Point, Frans / Muziek in taal


SCHRIJVEN IS MUZIEK MAKEN IN DE TAAL.

"Veel interviews toestaan is fnuikend. Je wordt dan een krui¬sing tussen Dik Trom en Jos Brink. Maar met u wil ik dan nog wel praten," gaf auteur Frans Pointl te kennen. In zijn woning in Amsterdam:
"Ik zit hier tussen twee bejaardenhuizen in, vol ellende, alsof ik middenin een groot stervensuur zit. Dat deprimeert me. Ik heb ook zo'n zelfmoord-balkon, waar mijn katten helaas niet op kunnen."

De kat Poelie de Verschrikkelijke, waar Pointl een verhaal aan wijdde in zijn verhalenbundel 'De aanraking' (1990, Nijgh & Van Ditmar / Amsterdam) sprong over de tafel tussen de koffie¬kopjes en gebak-schotels heen en weer. Hij schrijft over deze gedenkwaardige kat:

'Er lag een grote uitgemergelde kat op de stoep, zo'n donkergestreepte cyperse. Ik pakte de kat op en liep met hem naar boven. Hij voelde aan als een grote, met puntige botten gevulde vacht.'

Zijn andere kat Vlek rommelde wat in een hoek van de kamer en vroeg af en toe dringend om aandacht. Katten zijn in Pointl's leven zeer belangrijk. Evenals zijn muziek, zijn boeken, zijn dagboeken waaruit tenslotte Pointl's verhalen zijn voortgeko¬men. De bundel 'De kip die over de soep vloog' (1989, Nijgh & Van Ditmar ) die verfilmd zal worden verscheen op zijn zesen¬vijftigste jaar. Een laat debuut. Geen wonder.
Pas toen zijn moeder overleden was kon hij alles opschrijven.
Het zijn zestien verhalen die samen één geschiedenis beschrij¬ven. De hoofdfiguur erin heeft het over de tijd van 1940 - 1988.

Frans Pointl was samen met zijn moeder de enige van een groot¬se
joodse familie die de Tweede Wereldoorlog overleefde. Zij zijn bij elkaar gebleven. Tot haar dood in 1958 heeft Frans Pointl verschillende Amsterdamse éénkamerwoningen met zijn moeder gedeeld.

Een benauwde periode; zijn moeder werd vanaf 1945 om de twee nachten gillend wakker en bladerde overdag onafgebroken in oude fotoalbums. Het leven voor de jonge Pointl scheen louter uit de dood te bestaan; in de maatschappij kon hij nauwelijks functioneren, mensen zag hij vrijwel niet. Zoals hij in 'De kip die over de soep vloog ' zo treffend verwoordde:

'Soms voelde ik me bol van dood en leeg van leven. Onbesuisd vrolijk zijn zoals mijn klasgenoten kon ik niet.'

Eerder verschenen een aantal verhalen van hem in de literaire tijdschriften 'De Tweede Ronde' en 'Tirade'. Ingehouden van toon zijn het aangrijpende schetsen uit het leven van een joodse moeder en haar zoon na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

Frans Pointl werd in 1933 in Amsterdam geboren. Zijn vroegste jeugd bracht hij door in Heemstede, tot moeder en zoon begin 1942 gedwongen werden hun domicilie in Amsterdam te kiezen.

Na de oorlog behaalde hij het ULO-diploma, ging werken en volgde nog enkele jaren 's avonds aanvullend onderwijs. Hij had tal van baantjes waarin hij administratieve arbeid ver¬richtte. Tot een carrière is het echter nooit gekomen. Op zijn achtenveertigste begon hij met het schrijven van verhalen.

-Uw moeder speelt een nogal voorname rol in uw boek. U schrijft:

'In haar zou het klagende gaande blijven, zoals zij gaande en klagend in mij zou blijven.'

-Aan uw vader wijdde u maar weinig woorden.

"Ik was het enige dat ze had. Moeder was een vrouw van vijfenveertig toen ze mij kreeg. Bijzonder neurotisch. Ze had een zwaar leven, wat niet verwonderlijk is als je zo laat nog een kind krijgt, waarschijnlijk niet eens van de man wiens naam ik draag.

In 1938 scheidt ze en dat als jodin die de oorlog ook nog eens door moet komen. Ze was na de oorlog heel erg bezitterig, ik mocht nergens heen.
Toen ik vijftien was, was zij zestig. Ze liet wel eens wat los over mijn vader, maar ik hoorde nooit het geheel want daar was ze te preuts voor.

