Peper, Rascha

Je kunt de gekste dingen normaal maken


Rascha Peper (Ps. Driebergen '49) studeerde Nederlands aan de Universiteit in Amsterdam en gaf enige jaren les op middelbare scholen. Ze verhuisde in 1983 naar Wenen waar ze een paar jaar woonde en begon daar te schrijven. Weer terug in Nederland publiceerde ze verhalen in literaire tijdschriften. In 1990 debuteerde ze met de verhalenbundel 'De waterdame'. In 1992 werd Rascha Peper genomineerd voor de AKO-literatuurprijs 1992 voor haar eerste roman 'Oesters'. In 1992 verschenen novellen onder de titel 'Oefeningen in manhaftigheid'. De roman 'Rico's vleugels' die in 1993 verscheen werd genomi¬neerd voor de AKO-literatuur¬prijs 1994 en 'Russisch blauw' (1995) voor de Libris Literatuur prijs 1996. In 1997 versche¬nen 'Alle verha¬len' en in 1998 'Een Spaans hondje'. Haar boeken verschenen bij uitge¬ve¬rij Veen.

Pepers huis ligt aan de Amstel in Amsterdam, we gingen op het terras zitten, het was een van die zeldzame tropische dagen in Nederland, broeierig, zonder een spoortje wind. Zwart sluik haar halflang op de schouders, ogen verborgen achter een elegante zonnebril. Ze articuleert opvallend goed, wellicht de vrucht van haar studie Nederlands.

Heeft de studie Nederlands invloed gehad op je schrijven?

'Daar ontkom je niet aan, want je zit vol met theorieën over romananalyses, en wat taalkundig gezien wel en niet mag. Bovendien word je natuurlijk beïnvloed door andere schrij¬vers want je hebt veel gelezen en dat wat je mooi vond sla je op en gebruik je. In de zin van: ik wil het doen zoals Elsschot of ik heb wat aan de sfeer van Slauerhoff. Maar veel kennis waar je mee belast bent is eigen¬lijk lastig want je hebt niets aan voor¬beelden als je achter je bureau zit want dan kun je toch alleen maar je eigen stijl en manier van schrijven vol¬gen. Je moet een hoop ballast afschud¬den, wil het je onbevan¬genheid niet belem¬meren. Als Neerlandi¬cus ben je onder de indruk van de uit¬spraak van Hermans dat er in een boek geen mus van het dak mag vallen zonder dat dat een gevolg heeft tenzij de schrijver wil aanto¬nen dat er in dit leven mussen zonder gevolg van het dak kunnen vallen. Door zo'n grootheid als Hermans word je geïmponeerd en het duurt een tijdje voor¬dat je als schrijver rustig je mussen van de daken laat vallen omdat jij dat nu eenmaal wilt.'

Je hebt vier jaar in Wenen gewoond, ging daar schrijven en debuteerde pas na je veertigste.

'In Wenen had ik echt de tijd om me op het schrijven te con¬centreren; daarvoor had ik wel eens wat geschreven maar vond dat nooit iets. Het is een prachtige ontdekking als je con¬stateert dat na veel schrappen een restje overblijft waar je mee door kunt gaan en dat je voelt dat het dan wel wat wordt. Ik ben daar eerst begonnen met 'Oesters', maar dat lukte niet goed en ik besloot dat te laten liggen. Daarna startte ik met verhalen en die werden tot mijn grote vreugde gepubliceerd. Daarna herschreef ik Oesters want ik zag toen beter wat er aan mankeerde.'
In 'De waterdame' spelen vrouwen en een paar mannen die in het leven flinke klappen hebben opgelopen omdat ze hun hart pro¬beerden te volgen en niet behoren bij de sceptici of bij de realisten die de wereld zo goed denken te kennen. Het gaat in deze bundel om de tegenstelling tussen de keurige mensen die in vakjes leven en zo precies weten hoe het hoort en de mensen die vele twijfels hebben, vaak eenzaam zijn en hun onbestemde verlangens volgen om iets wat op geluk lijkt te vinden. De hoofdpersoon uit 'De waterdame' is een autistische vrouw die, zoals bij het ziektebeeld hoort, mensenschuw, in zichzelf gekeerd en depressief is, met een hang naar water. Dat laatste wordt haar noodlottig want ze verdrinkt zich erin.
Andere figuren zijn een bommoeder die na jaren wraak wil nemen op de jongen van de lagere school, een aantal ontevreden vrouwen met een vadercomplex en een zonderlinge jongen die hopeloos verliefd is op zijn buurmeisje.
Peper kan goed typeren en haar personen laten je niet los, vooral ook omdat ze zo herkenbaar zijn.

