Spaey, Johanna


Niemand kent de waarheid van de ander


Johanna Spaey ( Leuven, 1966) is journaliste en eindredactrice van een vrouwenblad. De foto op de omslag van haar debuutroman 'Dood van een soldaat', uitgeverij Manteau/Standaard, laat een vrouwengezicht zien met peinzende ogen, een gesloten mond en lang, sluik haar onder een frivool hoedje. Bij de loketten in Antwerpen-Berchem wacht ze me op. Ik kijk uit naar dat hoedje, maar zie het niet, "het was toen winter", zegt ze. Wel die ogen en dat haar. In de stationsrestauratie schudt ze haar lokken los. Het zwarte, geraffineerd uitgesneden truitje, is afgezet met kant. Wat heeft ze een ontstellend goed boek geschreven. Wat ging er om in haar brein?
Het verhaal speelt zich af in de periode vlak na De Eerste Wereldoorlog in een anoniem Belgisch dorp. Vier jaar Duitse bezetting is België niet in de koude kleren gaan zitten. Hoofdpersoon Sara Sondervost is de dorpsdokter. Zij en haar vriend Alexander - die beide benen en een hand is kwijtgeraakt aan het front - ondervinden de trauma's die de oorlog op z'n geweten heeft. En dat geldt ook voor de meeste dorpelingen die Spaey opvoert. Drie lugubere moorden, na elkaar, zetten de gemeenschap in vuur en vlam. De dader, wellicht meer dan één, moet gevonden worden. Die zoektocht maakt dat de onderlinge verhoudingen, waarbij elk personage zo z'n geheim met zich meedraagt, op scherp staan.
Terecht won Spaey onlangs de Gouden Strop voor de beste Nederlandse (literaire) thriller, die inmiddels al een vierde druk beleeft. Voor het eerst ging deze prestigieuze onderscheiding naar een vrouw. Een historisch moment. Dat werd ook wel eens tijd, zeg ik haar.

"Als je in aanmerking neemt dat de Strop al zo'n twintig jaar bestaat en dat er wel vrouwen genomineerd waren, maar dat er nog nooit één gewonnen heeft, werd het zeker tijd. Ik was verbaasd toen ik 'm won omdat het boek niet het klassieke voorbeeld van een thriller of een politieroman is, want het is ook een liefdesroman en een historisch verhaal."

Hoe kwam Johanna erbij haar boek te situeren in De Eerste Wereldoorlog? "Ik was er altijd al gefascineerd door en dat is in de loop der tijd gegroeid. Daarbij kwam dat mijn grootvader in die oorlog heeft gevochten en jaren in de loopgraven heeft gezeten. Dus een stukje familiegeschiedenis, hoewel ik 'm nooit gekend heb, hij is gestorven lang voor ik geboren werd. Mijn moeder vertelde er ook niet veel over, dus ging ik op zoek om dat stukje historie zelf in te vullen door er veel over te lezen. Het rare van die oorlog is dat als je er effectief mee bezig bent het letterlijk aan je lijf en ziel blijft kleven omdat het zo'n tragische toestand was, met veel leed en dat om honderd meter grond. Een hele generatie van jonge mannen die sneuvelden en de gevolgen daarvan voor de familie, wat dat allemaal betekent in die levens, daar verdiepte ik me in. Zelfs als ze terugkwamen, wat is dan het effect van zo'n man die al die gruwelen heeft meegemaakt? En waarschijnlijk gemoord heeft, ook al was het voor het goede doel, wat brengt dat teweeg in z'n familie en bij die jonge vrouwen die in bezet gebied achterbleven. Op een of andere manier hebben die patronen zich in mijn hoofd gevormd en schreef ik het boek, niet eens in een te lange tijd. Het was mijn manier om een stukje familiegeschiedenis in te vullen."

Het gedicht voor in het boek luidt:

Now he will never feel again how slim
Girls' waists are, or how warm their subtle hands;
All of them touch him like some queer disease.

Disabled - Wilfred Owen

"Dit gedicht is mijn thema geweest om de figuur van Alexander te schetsen. In het eerste hoofdstuk waar hij aan het woord komt vertelt hij bijna letterlijk het gedicht, dat eigenlijk overeenkomt met zijn leven en zijn lijden. Overigens waren voor meer personages de Engelse oorlogsdichters een inspiratiebron. Vooral voor de mannen, omdat in die gedichten geschreven wordt hoe het eigenlijk was om zo'n oorlog te moeten beleven met al die misère."


Heb je bewust thrillerelementen ingebracht om de spanning te verhogen?

"Ik schetste al een post-oorlog situatie die ook al voor een extra spanningselement zorgt en als je daar dan ook nog een aantal moorden tussenschuift heb je natuurlijk een verheviging van angst, zonder dat ik de nadruk legde op wie het gedaan heeft en op al de details van vermoord worden. Ik houd zelf ook niet van boeken over seriemoordenaaars, met al die folterpraktijken, dus schreef ik daar ook niet over. Ik denk ook dat ik daarom die prijs heb gewonnen, omdat het meer is dan een gewone misdaadroman daar het liefdesverhaal tussen beide personen wel heel sterk is en ook de historische achtergrond.
Steeds meer mensen zijn bezig met oorlog en vooral de gevolgen en de gruwelen ervan, daarom ook deze waardering."

'De oorlog had overal de rot in gestoken. We waren allemaal iemands slachtoffer geworden. Allemaal iemands moordenaar', schrijft Johanna treffend. Raak is ook het prachtige beeld dat ze van Sara geeft. In de volgende regels laat Johanna Alexander aan het woord als hij mijmert over zijn geliefde Sara: 'Soms deed ze me denken aan mijn oude kat. Altijd zwervend, altijd bloedend als ze thuiskwam. En als ze dn eenmaal terug was, eiste ze al mijn aandacht op. Ze moest gevoed, gestreeld en gekoesterd worden. De onverwachte halen, het geblaas of de hooghartige aftochten hoorden er allemaal bij.'
Mooie taal, zeg ik.


Johanna glimlacht:

"Sara's broer, Maurice, is de enige die achter haar geheim komt. Iedereen heeft zijn waarheid in het verhaal en zij heeft haar waarheid over haar vriend Alexander en haar broer en die klopt niet met de realiteit, maar dat is voor haar een manier om nog met die mannen te kunnen omgaan en Alexander zoekt ook een manier om met Sara te kunnen verkeren dus gaat hij op zoek naar haar verleden. En creëren ze soms een waarheid die de waarheid niet is, maar die voor hen leefbaar is. Niemand kent de waarheid van de ander. Vooral in een liefdesrelatie vormen we een soort beeld van de ander, een beeld dat niet klopt met de realiteit, maar zo is het mogelijk met die ander te vertoeven. We scheppen een illusie, want als je de ander alleen maar ziet als een primitief wezen dat boert en elke dag op het toilet zit, gewoon maar een mens is…
Het fijne van liefde is dat we er een laagje rond leggen, een soort gloed, de ander in ons eigen universum eigenschappen toe dichten waardoor we hem of haar nog liever zien."


Ellen de Jong