Roggeveen, Gepko



WAT JE IN HET BEELD NIET KWIJT KUNT, VIND JE IN HET WOORD.

van harte welkom

ik kan de zon niet doven

het licht valt in je ogen
en wil dan alle kanten uitspatten

in een hemel van glas
vang ik het behoedzaam op
en smelt

wat ik was
kan ik vergeten

ik zal je welkom heten


Op het met fleurige planten bezette balkon, met uitzicht op het Haarlemmerhout, sprak ik met veelzijdig kunstenaar - beeldend,
schrijvend, musicerend - Gepko Roggeveen.

"Mijn grootouders kwamen uit Groningen, vandaar de naam ; het
landschap is er prachtig.
Mijn vrouw en ik gaan weer terug naar Amsterdam, waar we vroeger woonden. Na tien uur gaan de lichten in deze stad bij wijze van spreken uit. Niets te beleven."

Zijn artistiek ingericht apartement straalde rust uit, evenals Gepko zelf. Voor we op het balkon belandden, liet hij me zijn werkkamer zien. Platen, boeken, etsen van zijn hand - fel, kleurig, verstild - en zijn keyboard. Hij drukte op voor mij raadselachtige knoppen en daar kwam aanzwellend geluid de kamer in. Hij bewerkte wat toetsen : "hoor, dit is huilend hout, mijn gecomponeerde symfonie. Geluid en woorden, daar gaat het om. Haarlemmerhout gaat dood, kijk maar uit het raam."
Toen ik weer buiten tegenover hem zat, bekeek ik hem tersluiks en met bewondering. Blond en krachtig, met lichte ogen en vooral rustig. Een verstild landschap, zoals hij 't zelf maakt en dat boven zijn bank hangt. Hij wordt al jaren geboeid door het hollands landschap en heeft daar op vele manieren vorm aan gegeven.

"Waar een dichter met woorden een beeld wil oproepen, daar doet een schilder dat met vorm en kleur."

Na zijn kunststudie aan de Rijksacademie kreeg Gepko Roggeveen een aantal monumentale opdrachten. Over kunst zegt hij :

"kunst is uit het leven gegrepen en moet je weer aan dat leven teruggeven. Daarom hoort kunst op straat, in huis, in kantoren, scholen en bedrijven, temidden van het leven, onder de mensen, want kunst houdt van mensen."

In dienst van de NCRV kreeg hij indertijd landelijke bekendheid door zijn tv programma's over kunst en kreativiteit. Zijn bekendste serie werd : Wat je tekent ben je zelf. Daarnaast werkte hij incidenteel voor de AVRO© en onderwijs-televisie. En ook voor de IKON.
Hij schreef korte verhalen en illustreerde kinderboeken. Hij stond op en haalde twee boekjes over 'Bertus Bromvlieg' tevooorschijn. Met uiterst fijne en geestige tekeningen vol bloemetjes en beestjes die over de bladzijden krioelen.

"Kinderen vinden het eng om de bladzijden, bij de rand met kevertjes, om te slaan. Geestig hè ?

Ik ben nu hoofdredacteur van de regionale omroep Noord Holland - Zuid. Ik houd ervan verschillende dingen tegelijk te doen. Ben bezig nog twee gedichtenbundels samen te stellen en uit te geven (zijn eerste bundel 'Ik kan de zon niet doven' verscheen bij uitgeverij 'De Beuk' Amsterdam in 1989).

Ik wil een aparte bundel maken over 'woorden die genezen of verwonden'. Woorden zijn kostbaar, dragers van emoties. De tweede bundel zal over vader en zoon gaan. Tegenhanger van Eva Gerlach's gedichtenbundel 'Moeder en dochter', die ik het absolute einde vind. Ligt onder mijn kussen. Ik doe op het ogenblik psychologie, ben bijna klaar, maar moet mijn doctoraalscriptie nog schrijven.

Ik ben erg geïnteresseerd in woorden, de melodie van het woord. Kinderen moeten woorden leren, ze moeten mondig gemaakt worden. Jammer dat er in het basisonderwijs niets meer uit het hoofd geleerd wordt. Dan wordt het ook geen bezit, helaas. Gedichten worden van jezelf als je ze leert. Georg Steiner (cultuurfilosoof) zei onlangs voor de tv : Als men kinderen niet meer de goede woorden bijbrengt, verliezen ze heden, verleden en toekomst. Daar ben ik het roerend mee eens."

Hoe ontstaan je gedichten?
"Van een regendruppel kan je een gedicht maken. Toen ik klein was ging ik naar het gras luisteren als er stevig op gevoetbald was om te horen of het pijn had en dan schreef ik er over. 'Huilend hout 'is zo ontstaan. De mooiste woorden komen vaak uit het volk (de arbeider moet je ook mondig maken).
Ik heb altijd een blocnote bij me en schrijf op wat ik hoor ; (ik draag handen vol water aan bijvoorbeeld).
Als ik onderweg ben met de auto, zet ik 'm soms ineens aan de kant en schets op de achterkant van een bankafschrift of zo wat ik zie. 't Beeld schiet dan wel eens tekort. En dan verwoord ik het. Mijn zoon Mark en ik hebben de bundel 'Ik kan de zon niet doven' gemaakt. Hij de omslag en typografie. Heel fijn om te zien dat wat je in je kind stopt er uit komt.
Toen ik in de Valeriusstraat woonde zei ik wel eens tegen Remco Campert : "Gerard Reve heeft wat woorden laten vallen, die heb ik opgeraapt."

Je beeldende kunst en schrijfkunst beïnvloeden elkaar ?
"Ja er is een gigantische wisselwerking."

Wat ben je een begenadigd mens dat je in beeld kwijt kunt wat in woorden niet te vangen is en andersom.
Hij lacht verlegen en kijkt opzij, weg van mij over het grasveld met hier en daar hoge bomen in de zon.
"Een kort verhaal schrijven vind ik moeilijk. Ik ga 'mensen, mensen, mensen' binnenkort bij de Arbeiderspers aanbieden. In elk verhaal moet het bij mij om de mens gaan, staat centraal bij mij. Wat betreft het schilderen, mijn vrouw voelt mijn ongedurigheid af en toe en zegt dan : "Ga je verf maar pakken". Klopt. Dan ga ik naar buiten (hier heb ik geen atelier) en schilder in één weekend achter elkaar een aantal werken. Naar mijn schilderijen hoef ik verder niet om te kijken. Zitten in een kunstcollectie en worden verkocht. Weet je wat ook vooral mijn interesse heeft ? De kindertekening. Ik heb er veel, ga er het land mee door. Geef twee maal per maand lezingen over de psychologie van de kindertekening. Dat heb ik ook jaren elke maand voor de tv gedaan. Wat je tekent ben je zelf", zei hij met overtuiging en keek me strak aan, als duldde hij geen tegenspraak.

Terwijl hij me in zijn snelle auto naar het station bracht : "Weet je wat ik nog wil ? Een grachtenpand met atelier en restaurant waar gedichten gelezen worden en mijn schilderijen kunnen hangen."

Wil je het zelf runnen ?
"Natuurlijk, ik heb niet voor niets jaren kookles van Henk van der Molen gehad !"

O ja ? "Jazeker." Ik kom bij je eten.



Ellen de Jong - de Wilde