Je onthult de geheimen van je personen niet, je laat de lezer liever in het ongewisse.

'Het is mijn bedoeling om dingen te suggereren, die je zelf kunt invullen. Een verhaal mag nooit overduidelijk zijn, het moet altijd een zekere geheimzinnigheid houden. Want als je alles vertelt wordt het oninteressant, dat probeer ik bewust niet te doen. Ik stuur de lezer in een richting, maar verklap niet alles en geef alleen maar aanzetten tot bepaalde gedach¬ten. Recensenten zeggen wel dat sommige verhalen zo duide¬lijk uitgelegd worden; die kritiek neem ik ernstig want dat wil ik juist niet. Ik ben een verteller en wil situa¬ties beeldend duiden zodat de lezer het voor zich ziet want ik ben zelf erg visueel inge¬steld. Maar meer ook niet.'

Je vertelt realistisch.

'Ik probeer mensen in hun dagelijks leven te beschrijven en daar heb ik veel details bij nodig en dat komt omdat ik zelf uitga van beelden. Ik zie die mensen, zie wat ze aan hebben, wat ze eten en met wat voor meubels ze zich omringen bijvoor¬beeld. Dat moet ik eerst voor mezelf klaar hebben voordat ik over hen kan schrijven en vermeld dus veel van die dingen en vul het beeld in van zo'n persoon. Dat is mijn werkwijze.'

In 'Oesters' wordt een studente verliefd op een veel oudere man. Later krijgt ze ook een relatie met een jongen van haar eigen leeftijd. Heen en weer geslingerd tussen de twee liefdes kiest ze uiteindelijk voor de jeugd en de toekomst. Later twijfelt ze aan haar beslissing en belandt ze in een problematische situatie. 'Sommig verdriet zet zich vast als een oester op een dakpan en zit daar stilletjes en laat zich niet wegspoe¬len,' schrijft Peper. Dit slaat op haar oude Zeeuwse minnaar die haar oesters leerde eten en nu uit haar leven is verdwe¬nen.

De tweestrijd van de jonge vrouw wordt niet expliciet be¬schre¬ven.

'Nee, omdat vanuit haar perspectief de gebeurtenissen gezien worden, zij wordt zelf niet omschre¬ven. Het gaat in dit geval om de terug¬blik, het oproepen van het niet verwerkte verle¬den en daarop concentreer ik me voornamelijk. Op de ge¬schie¬denis tussen haar en haar vroe¬gere minnaar.'

Alle vier de verhalen uit 'Oefeningen in manhaftigheid' zijn vanuit het perspectief van een man of jongen geschreven. Ook nu draait het weer om de liefde. In 'Een Siciliaanse Lekkernij' beschrijft Peper de liefde van een monnik voor zijn keizer en in Het slapeloos uur van de nacht is de hoofdpersoon een gebochelde sanatoriumdirecteur die 's nachts een jonge pati¬ënte¬ bedwelmt, zich aan haar vergrijpt en vervol¬gens om het leven brengt. Het zijn verhalen met sfeer, helder ver¬teld in een losse stijl, dat geldt ook voor het laatste ver¬haal uit de bundel, 'Opus Benotti', over een in de liefde te¬leurge¬stelde tekenaar.

Was met deze bundel de tijd nu pas rijp om vanuit de optiek van een man te schrijven?

