Rosenboom, Thomas

HET IS EEN SOORT STRIPTEASE, EEN BOEK

Thomas Rosenboom debuteerde in 1983, 26 jaar oud, met 'De mensen thuis', drie verhalen. Een enkele criticus was onvoorwaardelijk enthousiast. De meeste anderen toonden zich weliswaar onder de indruk van het verhalend element en de perfecte vorm, ongewoon voor een debutant, maar stoorden zich aan de archaïsche stijl (kunstproza) en aan de 'onwaarschijnlijke' persoonlijkheid van de 12-jarige hoofdpersoon Timon, die denkt 'als een volwassene': zulke kinderen bestaan niet.
Voor 'De mensen thuis' ontving Rosenboom de Lucie B. en C.W. van der Hoogtprijs 1984.
De schrijver werd geboren in Doetinchem en groeide op in Arnhem, waar hij een katholieke opvoeding kreeg.
Rosenboom is neerlandicus. In 1982 bood hij Bedenkingen, dat het tweede verhaal in de bundel De mensen thuis zou worden, aan De Revisor aan.
Waarom juist De Revisor? Voelde hij zich verwant met de schrij¬vers van dat tijdschrift? Daar blijkt geen sprake van te zijn.
Rosen¬boom: "Ik heb wel bewondering voor de mensen die aan De Revisor werken. Ik benaderde dat tijdschrift, omdat ik zo hoog mogelijk wilde grijpen."
In 1985 verscheen bij Querido de eerste roman van hem, 'Vriend van verdienste'. Het verhaal van het boek is ontleend aan de Baarnse moordzaak, die in 1961 aan het licht kwam. Op 27 oktober van dat jaar ontdekte een metselaar in een oude ongebruikte waterput bij een Baarnse villa een lijk. Het was door ongebluste kalk onherkenbaar gemaakt, maar uit de vondst van stukjes onverteerd overhemd met opvallend bloemmotief kon de politie de conclusie trekken dat de dode de 15-jarige huisschilderzoon Theo Mastbroek was, die sinds 22 juni 1960 werd ver¬mist.Uit het onderzoek bleek dat de miljo-nairs¬zoons Boudewijn en Ewoud H., die in de villa woonden, Theo Mastwijk met behulp van de timmermanszoon Henny W. hadden gedood. Het viertal had een aantal kleine diefstallen op zijn geweten. Theo was door de Baarnse politie verhoord. Om aan de dreiging van plaatsing in een opvoedingsgesticht te ontkomen dook hij bij zijn vrienden van stand onder.
Zijn 'gevangenschap' in een torenkamer van het kapitale huis werd voor de broers op den duur een onverdraaglijke bedreiging.

Wat intrigeerde je in deze moordzaak dat je er een roman over
schr¬eef?
"Wat ik er mooi aan vond was dat degene die ik als hoofdpersoon heb gebruikt, de jongen die later is vermoord, dacht dat hij slim was - hij deed ontzettend z'n best om in het gevlij te komen bij een groepje andere jongens - maar dat gedrag werd z'n ondergang. Dat is ook het geval bij de held uit mijn roman 'Gewassen vlees' (Querido, 1994, Rosenboom won met dit lijvige boek de Libris-prijs 1995), doordat hij zo ontzettend zijn best doet gaat alles mis. Dat is nu eenmaal mijn klassiek gegeven, geloof ik en dat kon bijna niet mislukken. Ik kende de Baarnse moordzaak helemaal niet, maar een vriend van mij was bezig daar een toneelstuk over te schrijven en had wat kranteknipsels en rechtbankverslagen. Hij zei: Thomas, misschien kun jij hier ook nog wat mee beginnen. Ik was toen direct enthousiast."