Van al die kleine stukjes die mijn moeder losliet over haar verleden en de beetjes die ik ook nog van mijn oom Simon (broer van mijn moeder en enige overlevende van de familie) kon lospeuteren heb ik in m'n verhalen iets gereconstrueerd. Duidelijk is dat een oorlog mensen een leven lang gevangen houdt."

Pointl zat bij zijn moeder in een 'kooi met tralies van glas' en 'zij was verward en verkild en is zijn neurotische cipier'. 'In haar ogen staat soms dagenlang een gekristalliseerde schrik'.

Typerende uitspraken.
Haar woeste spel op de piano (het enige bezit wat nog over was uit de oorlog), haar schreeuwdromen, haar voornemen om 'uit te stappen' maken dat de zoon zich geïsoleerd voelt en omringd door 'meer doden dan levenden'.
Pointl verwerkt zijn vroege en latere kinderjaren chronolo¬gisch: de jaartallen staan boven de scènes. Het telkens verspringen naar dagdromen over de verloren rijkdom van zijn grootouders of de meisjesjaren van zijn moeder, heeft een bepaalde beko¬ring.

In de verhalen van Pointl is de herinnering alles bepalend, maar op een indirecte manier. Over de oorlog zelf schrijft hij niet. Hij laat zien hoezeer hij en zijn moeder de massamoord niet hebben kunnen vergeten en hoe dit hun leven heeft ver¬stikt.

De directe thematiek van de verhalen is háár invloed op hem.
'De kip die over de soep vloog' zou je als geheel een autobio¬grafie in losse verhalen kunnen noemen.In een laconieke verteltoon die vaak humoristisch is. Pointl heeft een soort onderkoelde humor, die de verschrikkingen minder zwaar maakt. 'De kip die over de soep vloog' kreeg een nominatie voor de Ako-Literatuurprijs en werd unaniem enthousiast ontvangen in de literaire kritiek.
Volgens de jury vielen Pointl's verhalen op 'door hun sobere precisie, hun vaak laconieke verwoording van een wereld die te erg is voor woorden'.
'De aanraking' speelt zich voor een deel af tegen hetzelfde decor, maar bevat vooral verhalen waarin de hoofdpersoon, geslagen maar niet geknakt, pogingen onderneemt om zich uit zijn isolement te bevrijden.
En waarin hij zegt:

'Ze zal haar oorlog op de mijne blijven stapelen. In haar gezicht zal ik, dag in dag uit, die bevroren vuistslag blijven zien.'

Het zijn dertien verhalen die wat toon en sfeer betreft nauwe¬lijks afwijken van de verhalen uit 'De kip die over de soep vloog.'

Toch heeft Pointl zich niet tevreden gesteld met een klakkelo¬ze herhalingsoefening. Slechts een minderheid van de nieuwe verhalen gaat rechtstreeks over zijn excentrieke moeder, wier verstikkende invloed op het leven van haar zoon in 'De kip die over de soep vloog' zoveel indruk maakte. Voor de meeste verhalen in 'De aanraking' heeft Pointl uit andere bronnen geput, zoals zijn bizarre ervaringen als huurder en kamerbewo¬ner en zijn doorgaans weinig bevredigende relaties met vrou¬wen.

Waar zit de kracht van de verhalen van Pointl?
De niet alledaagse persoonlijkheid van de schrijver vooral in de relatie met de moeder, geeft de verhalen een specifieke kleur. En de manier waarop hij de verschillende elementen waaruit het verhaal is opgebouwd elkaar laat beïnvloeden en in elkaar laat schuiven is bijzonder.

Pointl heeft ook gedichten geschreven: 'Ik droomde dat ik Jan Arends was' (De Carbolineum Pers 1991) en 'Uit een dagboek gescheurd', dat tien gedichten bevat (Bas Ten Have Boekhandel, Amsterdam 1991).

-Waar stoort u zich zoal aan in deze maatschappij?

Pointl zette zijn pientere blik op oneindig, bewoog nerveus met zijn handen over de tafel:

"Dat is moeilijk, maar ik zal antwoorden. Ik stoor me aan de oneerlijke verdeling van de materiële zaken. En aan het feit dat de doorsnee burger vogelvrij is, wat criminaliteit betreft.
De gigantische bedragen die men aan wapens uitgeeft. De gewone man die een gironummer voorgeschoteld krijgt voor de honge¬rende mensen.
Ik kan wel een hele keukenrol vol schrijven met alles waar ik me aan stoor. De onverschilligheid waarmee mensen elkaar gebrui¬ken.
Maar ja, de maatschappij zit nu eenmaal zo in elkaar. We kunnen helaas niet naar een andere planeet."

