Sahar, Hans - 1996


IK KRIJG GEEN KICK VAN VERKOOPCIJFERS

De 22-jarige Marokkaanse schrijver Hans Sahar komt uit een gezin van tien kinderen en verhuisde op zijn tweede jaar van Al Hocei¬ma - aan de noordkust van Marokko - naar Den Haag.
'Ik heb voor het schrijverschap speciaal een Nederlandse naam geko-zen', zegt Hans Sahar.

Hij stapte soepel en ontspannen door de automatische schuif¬deur van de stationsrestauratie van het Centraal Station in Den Haag. Witte pet op zijn welgevormd hoofd, bruine twin¬kelende ogen. Hij begroette me met een kus; ik was ver¬rast, wat spontaan. Hij wilde een 'bakkie koffie', ik haalde het voor hem; hij roerde er met langzame lange vingers suiker en melk door.

Zijn eerste roman Hoezo bloedmooi (1995, De Arbeiderspers) werd goed ontvangen. Het is een roman over de Marokkaanse tiener Abi, die in de Haagse schilderwijk woont en wiens wereld hoofdzakelijk gevuld wordt met video¬clips, prostitutie, vechtpartijen en verblijf in politie¬cellen. 'Abi voelt zich evenzeer Marokkaan als Hagenaar: hij leeft in verschil¬lende werelden, die elkaar niet kunnen ver¬dragen. Thuis gelden de regels van de strakke moslims, terwijl Abi op straat, aan de zelfkant van ons Nederlandse welvaarts¬paradijs, het mes trekt. Het is de vraag of hij de vijfentwin¬tig zal halen', aldus de flaptekst. Abi wil wel graag een ander leven leiden, maar dat mislukt keer op keer.

Hoe komt dat?
"Grotendeels dankzij zichzelf. Op een gegeven moment heeft Abi het goed voor elkaar, heeft hij een persoon waar hij op kan vertrouwen, die hem helpt en toch verpest hij het uiteindelijk weer door geld van hem te stelen. Er zijn ook situaties waarin hij door eigen schuld met de justitie in aanraking komt. Maar hij raakt ook in om¬standigheden verzeild, waarin hij onrecht¬vaardig behandeld wordt, bijvoorbeeld wanneer hij voor een kameraad opkomt en toch opgepakt wordt door de politie, in de cel gestopt en achtergelaten zonder dat er iemand naar hem komt kij¬ken. En dat zijn dingen waardoor hij terugvalt in crimineel gedrag."

Sahar belandde net als Abi in de gevangenis en begon daar met schrijven. "Ik schreef de levensverhalen op van de jongens die daar zaten."

Kleurde je ze op een bepaalde manier in?
"Ja, ik probeerde er een lopend geheel van te maken, de verha¬len aan elkaar aan te passen zodat het een roman werd waar een hoofdper¬soon doorheen liep, met een draad waaraan je je vast moest houden; het zijn geen aparte verhalen. Ik wilde er geen bundel van maken, hoewel ik dat het leukste vind om te doen. Waarom ik dat niet gedaan heb? Een roman schrijven is een uitdaging, hard werken, en verhalen sch¬rij¬ven zie ik meer als een hobby.

In Zoveel liefde - mijn tweede boek - zijn het geen losse verhalen, dat heb ik echt als een roman ge¬schre¬ven. Het moest iets nieuws worden, daar houd ik van."

Sahar lachte charmant vanonder zijn pet en liet een rij bloed¬mooie tanden zien.
Een echte dondersteen ben je.
"Zo ben ik eerder door een vrouw genoemd." Hij genoot.

Je hebt Hoezo bloedmooi, 'de titel is dubbelzinnig, Nederland werd in Marokko altijd voorgesteld als bloedmooi, nou het kan ook de hel zijn', recht uit je hart geschre¬ven. Geen poespas met taal.
"Ik schrijf de taal die op straat gebruikt wordt en ik houd met niemand rekening. De meeste jongeren die ik ken en het boek hebben gelezen, liggen constant in een deuk en zeggen:
Er is geen andere schrijver die zo schrijft, je moet gewoon met ons omgaan wil je zo kunnen schrijven. Dat is een compli¬ment, want dat betekent dat ik niet verliteraird ben."

