Thijs, Ger



Rond drama is alles gecentreerd


Schouwburgdirecteur Lambert wil voor de opening van zijn Thalia Theater, na twee jaar van verbouwen, een klapper maken. Hij besteedde veel aandacht aan de marmeren toiletten, nieuwe trappen en stoelen en het blauwe doek. Helaas is de schitterende akoestiek waar de schouwburg zo beroemd om was, zoek. Handenvol geld kostte alles. Het theater opent met een moderne versie van Maurits en van Oldenbarnevelt. De avond wordt een sterke afgang. Lambert krijgt van alles de schuld en verdwijnt zonder pardon van het toneel. Bestuur en vrienden wippen hem. Zijn opvolger staat al in de coulissen te wachten. In 1999 werd Ger Thijs zelf als artistiek lieder van Het Nationale Toneel in Den Haag aan de kant gezet en schreef in 'Een sterke afgang', uitgeverij L.J. Veen, zijn relaas.

Heeft u het boek als een soort afrekening geschreven?

"In zekere zin, hoewel ik niet het gevoel heb dat ik door het schrijven van een boek iets van me af heb geworpen, dat kost meer tijd. Wellicht is de last wat lichter geworden, maar meer niet. Het gaat me om het beeld, het beeld dat ik nodig had van die schouwburg, waarvan de akoestiek verdwenen is, wat ook echt waar is. Weliswaar heb ik ook in die schouwburg gewerkt en heb de openingsvoorstelling geregiseerd, maar verder ging het om andere dingen. Toen ik het boek ging schrijven, vond ik dat het gebouw de hoofdpersoon moest zijn. De hoofdfiguur ziet dat als een soort oude Haagse dame en hij merkt steeds meer dat het gaat om de confrontatie van een man met het gebouw. Een man die er de directeur van is, het iets aandoet door het te verbouwen en daar voor gestraft wordt. Dat is het thema. Leuk is wel dat ik in mijn vuistje lach omdat mensen zeggen dat ze het herkennen."


Het boek kent scherpzinnige en geestige dialogen en geeft een goed beeld van het Haagse toneelleven, met het gemanipuleer en gemuggezift. Wat heeft u met taal?

"Taal is een mooi scherp instrument. Het voordeel van toneelschrijven is dat het je dwingt om compact en precies te formuleren, rekening te houden met woordvolgorde en helderheid van klank en dat soort dingen. Als je geïnspireerd bent is dat heerlijk, het is net als het schrijven van een lange brief: in het begin zit je ontzettend over de formulering na te denken en op een bepaald moment valt het samen, denk je als het ware met de woorden mee. Wat je ook kan zeggen is dat de woorden slimmer zijn dan jij. Als je schrijft komen er dingen naar boven die je zelf verbazen, dat geldt voor poëzie nog sterker. Joseph Brodsky zei: Een dichter is iemand die de poëzie, die al bestaat, op de een of andere manier naar de aarde brengt en materialiseert."

U bent acteur, speelde onlangs in 'Beneden de rivieren' samen met Hans Croiset, maar ook schrijver. Hoe werkt dat?

"Het heeft met het hanteren van drama te maken. En dan is proza schrijven, in scènes, verwant aan toneelschrijven. Rond drama is voor mij alles gecentreerd. Toneelspelen is van huis weg komen, onder de mensen zijn en op een kinderlijke manier bevredigend omdat je de mensen laat lachen en gewaardeerd wordt met applaus, dat is ook het gevaarlijke ervan omdat het een bepaalde oppervlakkigheid heeft. Schrijven is het meest genotvol en geeft de grootste voldoening omdat alles samenvalt."

Ger Thijs verenigde die twee soorten geluksgevoel in één persoon.

Ellen de Jong