Eén van de katten miauwde zeer hoorbaar. Pointl aaide 'm en zei:
"Ja, zo kom je ook op de bandrecorder."

-U zegt in een interview dat in boeken niet veel geklaagd of gehuild mag worden omdat ze dan over hun doel heen schieten.
Wat is dat doel dan voor u?

"Je moet zo schrijven dat de emotie van de lezer komt, niet van de schrijver. Deze moet zo sec mogelijk schrijven. De lezer moet de fantasie opbrengen, er moeten beelden opkomen. Lezen is eigenlijk de TV in je hoofd hebben. De woorden roepen beelden op en ieder ziet zijn eigen film. Bij de gedichten van Achter¬berg bijvoorbeeld zie ik vaak mooie beelden. Bij Bloem ook, maar die legt heel veel uit. Ik lees overigens weinig poëzie. Waar ik niet tegen kan is hermetische poëzie, die is zo
cryptogrammatisch, daar kom ik niet uit."

-Hecht u veel waarde aan de melodie van de taal? Aan het ritme
van de zinnen?

"Ja, als ik één zin niet mooi vind tik ik de hele bladzijde over.
Ik heb een ouderwetse schrijfmachine en bij het overtikken neem je toch weer meer zinnen mee, omdat ze niet mooi genoeg klinken. Dat is een voordeel. Met een tekstverwerker heb je dat niet. Schrijven is muziek maken in de taal.

De taal van auteur Thomése is een prachtig soort poëzie. Hij heeft verdiend de AKO literatuurprijs gekregen. Schitterende tegenstellingen in zijn boek 'Zuidland'. Het beste dat ik in tijden gelezen heb."

-Welke culturele zaken hebben uw belangstelling?

"O, dat zijn zware woorden. Concertbezoek af en toe. Mijn CD's met klassieke muziek."

(Muziek speelt een belangrijke rol in Pointl's verhalen. Zijn klassieke platen geven hem rust en de mogelijkheid de dage¬lijkse realiteit te ontvluchten).

"Op de vlooienmarkt vond ik uit de vijftiger jaren een plaat met Argentijnse volksmuziek. Voor ¦ 2,50. Dat vind ik schitte¬rend.
Ik ben geen museumfreak. Is zo vermoeiend. Verleden jaar ben ik één maal naar het Rijksmuseum geweest. Heb ik een uur rondgelopen.
Ik zou wel eens naar een tentoonstelling van oude auto's, 'Old Timers' willen."

-Het 'droomboek' met diverse automodellen, waar u over schr¬eef,
was voor u een vlucht uit het trieste leven. Wordt die 'autodroom' ooit waar?

"Er komt één keer een auto, echt wel, maar met chauffeur. Hij voorin en ik achterin in de kist !
Ach wat die autohobby in mijn jeugd betreft, dat is toch een gewone jongensdroom. Behalve dat verzamelen van automodellen met foto's was ik niet ondernemend. Waar het in mijn opvoeding aan ontbroken heeft is dit:

Mijn moeder heeft mij onvoldoende toegerust om mij in de maatschappij staande te kunnen houden. Om voor mezelf op te komen. Met ellebogen te werken in een maatschappij die hard is. Ik had de grootste moeite mezelf te handhaven omdat ik niet voor mezelf kon opkomen. Bij al mijn administratieve baantjes, die niet op een carrière uitliepen, heb ik dat ondervonden."
Zijn stem werd zachter, zijn gezicht sprak boekdelen.

-'De kip die over de soep vloog' is een succes. Er zijn inmiddels ongeveer 80.000 exemplaren verkocht. Hoe gaat het met 'De aanraking'?
"De aanraking staat niet stil; is diverse keren herdrukt, maar het is geen hardloper. De eerste zes verhalen zijn als een vervolg op 'De kip die over de soep vloog' te zien.

Ik liep op de rommelmarkt en bladerde in een boek over ontaarde kunst en daar stond een reproductie van het schilderij 'Fùnf Figuren im Raum, Römisches' van Oskar Schlemmer in.
Dat kon ik goed gebruiken als beeld voor mijn omslag, als trefpunt voor de aanraking. Die hand op die schouder dat is het. Een toevalstreffer dat ik dat tegenkwam. Een dag later was het boek weggeweest."

-Heeft u nog meer autobiografische documentatie?