'Ik begon aan 'Oefeningen in manhaftigheid' na 'Oesters' en had een sterke behoefte om ná de vrouwelijke invalshoek, waar ik een heleboel jaren mee bezig was geweest, van me af te zetten. Om het over de mannelijk boeg te gooien. Dat voelde als een bevrijding en dat beviel me goed. Of het moeilijk was om vanuit de man te schrijven? De titel is natuurlijk een knip¬oog naar mijn eigen oefeningen tot manhaftigheid, maar ik vond het niet zo moeilijk hoewel ik wel eens aarzelde of een man dat wel zus of zo zag of deed. Vooral als het over erotiek ging zat ik wel eens te dubben. Maar de grap van dit boek is dat het vier totaal verschillende mannen zijn die alle vier hun eigen schrijfstijl meebrengen die de verhalen maken tot wat ze zijn.'

In Pepers tweede roman 'Rico's vleugels' komen thema's uit haar vorige boeken samen. Haar hoofdpersonen kenmerken zich door een obsessieve liefde voor zowel voorwerpen als mensen. De passie voor materiële dingen uit zich in extreme verzamelwoe¬de, de liefde voor mensen wordt in hevige hartstochten uitge¬leefd. 'Rico's vleugels' is een roman over obsessies, een schel¬penverzameling en de liefde van een oude man voor een jonge jongen.

Dat is een terugkerend thema, die niet alledaagse, alles ver¬terende liefde van je personen voor dingen en mensen.

'Obsessies van mensen geven mooie stof tot schrijven en über¬haupt zijn verzamelaars mensen die me boeien. Dat is voer voor schrijvers, wat zit erachter, waarom verzaakt iemand het gewone leven of doet er maar zijdelings aan mee en leeft om zo'n wereld te creëren voor zichzelf.
Om maar niet mee te hoeven doen aan de grote boze wereld die onder meer te bedrei¬gend, chao¬tisch of teleurstellend is. Mijn hoofdpersonen zijn zo, het zijn mensen die niet met beide benen in de realiteit staan, zich niet bezig houden met beleggen in aandelen. Ze kunnen zich maar net staande houden in het leven. Vaak zijn het dromers en fantasten, wel met een nuchtere kant die ervoor zorgt dat ze niet ten onder gaan, bij de meesten althans. Maar ze hebben toch een sterke neiging tot het scheppen van een eigen wereld. Dat kan onder andere door te verzamelen of het je obsessief richten op een bepaalde liefde of tot iets wat je tot stand wilt brengen.'

In 'Russisch blauw' houdt de fascinatie voor de laatste Russi¬sche tsarenfamilie een jonge historicus in de greep, en vooral wanneer hem gevraagd wordt een standaardwerk over de gerucht¬makende moord op de Romanovs te schrijven. Hij gaat zich in die geschiedenis verdiepen en doet daarbij een adembene¬mende ontdekking, die zijn jarenlang gekoesterde gevoel van verwant¬schap met de tsarenfa¬milie nog meer doet toenemen. Tevens speelt zijn per¬soonlijke ge¬schiedenis een rol. Hij is een man die zich op ver¬schillende manie¬ren probeert voor te stellen dat hij iemand anders is. Een man die beter in zijn vel zit en in zijn tijd en omgeving past. De verhalen over de tsaar en zijn eigen familieverhaal lopen door elkaar heen en dat wordt versterkt door de wetens¬chap dat de zoon van de tsaar aan dezelfde bloedziekte heeft geleden als waaraan hij nu lijdt. Hem helpt het omsluitende water zichzelf gezond te zien.

Waarom koos je deze tsarenfamilie tot onderwerp, wat vind je er zo fascinerend aan?

'Het is de laatste tsarenfamilie en hun dramatische geschie¬denis die tot hun ondergang leidde en hun levensgeschiedenis daarna is zo fascinerend dat ik er graag over wilde schrijven. In alle mysteries er omheen heb ik me grondig verdiept, voor¬dat ik er greep op kon krijgen. Maar ik was altijd al
geboeid ¬door deze familie, juist omdat ze op hun manier leef¬den onder de dreiging van de revolutie en het zo'n idyllisch gezin was met vier van die mooie dochters en een zoontje dat angstvallig bewaakt werd. Bij uitstek vond ik dat een familie die de jonge historicus moest boeien, maar ook de actualiteit speelt in dit verband een rol, want ik ben het boek begonnen toen een paar jaar geleden bekend werd dat de skeletten van die tsarenfami¬lie gevonden waren. Toen bleek dat van de elf personen die in het graf hadden moeten liggen er maar negen in lagen.
Een dochter en een zoon ontbraken en toen ik dat las dacht ik: dat is voer voor mij.'