De hoofdpersonen Timon uit de 'De mensen thuis' en Theo uit 'Vriend van
verdienste' zijn van hetzelfde type: ze weten dat ze anders zijn dan anderen. Ze zijn vooral zelfingenomen en hun gedrag - al weten ze dat zelf niet - dient ter compensatie van een groot minderwaardigheidsge¬voel. In die verhalen en roman, maar ook in 'Gewassen vlees' wordt steeds dezelfde grondgedachte tot uitdrukking gebracht, namelijk dat zelfonderschatting desastreus is.
"Ja, door die zelfonderschatting gaat iemand teveel z'n best doen, vergeet wie zijn vrienden zijn, probeert aansluiting te vinden bij de macht en daar gaat het natuurlijk verkeerd mee."

Het is in al je werk een belangrijk onderwerp.
"Ja, maar ik moet wel zeggen dat het bij 'Gewassen vlees' pas later duidelijk is geworden: toen het af was. Want als je er aan werkt ben je gewoon je schema aan het realiseren en pas als het klaar is en er worden vragen aan je gesteld, dan moet je je rekenschap geven van je thema en zo.
Toen viel mij een grote parallel op met 'Vriend van verdienste': dat iemand zichzelf door z'n grote ijver eigenlijk laat gijzelen. Maar een personage moet iets verkeerd inschatten, anders gebeurt er niets. Met een verstandig mens die zich verstandig gedraagt kan je niet veel."
Rosenboom bekeek me glunderend.

Hij speelt in zijn 722 bladzijden tellende roman 'Gewassen vlees', waar hij ruim acht jaar aan werkte, een meesterlijk spel met de literatuur, de tijdgeest en de psychologie. Het is een boek zoals er in Nederland geen tweede bestaat. Criticus Rob Schouten in Trouw (1994):
'Het lezen van 'Gewassen vlees' is een avontuur met wisselende uitzich¬ten.
Er zijn bepaald moeizame en ontmoedigende momenten, maar de aanhouder wint tenslotte ruimschoots. Net als in zijn vorige roman koos Rosen¬boom de stof uit het verleden en de betere kringen.

'Gewas¬sen vlees' speelt zich af in de achttien¬de eeuw, prui¬kentijd, liberti¬nage, galanterie en rococo. Het boek heeft een stijl die aan het achttiende-eeuwse doet denken, met woorden als gediver¬teerd, geatta¬cheerd, vapeurs en sommiteiten en die uitputtend achttiende-eeuwse ingrediënten opsomt als kokstrijntjes, palfenier, bonnet en comptoir.'
Het verhaal gaat als volgt:
Hoofdpersoon Willem Augustijn van Donck, zoon uit het Workumse regentenpa-triciaat, gaat naar Hulst om daar zijn baljuwschap uit te oefe¬nen. Een korte verliefdheid op Catherine Saffraan is afgebroken, de relatie niet geconsumeerd. Willem Augustijn heeft uit de nalatenschap van een bevriend geleerde het procédé geërfd om suiker wit te maken en probeert een suikerfabriek van de grond te krijgen. Omdat zijn vader niet meewerkt moet hij naar de familievijand Bergsma. Deze heeft de verantwoording over de herstelwerkzaamheden van het belegerde Bergen op Zoom. Op weg naar Hulst komt Willem Augustijn langs. Daar heldert hij het raadsel rond zijn geboorte op. Maar zelf is hij dan allang het slachtoffer van toenemende wanen en obsessies, waarin hij steeds dieper wegzakt tot een pistoolschot een einde aan zijn lijden maakt.
Het is deze gang van beschaafde staat tot verval, die ook het motief was in 'Vriend van verdienste', die het verloop van de roman bepaalt en ook het ongewone karakter ervan. De jonge Van Donck is bezig goed in de war te raken. De verbroken verkering met Catherina brengt bij hem pathologische kanten aan het licht, die de lezer langzaam worden toegediend. Men slaat het aftakelingsproces gade.
Het wordt in de loop van de roman duidelijk dat Willem Augustijn geheel geobsedeerd raakt door het aarsgat en het onderlijf, enerzijds door zichzelf te bedienen met lavementen en klisteerspuiten, ander¬zijds door gefascineerd te raken door andermans poepgat. Van voyeur ontwikkelt hij zich langzaam tot verkrachter.
Een van de anale hoogtepunten van 'Gewassen vlees' is als Willem Augus¬tijn een vrijend paar bespiedt en zonder dat de vrouw het merkt haar anaal bevingert. Het is een schaamteloze en hypocriete passage ineen. De hekel die Willem Augustijn ten opzichte van de Doperse gedachten ontwikkelt hangt ook samen met zijn persoonlijkheidsstoornis.
Hij ergert zich er aan dat men door nederigheid de zaligheid tracht te verwerven. Hij zelf zakt steeds verder weg in zijn onmachtige patholo¬gie en raakt steeds meer op een dubieus pad. Dat uit zich vooral in toenemend sado-masochistische neigingen. Een jongetje dat hem aanvan¬kelijk biologeert wordt wreed mentaal gestraft. De vriendin van zijn vriend Abe wordt eerst gemasturbeerd, daarna smadelijk belasterd. Het liefje van zijn bediende Perk wordt nadat hij zich aan haar verlustigd heeft, het huis uitgezet. Op genieting volgt straf. Zelf kruipt Willem Augustijn in een bordeelscène voor een wulpse weduwe in het stof. Tenslotte ontaarden zijn neigingen in een gruwelijke verkrachting en moord op een vermeende dubbelganger.