"Ik heb dagboeken weggegooid maar een aantal gedichten eruit zijn onlangs uitgekomen bij Nijgh & Van Ditmar onder de titel 'Het Albanese wonderkind'.Het zijn dagboekverzen uit de periode 1959-1991."

Op de achterkant van de bundel een gedicht 'Voor mijn moeder Rebecca':

mezelf op de mond gezoend
op het scheerspiegeltje
een vinger gelegd
op je vragende gezicht
onder je grote zonnehoed
daarna die vinger gekust.


-Waarom gooide u al die dagboeken weg?

"Gaat niemand wat aan. Ze vinden al genoeg als ik de pijp uitga.
Het zijn eigenlijk geen gedichten, maar ontboezemingen, foto's van een moment. Poëzie is zo'n zwaar woord. 't Is maar een kleine oplage hoor."

Zijn pennenvruchten bevinden zich in dozen en plastic zakken.

"Ik ben chaotisch. Mijn uitgever verbaast zich erover hoe ik ooit tot een zinnig verhaal kon komen, vanuit die rotzooi. Ik begrijp dat zelf ook niet."

Terwijl we praatten kwam ineens van ver weg pianomuziek door.

"Moeder gaf bijles in piano, na de oorlog. Er was eens een
meisje, dat snel huilde; ik pestte haar geloof ik een beetje.
Ze heette Gerda en hield met pianospelen op als het heel moeilijk werd en dan riep mijn moeder hard: Kom op doorgaan, doorgaan, al struikel je, de berg over !"

Pointl jubelde. Toch nog een goede herinnering aan zijn moeder.

-Wat nu nog te schrijven?

"Eerst moet ik tot rust komen. Ik heb nog wat verhalen liggen. Maar ik wil eigenlijk de kant op van de novelle. Dus iets anders, iets nieuws."

-Komt er geen boek meer over uw jeugd?

"Nee, dat is afgerond. Ik heb wel meer stommiteiten begaan dan in mijn boeken staan maar daar schrijf ik niet meer over."

"Op 't ogenblik heb ik het gevoel dat ik stil sta. Dat ik dingen die ik belangrijk vind niet doe en andersom. Maar ik maak continu aantekeningen en in mijn hoofd maalt het voortdurend.
Ik heb zoveel zinnen in mijn hoofd en vang ook veel op. Maar
samengebald schrijven, zonder clichés is niet eenvoudig.
Waar ik verbaasd over sta is: Toen ik een verhaal voor Playboy schreef merkte ik dat een heleboel dingen die mensen gezegd hebben ineens tevoorschijn kwamen, juist toen ik het nodig had. Maar voor een verhaal van 10 bladzijden tik ik 91 pagina's vol. Zo moeilijk is het. Daar staan mensen niet bij stil.

Ik kreeg wel richtlijnen van Playboy, je kan moeilijk een verhaal schrijven met een Evangelische Omroep strekking. Maar ik heb geen één scabreus woord gebruikt. Alles staat achter de regels.
Het was heel uitputtend. Mijn hemel, ik had het gevoel dat ik drie liter bloed had afgestaan. Ik ging met de hoofdpersonen naar bed en ik stond er mee op. Geen slecht uitgangspunt voor een verhaal voor Playboy."

Hij lachte guitig en keek me voldaan aan.

-Wat was uw motivatie om de verhalen te publiceren?

"Geen. Maar de dichter Rogi Wieg, die hier in de buurt woonde en auteur Adriaan Morriën zeiden: Je moet je werk bundelen.
Adriaan Morriën heeft zelfs de flaptekst van 'De kip die over de soep vloog' geschreven."

Morriën zegt dat de verhalen stuk voor stuk tragedies zijn, die door de laconieke, soms ook humoristische stijl klein en banaal lijken maar inhoudelijk van een verbijsterende omvang zijn.

-Wat geeft uw leven inhoud?

"Muziek en katten. Maar vaak denk ik als ik 's nachts niet kan slapen: ik vind eigenlijk dat ik uitgewandeld ben. Maar natuurlijk niet op een manier dat ik een half jaar op de 'intensive care' lig.
Als je niet schrijft heeft het leven geen inhoud. Op dit moment sta ik een beetje stil. Als je aan iets bezig bent dan heeft het leven ontzaglijk veel inhoud.
Ik heb altijd een naar gevoel als ik de laatste versie van een verhaal heb geschreven. Het wordt weggestuurd en dan is het net alsof je een kind de wereld instuurt dat niet meer terugkomt. Een eigen leven gaat leiden.
Desondanks is het schrijven levensvervullend."

Ellen de Jong