In 'Alle verhalen', een bundeling van 'De waterdame' en 'Oefeningen in manhaftigheid' aangevuld met wat andere, laat Peper opnieuw zien waar haar kracht ligt: in het pure vertellen.

Het zijn geen korte verhalen maar compacte novellen, waarin verhalen als 'Notities van een pornograaf', 'De ziel' en 'Van het vuil op het hemd van een Montanari' een complete verrassing zijn. In het laatstgenoemde verhaal trekt Peper je mee in de passie van een fletse middelbare moederszoon voor broze oude poppen met porseleinen gezichtjes. De geheel intacte Montana¬ri, een zeldzame pop, achteloos weggestopt tussen snoeziger exemplaren in de poppenfamilie van een oude dame is het felbe¬geerde object van de gepassioneerde verzamelaar.

Dit verhaal en andere uit de bundel hebben een bizar einde en bijna alle-maal gaan ze over grote, ongebruikelijke passies. Voor zeldza¬me kunstobjecten, voor een ballonvlucht, voor een onkwetsbare koningszoon. Pepers verbeeldingskracht is sterk.

-je schrijft zo dat je het bijzondere vanzelfsprekend gaat vinden.

'Dat is ook de bedoeling want anders sleep je de lezer niet mee; daar hangt mee samen dat ik details wil geven waardoor je je de situatie inprent, zodat je de figuren voor je ziet. En daarom ga je het gewoon vinden want je kunt natuurlijk de gekste dingen normaal maken als je het maar op een goede manier beschrijft.'

In haar laatste roman 'Een Spaans hondje' beschrijft Peper de geschiedenis van een architect die samen met zijn broer zand¬kastelen bouwt, zandsculpturen eigenlijk. Het bedrijfje wat ze samen leiden heet Sand Art, dat voor festivals en beur¬zen werkt. Zo bouwen ze een enorme zandbank voor een meubelfa¬brikant. Hun vader was een beroem¬de architect en zij dragen daar de sporen van, maar zijn gebouwen waren van lange duur en van een groot maatschappelijk nut, terwijl de zandkastelen van de zoons van korte duur zijn, voornamelijk als grap in dienst van de commercie. Op zekere dag is Victor, die mede door de dood van zijn beminde moeder geestelijk labiel is en zich bovendien niet thuis voelt in het architec¬tenwereldje, plotse¬ling vertrokken naar Spanje, zoals later blijkt. Hij vlucht en zegt tegen niemand waar hij is, omdat hij voelt aankomen dat het berg¬afwaarts met hem zal gaan en zo probeert hij rigoureus een wending aan zijn leven te geven, als een soort loutering om tot zichzelf te komen. Maar hij wordt ontdekt en daarbij speelt het Spaanse hondje een belang¬rijke rol.

Peper bouwt een vernuftig huis van de verbeelding, waar het goed toeven is. Een huis waar je naar toe kunt vluch¬ten, als de alledaagse woning je te benauwd wordt. De mens zit eraan vast, maar we verlangen blijvend naar iets wat er buiten ligt.

Literatuur als vlucht uit het bestaan.

'Dat geldt voor alle schrijvers, het niet aan het echte leven deelnemen maar geïsoleerd achter je bureau zitten en een verhaal verzinnen is natuurlijk een vlucht uit het bestaan. Als je schrijft ben je op jezelf teruggeworpen, je hebt niet met anderen te maken, zit in je eentje dingen te verzinnen, dat is lastig maar ook prettig. Er ontstaat een intimiteit tussen jou en je hoofdfiguren, niemand kent ze nog, ze leven slechts in jouw hoofd en je probeert ze zo goed mogelijk vorm te geven. Daarmee creëer je dus wel een eigen wereld.

Als ik de hele dag geschreven heb en ik moet daarna boodschap¬pen doen, zit ik soms verdwaasd op de fiets, zo van: dit is nu het echte leven.'


Ellen de Jong.