Je boek is doortrokken van een katholiek zondebesef.
"Het is een katholiek boek in een protestantse wereld. Maar lijden protestanten ook niet verschrikkelijk onder hun zonden?
Ik ken geen enkele katholiek, maar wel protestanten die gebukt gaan onder hun geloof. Bij katholieken is er altijd een oplossing, want je kunt biechten of er met aflaten wat aan doen. En dan is er Maria die als voorspraak kan optreden voor jou. Protestanten hebben geen Maria¬figuur, krijgen geen genade; er valt niets meer te regelen na een fout. Als ik protestant was, zou ik nog een sterker schuldbesef hebben, geloof ik."

Behalve het magistraal beschrijven van de seksuele en morele ontaar¬ding van Willem Augustijn, biedt 'Gewassen vlees' de lezer nog veel meer:
Rosenbooms originele spel met de taal, zinnen als: 'Voortjagend op de stormwind van zijn uitputting, immuun door een zilverige luciditeit had Willem Augustijn het gevoel of ieder woord al eindeloos ver achter hem lag zodra het werd uitgesproken,' en: 'Als een vlinder brak de boerin nu uit de cocon van haar verbijstering, zij slaakte een kreet en kwam zo ver in een spiraalbeweging omhoog dat Willem Augustijn haar vertrokken gezicht zien kon,' zijn geen uitzon¬dering.
Zijn beschrijving van zowel scabreuze als lieflijke scènes, zijn briefpassages, en tenslotte zijn historische intermezzi (de drie delen van de roman bevatten ieder een hoofdstuk 'Repertorium', waarin de grote geschiedenis van de achttiende eeuw wordt opgediend) zijn uniek.

-Je trekt heel wat laadjes open, hebt vooral meer willen schrijven
dan een historische roman.
"Ik ben geen historicus en heb geen bijzondere belangstelling voor geschiedenis. Ik ben als leek begonnen, wilde gewoon een roman schrij¬ven, de geschiedenis heeft meer de rol van coulisse in mijn boek."

