaat het in elkaar over, en is er continuïteit. Al die dingen zijn van literair belang. De woordjes komen bij mij op 't allerlaatst. Die vind ik niet zo interessant. Hoewel je voor een goed prentenboek het natuurlijk uiteindelijk in woorden vertelt. Maar je moet de prioriteit goed leggen en bij een prentenboek gaat het er om hoe het verhaal zich ontwikkelt. Dat is belangrijk en je moet je figuren kennen, maar in welke woorden je die nu neerzet…Even terzijde, ik heb net voor 't eerst in m'n leven het dubieuze compliment gekregen dat ik een mooischrijver ben! Naar aanleiding van een boek voor oudere kinderen stond er in een malle recensie dat ik zulke mooie zinnen schreef, in zo'n prachtige taal, dat het de aandacht afleidde van het verhaal. Zulke onzin heb ik nog nooit gehoord.'
Wat is er eerst, het beeld of het woord? 'Het beeld in mijn hoofd. Hoe die film rolt. Dat kun je ook zien op m'n weblog, ik begin niet met : Er was eens… Het gaat om het idee, dan de uitwerking ervan en dat te vatten in een indeling van een boek, nog steeds geen woordjes, het gaat er alleen om hoe dat verhaal rolt. Dan gaat Kees dat op zijn manier indelen en als hij zijn ideeën geschetst heeft, dan zie je het boek eigenlijk al, en als vervolgens de echte tekeningen er zijn, dan kun je denken: hoe kun je dit alles nu aanvullen met tekst.'
Tjibbe kwam bij het inlezen langs het Dikbilrund en dat kan hedentendage nog moeilijk kinderen baren.
'Het is zo doorgefokt dat ie wel dikke billen heeft waar veel vlees aanzit maar het kalfje moet wel met de keizersnee gehaald worden. Dat vind ik heel droevig en dat was voor mij een aanknopingspunt. Dat sleutelen aan dieren en dat doorfokken is als je dat overdrijft volstrekt idioot want dan kan je malle beesten fokken. Dat is heel grappig, maar het is ook heel erg. Juist die combinatie van humor en tragiek daar kan ik wat mee. Toen ik dat wist heb ik geen moment meer getwijfeld, ik dacht: het sleutelen aan dieren, daar moet het over gaan.'


Samenwerking


Nu komt Kees de Boer aan het woord. Hoe kennen Tjibbe en hij elkaar? 'Dat komt door Tjibbes boeken. Die vond en vind ik zo leuk. Ik ben een bewonderaar van hem. Ik maakte samen met een vriend ook prentenboeken, ik kom uit de stripwereld, en ik stuurde Tjibbe eens een getekend verhaal op. Hij was enthousiast hoewel wij er een veel te ingewikkeld verhaal van hadden gemaakt. Maar hij vond vooral mijn schetsen grappig. Later maakten we samen het boek 'Tim op de tegels'. We hebben dezelfde humor en dezelfde ideeën. We zitten op één lijn. Ik denk dat ik Tjibbe goed aanvoel ook met dit verhaal. Ik maak eerst op een storybord een indeling van twaalf spreads en daar was Tjibbe al direct laaiend over, wat hem betrof hoefde ik ze niet eens uit te werken.'
Tjibbe voegt toe: 'De eerste opzet is het leukste van samen een boek maken. Eerst die indeling van mij en het verhaal en dan gaat Kees er tekeningen bij maken en op dat moment zie je het boek. Dan heb je tekst en beeld samen.' Kees: 'Dan zit alle emotie al in de poppetjes en wat ik vervolgens ga doen is ze maandenlang vervolmaken. Eigelijk niet nodig, maar ja, toch wel. Wat ik met het thema heb? Mijn vroegere vriendin is vegetarisch en sinds ik haar ken eet ik minder vlees. Dat is niet de reden voor het maken van dit boek, zo'n kinderboek moet niet belerend zijn, maar ik heb er zeker voeling mee.'
Ik vraag naar de titel van het boek, Tjibbe zegt: 'Die weet ik nog niet'. Kees: 'Je hebt toch een voorlopige.'
Tjibbe: 'Oké, hier is ie dan en ook de beginregels mag je opschrijven.' Ik noteer ze snel voor ze me ontglippen:

De verkipping

'Er was eens een hok vol varkens. Ze stonden in dat hok en konden er niet uit. Ze verveelden zich.'
Ik ben nu al nieuwsgierig naar hoe het verhaal zich ontwikkelt, 'hoe die film rolt' om met Tjibbe te spreken. Het zal wel een gekke en vrolijke film worden.

Ellen de Jong

Kasteel Groeneveld
Groeneveld 2, Baarn
www.kasteelgroeneveld.nl