Sauwer, Monica


Ik laat mezelf even uit

Monika Sauwer schildert, tekent en schrijft. Ze publiceerde verhalenbundels, romans en al dan niet zelf geïllustreerde kinderboeken. Voor haar eerste bundel 'Mooie boel' (1978) ontving ze het Gouden Ezelsoor, de prijs voor het best verkochte debuut.
Het is snikheet in de Amsterdamse wijk de Pijp. Haar koele kamer is een verademing. Rechts van me kijk ik op de straat waar mensen puffend met volle boodschappen tassen zeulen, pal voor me vangt m'n blik Sauwers schildersezel die een rijtje knotwilgen draagt, haarscherp getekend met zwart hard krijt op maagdelijk wit papier. Ze heeft wat met bomen vertelt ze later. In het echt heet ze Yolande Nusselder. Waarom een pseudoniem?

"Ik dacht zo'n vijfentwintig jaar geleden, dat ik heel vrij uit kon schrijven wat ik wilde en dat je onder een pseudoniem meer het achterste van je tong kon laten zien. Ik had het idee dat de persoon van de schrijver er niet toe deed. Toen was die ego-cultus van schrijvers veel minder, maar desondanks bleek het niet te kunnen, want al bij mijn eerste boek werd mijn pseudoniem verraden door Maarten 't Hart."

Onlangs kwam Sauwers nieuwe roman 'Levend model' uit bij Contact. Hoofdpersoon Ida Klaver is een getalenteerd portretschilderes. Zelf ziet ze dat niet zo, ze is onzeker over haar kunnen en twijfelt ook voortdurend over haar plaats in het leven. Hoewel ze een goede vriend heeft blijft ze steeds zoeken naar, zoals uiteindelijk blijkt, een vaderfiguur. Als kind van gescheiden ouders ging ze gebukt onder onbestemde angsten die met het klimmen der jaren niet minder werden. Ze is herhaaldelijk voor zichzelf op de vlucht en zoekt haar heil in drank, kleren kopen en het najagen van mannen.

Waar komt dat gedrag uit voort?
"Ik leerde Ida al schrijvende kennen en als ik haar goed genoeg ken kom ik tot de conclusie dat ze op zoek is naar haar vader, naar verzoening met hem, want hij heeft ooit haar moeder op een nare manier in de steek gelaten en dat heeft ze hem blijkbaar niet kunnen vergeven. Aan het eind van het boek trekt ze in een vrij cruciale scène zijn oude doktersjas aan, want hij was arts en geniet inmiddels in Zuid-Spanje van z'n pensioen. Die doktersjas gebruikt ze als schildersjas en later maakt ze een afspraak met hem om zijn portret te gaan schilderen."

Ida's leven krijgt een -literair - hoogtepunt wanneer ze in haar Gooise geboortedorp een door haar verafgode onderwijzer meent te herkennen. Op deze man richt ze haar fantasie, die later met haar op de loop gaat. Ze krijgt iets met hem, maar het wordt niets.

Dat geboortedorp met veel groen is belangrijk.
"Zowel voor Ida als voor mij. Het is een decor dat me lief is. In Amsterdam zoek ik ook weer de bomen op en woon gelukkig in de buurt van het sarphati park, waar ik iedere dag een rondje ga lopen. Ik heb geen hond, maar laat mezelf even uit, om van de bomen te genieten en de grasgeur op te snuiven."
Monika schudt haar lange donkere haren naar achter, bij de gedachte alleen al aan dat groen voelt ze zich vrij.

Ida overstijgt soms zichzelf als ze plotseling de lente ruikt of als ze met monotone bewegingen het wasgoed strijkt.
Sauwer schrijft: 'Ze wilde opstijgen, boven het tapijt van haar leven vliegen, zodat ze kon zien wat het patroon was waaraan ze dag en nacht had geweven.'

"Als ik een alter ego schep moet ik die helemaal kennen, de gevoelens moet ik op z'n minst goed kunnen navoelen. Ik kan schrijven over eigenlijk alle mensen die ik me goed kan voorstellen, die niet per se met me samen hoeven te vallen, want dan zou je wel erg beperkt zijn in je mogelijkheden. Maar dat overstijgen is wel iets waar ik zelf ook naar streef. Tijdens mijn werk maak ik het mee, dat is niet zo moeilijk, dan ligt het voor de hand, leuker is het als het tijdens banale dingen als de keuken lekker schoonpoetsen gebeurt, waarbij ik blij en bijna extatisch kan worden. Als je dat bij jezelf herkent kan je het een beetje sturen."

'Levend model' heeft een beeldend omslag van twee handen boven elkaar met gestrekte duimen: een kader waarin Ida haar model plaatst als ze het vast wil leggen.

Ida verzoent zich met haar vader en gaat hem portretteren. Eind goed, al goed.
"Ik houd van een goed eind en wil de lezers niet afschepen met: jongens het is een doffe ellende, sorry hoor. Ik trek mijn handen er vanaf. Ik vind dat je als schrijver, misschien omdat ik niet zo jong en agressief ben en wat milder geworden, je de lezer gereinigd, moet achterlaten."


Ellen de Jong