Wel een gigantisch coulisse, ik vind het erg knap van je.
"Het is meer bewerkelijk dan knap. Iedereen kan studeren op die documenten. Schrijven is veel moeilijker. In een eerdere versie had ik die delen geschiedenis in het lopende verhaal gesmokkeld, maar dat beviel me niet. Op een gegeven moment viel me op dat er een parallel is tussen de levensloop van de hoofdpersoon, Willem Augustijn en van Willem IV, dat vond ik wel aardig en heb toen als het ware geprobeerd van de nood een deugd te maken door die historische hoofdstukken te verzelfstandigen. En die vormen met z'n drieën ook een soort novelle, zou je kunnen zeggen.
Wat een voordeel van die verzelfstandiging is zal ik je zeggen: Het hele boek is geschreven vanuit Willem Augustijn, dat is een consequent perspectief, tamelijk beperkt en benauwend op den duur. Ik had behoef¬te aan afwisseling en dan onderbreken die historische hoofdstukken de vertelling. Dat geldt ook voor de flash backs, de brieven en het afwisselend beschrijven van massale scènes en uiterst intieme. Daar heb ik naar moeten zoeken."

Wat een wonderlijke gedachte dat al die stof uit dat smalle koppie van hem kwam. Ik zei hem dat ik de grootste bewondering voor z'n boek had, omdat het zo origineel en ingenieus in elkaar gezet was.
"Ach ja", ietwat verlegen pakte hij met rappe vingers zijn pakje drumshag en rolde een dun sigaretje: "Het moest nu eenmaal gebeuren."

In interviews vertel je dat je geniet van het schrijven van barokke passages, bedoeld als parodie. 'Het krankzinnig schrijfplezier van Rosenboom.'
"Ik ben erg blij als mensen denken dat ik er plezier in heb, want het moet natuur¬lijk gemakke¬lijk overko¬men. Als je denkt van: Tjonge, tjonge, hier heeft de schrijver hard op zitten werken, dan is er iets ver¬keerd.
Ik schrijf helemaal niet met plezier, ik schrijf met grote angst en heb hoofdpijn 's avonds. Als het gelukt is, is de voldoening groot."

Wat beoog je met je archaïsche stijlgebruik?

"Ik houd ervan als ik door een boek in een andere wereld wordt ver¬plaatst, ook als ik zelf lees, en ik hoop dat die archaïsche taal helpt om de lezer in een andere tijd over te brengen."

Je hecht veel waarde aan intrige en plot.
"Ik houd van een spannend boek.'

Hoe wil je het liefst dat lezers je boek zien?
"Als een psychologische avonturenroman en die is spannend als het goed is. Dat brengt met zich mee dat je de vertelling moet onderbreken, voor uitstel moet zorgen; je kunt geen climax scheppen als je maar doorjaagt. Dat wordt monotoon; het is een soort striptease, een boek: je moet in het begin een beetje over de brug komen, waardoor het publiek geboeid kijkt, en dan moet je gaan uitstellen, net als een striptease danseres, die kan ook niet direct dat doen wat het publiek eigenlijk wil, want dan ben je veel te snel klaar. Dat is de kunst van het uitstellen en het rekken. Ik heb wel eens gehoord dat mensen zich geërgerd aan zo'n historisch hoofdstuk zetten, want die wilden doorle¬zen over Willem Augustijn, maar als je voor die historische hoofdstuk¬ken de tijd neemt, dan worden die ook weer spannend en vormen ook een soort kort verhaal."

Wat heb je zelf met je boek willen laten zien?
"Ik ben alleen maar jaren bezig geweest om een mooi spannend boek te maken."