Sahar legt uit hoe het allemaal kan gebeuren dat Marok¬kaanse jongeren crimineel worden. De agressie onder jonge allochtonen is het gevolg van gebrek aan respect, zegt Abi, en de meeste Nederlanders doen er alles aan dat zo te houden met hun dis¬criminatie.
Sahar: "Die dingen komen natuurlijk niet zomaar uit de lucht val¬len. Ik heb zelf heel wat meegemaakt waaruit dat is geble¬ken. Wij woonden in een buitenwijk van Den Haag als enige Marokkaanse familie en dat was moeilijk. De Nederlanders riepen me nooit bij mijn naam, maar altijd: hé, Turkie. Werke¬lijk altijd, ik dacht zelfs dat ik zo heette. Pas toen er andere families in de buurt kwamen wonen werd het beter. Het klinkt gek maar hoe meer Marokkanen bij elkaar hoe meer het respect toeneemt, misschien wel wordt afgedwongen, zou je kunnen zeg¬gen."

Sahars' tweede roman Zoveel liefde, recent uitgekomen bij De Arbeiderpers, is te lezen als een vervolg op de eerste. Hoewel beide hoofdpersonen een verschillende naam hebben verlopen hun levensgeschiedenissen identiek. In Zoveel liefde gaat Rash op kamers om verlost te zijn van de strenge regels thuis. Rash heeft net als Abi tal van goede voornemens waar weinig van terecht komt. Hij leidt een dubbelle¬ven, waarin hij zich vaak zeer eenzaam voelt, maar ziet geen kans daaraan te ont¬snappen. Zijn verlangen naar het straatle¬ven, met alles wat daarbij hoort, wint het van het keurige kantoorbestaan. Sahar be¬schrijft Rash' leven dat uit een opeenvolging van bizarre, rauwe en spannende avonturen be¬staat, vitaal en onomwonden.

Recensente Annemiek Neefjes zegt in een bespreking over Zoveel liefde (Vrij Nederland, November '96): 'Rash heeft zijn heldenleven en -verhalen nodig om in zichzelf te kunnen blij¬ven geloven, hij moet vergeten om niet te hoeven nadenken, om de noodzaak van een keuze te vermijden.
"Hij moet vergeten om niet te hoeven nadenken, vergeten omdat hij er toch niets aan kan doen. Ik denk dat dat het probleem is. Rash gaat niet filosoferen, daar houdt hij helemaal niet van en ik ook niet. Je moet strak zijn, jongeren gaan ook niet filosoferen en dat laat ik Rash dus ook niet doen, anders verliest hij zijn identiteit. Zijn denkwijze is het gemiddelde van honderd jongeren bij elkaar."

Heb je een bedoeling met je romans?
"Ik schrijf omdat ik het leuk vind en er liggen in mijn boeken zowel bewust als onbewust bedoelin¬gen verborgen. In mijn eerste boek bijvoorbeeld staat de Marokkaan centraal, in het tweede is hij meer een neutrale persoon. Ik heb eens een film gezien waarin een zwarte psycholoog onder¬zoek ging doen naar zwarte kinderen die op een blanke school niet toegelaten werden. Hij zei dat dat blijvende schade oplevert, die school was het daar niet mee eens, die vond dat ze blij mochten zijn dat ze überhaubt op aparte scholen moch¬ten, want het waren altijd slaven geweest. Hij deed toen een test, waarin hij een zwart meisje tegenover een zwarte jongen zette en legde vier poppen tussen hen in: een zwarte man, een blanke vrouw, een blanke man en een zwarte vrouw. Hij vroeg aan het jonge¬tje: wie van deze vier personen wil je worden?
Toen hij de blanke man aanwees en het meisje de blanke vrouw kreeg ik overal kippenvel. De psycholoog ging ver¬der: wie haat je? De jongen wees evenals het meisje de zwarte pop aan. Wie is superieur? De blanke. En wie is de boef? De zwarte. Zo ging hij door met vragen. Ik zat volkomen gekluisterd aan die film, want ik heb min of meer dezelfde gedachten gehad. Ik dacht vroeger ook elke keer als ik Turkie werd genoemd: wat zou ik graag een Nederlander zijn; ging bewust niet in de zon zitten om blank te worden. Ik dacht dat alles aan mij lag en niet aan de anderen.
Er zitten zeker bepaalde boodschappen in mijn werk, dat worden ze vanzelf als ik schrijf over wat me raakt of boeit."

Hoe voelt succes, want dat heb je met je boeken.
"Om te beginnen had ik ondanks al die publiciteit niet ver¬wacht dat ik zo'n klapper zou maken. En hoe het voelt?
Ik krijg geen kick van verkoopcijfers, wel van iemand die naar me toekomt en tegen me zegt: Je boeken mogen er zijn."


Ellen de Jong