Ruim acht jaar toch?
"Dat is moeilijk te zeggen. Je hebt mensen die zeggen: ik heb drie jaar aan mijn boek gewerkt, maar dat zijn dan bijvoorbeeld leraren die alleen 's avonds en in vakanties aan hun boek werkten. Ik ben beroeps¬schrijver, en ik wil de tijd aangeven, waarin ik er full-time aan heb gewerkt. Ik ben er tien jaar mee bezig geweest, maar van die tien jaar heb ik twee jaar een klein baantje gehad en ik heb nog ruim een half jaar in Amerika een aanstelling gehad, waarin ik niet heb gewerkt.
Dus zeg maar ruim acht jaar ben ik er mee bezig geweest. Op mijn vraag of hij die afleiding fijn vond antwoordde Rosenboom:
"Ik gaf in Amerika les in kreatief schrijven, het was voor het eerst dat ik een baan had en ik geloof dat het voor het karakter van een schrijver wel goed is om eens niet alleen met jezelf bezig te zijn, met je eigen succes na te jagen, maar je met leerlingen te onderhou¬den, het is minder egocentrisch. Ook was ik redactie- secretaris bij De Revisor. Je doet dan tenminste in de maatschappij mee, want je weet niet meer hoe het leven voor anderen is. Met zo'n baantje kan je je gemakkelijker voorstellen waar andere mensen het over hebben als ze over hun werk praten."
Het wanhopige verlangen van de hoofdpersoon om bemind te worden door zijn vader wordt benadrukt in de brieven die Willem Augustijn aan zijn vader schrijft:
'Vader! nu niets meer vragen, geen pogen meer uw gunst, goedkeuring en liefde te winnen; alleen de onvoorwaardelijke vaderliefde verlang ik nog, voor liefde in ruil voor verdiensten ben ik te trots, ja: te trots, al kent u mij slechts in mijn schaamte.' En:
'Zie daar, een roofvogel, zeeg en tam door zijn honger; voor het voedsel van de valkenier ruilt hij zijn natuurlijke trots. Zo'n vogel was ik, hunkerend naar uw aas, maar altijd was het krachteloos, leeg, gewassen vlees: de honger bleef!'

Willem Augustijns verlangen blijft onvervuld, 'het aas is leeg, gewassen vlees.' Is dat niet de kern van je roman?
"Ja, dat is het principe van de intrige, de motor van het boek. Die hoofdpersoon merkt dat hij geen liefde van zijn vader krijgt en maar van alles probeert om die toch af te persen. Op een gegeven moment is Willem Augustijn al in Bergen op Zoom en dan schrijft hij die dappere brief:
Ja, het is niet mijn schuld dat er geen liefde is. U bent niet in staat om een vaderlijke liefde op te brengen, en ik ga er niet meer om vragen, want als je om liefde vraagt, heeft die liefde geen waarde. Dan laat Willem Augustijn zich van een dappere kant zien en neemt een risico en dat werkt bij die vader kennelijk zo uit, dat die denkt: Goh, die jongen is toch niet zo'n malle kwiebus als ik altijd vond. En beaamt dan dat hij zelf tekort is geschoten, als mens.
Hij is maar bezig om voor de armen van alles te doen, maar zijn eigen zoon laat hij emotioneel kreperen. Aan het einde van de roman is Willem Augustijn reddeloos verloren want het is onafwendbaar dat hij de doodstraf krijgt. Dan komt zijn vader en die schiet 'm neer, een genadeschot. Door te schieten bespaart de vader Willem Augustijn de schande van geëxecuteerd te worden, maar dat gaat dan wel ten koste van hemzelf, want je mag niet zomaar iemand doodschieten, toen ook niet. Dan moet de vader de boeien om en zelf terecht staan. Dus uiteindelijk offert de vader door een liefdeschot op zijn zoon zijn eigen leven op."
Rosenboom schrijft dan op de voorlaatste bladzijde van zijn boek de ontroerende regels: 'zijn vader had hem niet neergeschoten omdat hij de schande van zijn zoon niet meer verdragen kon, maar juist om die van hem over te nemen; zijn vader zou voor hem terechtstaan...alles verduren voor hem...het was een liefdeschot geweest...een nachtkus...suja jongen slaap...suja slaap...'

Rosenboom vindt het gemakkelijk om schema's te hebben, als hij bezig is een boek te schrijven. Op de egaal grijze vloer lag een immens vel wit papier met in ordelijke rijen, gele en grijze briefjes erop geplakt:
"Deze rechter rij bevat hoofdstukken en die linker notities. In het midden is 't nog leeg. Ik ben nog aan het zoeken. Maar het wordt wel weer een dik boek. (Hij duidde met duim en wijsvinger de dikte aan). De roman zal aan het eind van de negentiende eeuw spelen, verder is 't nog een geheim."

Ellen de Jong